» Mytisch materiaal in Genesis 1?

Wat is dit?

Foto MYTISCH MATERIAAL IN GENESIS 1?

Enkele jaren geleden schreef ik voor een cursus hermeneutiek in Kampen bij prof de Bruine wat je hieronder leest. Het is goed om daarbij ook in 2012 nog eens stil te staan. Nog altijd is dit actueel.

Inleiding


Wie de zee van literatuur over Genesis 1 wil lezen, blijft altijd bezig met lezen voordat hij er ooit iets over kan zeggen of schrijven. Ik kies daarom mijn vertrekpunt nu niet in de literatuur. Ik wil proberen vanuit de belangrijke regel dat de Schrift haar eigen uitlegster is naar Genesis 1 te kijken en de twee vragen die aan deze opdracht gekoppeld waren te beantwoorden. Ook het beantwoorden van deze twee vragen kan vanwege de beschikbare tijd maar heel beknopt gebeuren. Het tweede deel van de opdracht wordt maar heel beknopt beantwoord. Als er meer tijd beschikbaar geweest was, zou ik op veel meer literatuur hebben willen ingaan. Ik zou graag nog de tijd gehad hebben om het nieuwste boek van C. Houtman `De Schrift wordt geschreven` hierbij helemaal te verwerken.

Wat doen we met buiten-bijbels materiaal uit het Oude Nabije Oosten bij de exegese van Genesis 1?

Deze vraag is opgekomen toen we bekend raakte met verhalen in het Oude Nabije Oosten waarin er ook over de schepping en ook de zondvloed verteld wordt. Voorbeelden daarvan zijn de Atrahasis en de Gilgamesh-epos. Vaak worden de ontdekkingen van deze verhalen zo gebruikt dat er van uitgegaan wordt dat de bijbelse verhalen van deze verhalen afhankelijk zijn of een reactie daarop zijn.
Er zijn overeenkomsten tussen deze verhalen en wat we in de Bijbel lezen. Dat is waar maar we moeten niet vergeten dat de verschillen tussen wat we in de Bijbel lezen en de verhalen in het Oude Nabije Oosten veel groter zijn.
Het is ook niet zo dat we er op enige manier zeker van kunnen zijn dat de menselijke schrijver van Genesis 1 van deze verhalen op de hoogte was. G.J. Wenham brengt dat zo onder woorden: “This is not to say that de writer of Genesis had ever heard or read the Gilgamesh epic: These traditions were part of de intellectual furniture of that time in the Near East, just as most people today have some idea of Darwin’s Origin of Species though they have never read it``(G.J. Wenham 1987 Genesis 1-15 (Word Biblical commentary P. xlviii Word Books Waco Texas)

Wel was bekend dat er bij andere volken die andere verhalen waren. Dat ze bij overeenkomsten anders dachten over het ontstaan van de wereld en wat er daarna gebeurd is.
Een andere vraag is hoe we verklaren dat je toch wel overeenkomsten tussen wat we in de Bijbel over schepping en zondvloed lezen en wat er in de verhalen uit het Oude Nabije Oosten te lezen staat, zien. Moet dat ons meteen tot de gedachte brengen dat de Bijbelschrijver dus van deze verhalen afhankelijk was? Dat Hij deze verhalen heeft omgevormd om te laten zien dat de HERE, de God van Israel en niemand anders de Schepper is?
Deze redenering is als je er over nadenkt niet erg sterk. Want wie is het die in het begin schiep? Wie is het die met de eerste mensen sprak? Dat was de Here God die hemel en aarde geschapen heeft. De mens is in het begin door de HERE onderwezen en ontving daardoor betrouwbare kennis over dingen die hij uit zichzelf niet kon weten. Denk hierbij ook aan wat God de mens over de boom van kennis van goed en kwaad verteld heeft. Aan Zijn opdracht voor de mens in Gen 1:26-29 en de opdracht om alle dieren namen te geven.
We moeten het ons zo voorstellen dat de mens alleen uit de mond van God zelf te horen heeft gekregen dat Hij de Schepper is. Dat de mens ook alleen uit de mond van de HERE zelf gehoord heeft hoe Hij alles gemaakt heeft. Zonder dat God deze dingen verteld had zouden we niet weten wie en hoe de schepping tot stand gekomen is. Je ziet hier een duidelijke overeenkomst met de opstanding van Christus. Ook bij de opstanding zelf was niemand aanwezig. We hebben de zekerheid aan de opstanding te danken aan wat Christus zelf verteld heeft en heeft laten zien.
De kennis van de schepping is op een betrouwbare manier deel van het eerste Bijbelboek geworden. Die betrouwbare kennis over de tijd dat er nog geen mens was, heeft zijn weg gevonden over de wereld. Het is geen vreemd verschijnsel dat zulke betrouwbare kennis in de loop van de tijd vervormd wordt. Vooral als je dan na de zondeval ziet dat mensen zich al meer van de ene ware God vervreemden en zelf andere goden gaan bedenken en dienen. Dan kan het bijna niet anders dan dat ook de verhalen over schepping en zondvloed gaan veranderen. Dat de goden die daarin een rol spelen veel sterkere menselijke trekjes gaan vertonen.
Dat zo’n verandering en vervorming van de oorspronkelijk betrouwbare mededelingen er komt, moet ons ook niet verbazen als we naar de Koran kijken. We vinden in de Koran veel verhalen waarin we zonder moeite overeenkomsten met verhalen uit de Bijbel zien. Toch denken we er niet aan om te zeggen dat de Bijbelse verhalen wel eens van de verhalen in de Koran afhankelijk kunnen zijn of daar een reactie op zijn.
Het lijkt me helemaal onjuist om in Genesis 1 afhankelijkheid van verhalen uit het Oude Nabije Oosten aan te nemen. Dat is de omgekeerde wereld.

Genesis 1 de geloofsbelijdenis van Israel?

Het is belangrijk om steeds weer in het oog te houden dat we in de Bijbel altijd in de eerste plaats met Gods openbaring te maken hebben. Dat is het eigene en bijzondere van de hele Bijbel. Het is ook daarom dat ik er moeite mee heb als Genesis een de geloofsbelijdenis van Israel genoemd wordt. Het gaat er in Gen 1 dan vooral om dat Israel belijdt dat de God van Israel de Schepper van hemel en aarde is. Dan krijg je ook de gedachte dat het in Genesis 1 gaat om de belijdenis van de menselijke schrijver van dit hoofdstuk. Dan proberen we na te gaan wat de menselijke schrijver in zijn tijd gedacht en beleden heeft toen Genesis 1 in zijn huidige vorm op schrift kwam. Dan beperken we de betekenis van Genesis 1 en doen aan dit hoofdstuk tekort als de openbaring van de enige en eeuwige God over een stuk geschiedenis waarvan wij geen weet als mensen zonder Zijn openbaring kunnen hebben.
Het is heel belangrijk om dat te zien. De mens is op de zesde dag door de HERE gemaakt. Alles wat daarvoor door de HERE geschapen is, heeft de mens niet meegemaakt terwijl de dagen ervoor wel degelijk bij de geschiedenis horen. Het is de HERE die er voor gezorgd heeft dat de geschiedenis van leven op de aarde begonnen is. Hij heeft die geschiedenis van de eerste dag af in werking gesteld. De daden van God op aarde beginnen op de eerste dag. Zonder menselijke kennis. De mens is ook niet bewust bij de schepping van zichzelf aanwezig. De vorm van de mens is door de HERE gemaakt maar het leven van de mens begint nadat God de levensadem in zijn neus geblazen heeft. Dan komt de mens op de adem van God tot leven. Zelfs van de schepping van de eerste vrouw op aarde weten wij niets door menselijke kennis. Geen mens was daarbij bewust aanwezig. Als de HERE uit de rib van Adam Eva maakt heeft God een diepe slaap over Adam laten komen. Adam wordt weer wakker als Eva, als de eerste vrouw als prachtige schepping van God in levende lijve naast hem staat. De geschiedenis van de aarde begint met een periode waarvoor wij voor de volle 100% van Gods openbaring afhankelijk zijn. Juist dan is het zo heerlijk om te weten dat wat de HERE daarvan verteld volledig betrouwbaar is. We moeten niet doen alsof dingen waar

geen mensen bij aanwezig waren geen deel van de geschiedenis zijn. Alsof dingen waar wij niet bij aanwezig waren maar de HERE ons wel verteld minder echt deel van de werkelijkheid en de geschiedenis zijn. Het is niet alleen bij de schepping zo dat daarbij geen menselijke getuigen aanwezig waren. Een ander heel belangrijk voorbeeld daarvan is ook de opstanding van de Here Jezus. Geen menselijke getuige was aanwezig toen Hij op de derde dag uit de dood, uit het graf opstond. Toch geloven we de Here hier op Zijn Woord!
Als we onze aandacht nu eens op de vierde scheppingsdag richten is het opvallend hoe uitgebreid de schepping van zon, maan en sterven beschreven worden. Het is de HERE die er als het ware inhamert dat zon, maan en sterren schepselen zijn. Moeten we de reden daarvoor in de eerste plaats in de menselijke schrijver zoeken die er mee te maken kreeg dat mensen en volken om hem heen hemellichamen als goden aanbaden? Wij gaan een veel betere en zekerder weg als we zien dat de HERE Zijn openbaring voor alle tijden gegeven heeft. Hij is de eeuwige God. Hij weet hoe de geschiedenis gaat verlopen en wat Zijn volk in verschillende perioden van de geschiedenis nodig heeft. Zo geeft Hij ook Zijn openbaring. Hij wist hoe Zijn kinderen, zowel voor het volksbestaan van Israel en als daarna er mee te maken zouden krijgen dat mensen zon maan en sterren als goden vereren. Om een paar voorbeelden te noemen: De Egypternaren kenden de verering van de zon. Ook bij de Amorieten, Assiriërs en Babyloniërs werden de hemellichamen vereerd. De zon was dan de god Samas die elke dag over de aarde ging en zag wat ieder mens deed. Uit deze godsdienst groeit ook de aanbidding van de godin Isjtar die later ook in Israel als hemelkoningin vereerd werd. Kijk Jer 7:18; 44:17-19,25.
Het is de HERE in Zijn wijsheid die de geschiedenis overziet en weet wat wij in de geschiedenis in verschillende periodes als Zijn openbaring nodig hebben. Dan zie je de rijkdom van Gods wijsheid en openbaring.

Verbond tussen schrijver en lezer

We hebben naar aanleiding van vooral Vanhoozer over het verbond tussen de schrijver en de lezer gehad. Is het niet zo dat de schrijver en de lezer bepaalde technieken, genres, vertelconventies gekend hebben waarin kennis overgedragen en herkend werd? Het zou onverantwoord zijn om te zeggen dat er geen relief, geen verschil in manier waarop dingen overgedragen werden in de Bijbel bestaan. Alleen het verschil tussen proza, poëzie, profetische en wijsheid literatuur laat ons al zien dat er zeg maar verschillende genres zijn. Genres die voor de lezer ook herkenbaar waren. Poëzie was in het Hebreeuws vooral herkenbaar aan de verschillende paralellismen. (Th.C. Vriezen/A.S. van der Woude 2000 Oud Israelitische&Vroeg Joodse Literatuur Kok Kampen p. 96-109
Zie voor de kenmerken van de Hebreeuwse poezie ook: N.H. Ridderbos 1991 Psalmenstudie Kok Kampen p. 66-78)

Toch moet je er ook op letten dat veel van wat genres genoemd worden genres zijn die wij achteraf bedacht hebben en waarover geleerden nog steeds eindeloze discussies voeren. Wij vinden bij van der Woude naar mijn mening een heel bescheiden en verantwoorde onderscheiding in genres. (Th.C. Vriezen, A.S. van der Woude a.w. p. 96-115)
Een vraag bij deze materie hoort, is ook of hier in de eerste plaats moeten letten op het verbond tussen de menselijke schrijver en de lezer. Een andere vraag is of we de lezerscontext, de context van de eerste lezers altijd moeten achterhalen om de betekenis van de tekst te kunnen vaststellen.
Als we de betekenis van de tekst willen achterhalen door te willen achterhalen wat de eerste lezers er van begrepen hebben en wat voor hen de betekenis was, brengen we ons in grote problemen.



Ik noem twee voorbeelden:
Het boek Daniel
We vinden in het boek Daniel vanaf hoofdstuk 7 profetieën die meerdere keren op een heel gedetailleerde manier laten zien wat er in de toekomst gaat gebeuren. Het zal juist door de gedetailleerdheid voor de eerste lezers heel moeilijk geweest zijn om te begrijpen wat de HERE met deze profetieën bedoelde. Er komt nog bij dat de historische omstandigheden op het moment dat Daniel deze profetieën kreeg heel anders waren dan op het moment van vervulling van de profetie. Er was nog geen Alexander de Grote. Antiochus Epifanes was nog niet in zicht. Als je dan naar de lezerscontext gaat zoeken en daaruit de betekenis van de profetie gaat halen, houdt je eigenlijk niets over. Als je de lezerscontext toch beslissend gaat maken, moet je bijna wel de vluchtroute volgen dat dit deel van Daniel later geschreven is door mensen die al deze dingen meegemaakt hebben. Dan gaat het niet zo zeer om Gods openbaring maar om een soort geloofsbelijdenis van de mensen die dit opgeschreven hebben. (Een voorbeeld daarvan vinden we in: Izak Spangenberg 1998 Perspektiewe op die Bybel van Schaik Pretoria p. 74-106 )

Wat er over de Here Jezus in het Oude Testament staat.
Dat de lezerscontext geen erg betrouwbare grond is om de betekenis van teksten vast te stellen, blijkt ook bij de profetieën over de Here Jezus Christus. Je ziet heel duidelijk dat de meeste lezers van het Oude Testament in de tijd van Jezus niet het juiste Christus verwachting hadden. Je ziet dat zelfs heel duidelijk bij de apostelen die zoveel onderwijs van de Here Jezus gekregen hadden. Dat wordt heel duidelijk in Lucas 18:31-43: “Hij nam de twalven terzijde en sprak tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en al wat door de profeten geschreven is, zal aan de Zoon des mensen volbracht worden. Want Hij zal over geleverd worden aan de heidenen en bespot en gesmaad en bespuwd worden, en zij zullen Hem geselen en doden, en ten derde dage zal Hij opstaan. En zij begrepen niets van deze dingen en dit woord bleef hun duister en zij wisten niet, waarvan gesproken werd.”
Die duisternis wordt na de opstanding door Jezus opgeklaard. Hij gaat dan met Zijn leerlingen het Oude Testament door en legt uit waar deze dingen in het Oude Testament gezegd worden. Kijk Lucas 24:25,26, 44-47.

Deze voorbeelden maken het voor mij al heel moeilijk om vanuit een verbond tussen schrijver en lezer vergaande conclusies te trekken. Mij lijkt veel beter om ons uitgangspunt steeds te nemen in God die openbaart en in de loop van de openbaring Zijn openbaring al duidelijker voor ons laat stralen. Doordat je al meer in de geschiedenis gaat zien wat de HERE al gezegd heeft en dat al meer duidelijk voor ons wordt. Door Schrift met Schrift te vergelijken en al meer van de rijke inhoud van Gods openbaring te ontdekken.

Het genre van Genesis 1

Als we er op letten hoe van der Woude de genres onderscheid, is Genesis 1 geschiedsbeschrijving. We zien ook dat van der Woude Genesis 1 hieronder rekent.
(Th Vriezen/A.S. van der Woude a.w. p. 112. Van der Woude rekent Genesis 1 niet onder de poezie maar onder de verhalende literatuur.)
We hebben een tijd achter ons dat Genesis 1 vooral als poëtisch gezien werd. Dat was meer ingegeven door de wens om het zo te zien dan dat Genesis 1 zichzelf als poëtisch aanwijst. (G.J. Wenham a.w. schrijft hierover: “Extrabiblical creation stories from the ancient Near East are usually poetic, but Gen 1 is not typical Hebrew poetry. Indeed, some writers endeavouring to underline that Gen 1 is pure priestly theology insist that is not poetry at all. There is no “hymnic element in the language”(von Rad, 47). On the other hand, Gen 1 is not normal Hebrew prose either; its syntax is distinctively different from narrative prose. Cassuto (1:11 (1961), Lorentz (1975) and Kselman (1978) have all pointed to poetic bicola or tricola in Gen 1, while admitting that the most of the material is prose. It is possible that these poetic fragments go back to an earlier form of the creation account, though, as Cassuto observes, “it is simpler to suppose … the special importance of the subject led to an exaltation of style approaching the level of poetry” (1:11).“)

Je ziet bij van der Woude nog wel iets hiervan als hij schijft dat achter de huidige tekst waarschijnlijk een poëtische tekst schuilt. (Th. C. Vriezen/A.S. van der Woude a.w. p. 163)
We hebben in Genesis 1 met proza te maken waarin de grootheid van God als de Schepper met majesteit naar voren komt. Het gaat hier ook om de vertelling over wat God in die eerste 7 dagen gedaan heeft. Genesis 1 laat zich kennen als een vorm van vertellen waardoor gezegd wordt wat er in het begin gebeurd is, wat God toen gedaan heeft. Je ziet ook onder de Oud-Testamentici al meer een overeenstemming dat geschiedschrijving in de Bijbel het doel had om wat echt gebeurd is te vertellen. We lezen bij van der Woude deze groeiende overeenstemming zo verwoord: “De verhalen van Israel pretenderen “waar gebeurd” te zijn. Ook al kan men daarop historisch-kritisch wel een en ander afdingen, men zal dit gegeven ernstig moeten nemen: Israel wist zijn geloof gebaseerd op de profetische duiding van de grote daden van God in de geschiedenis, op zijn bevrijdend en straffend handelen, vgl, Exod. 20:1 en Psalm 78. Aan de beoordeling van een ieder van ons moet worden overgelaten of wij door profetische verkondiging begeleide historische ervaringen van Israel als echte ontmoetingen met God of als ontmoetingen met eigen religieus genie wensen te interpreteren. Dat neemt echter niet weg dat wij voor het verstaan van de oudtestamentische verhalen de eigen uitleg van Israel hebben te respecteren.” (Th. C. Vriezen/A.s. van der Woude a.w. p. 115
Deze overeenstemming laat zien dat we het ons zo moeten voorstellen dat de eerste lezers van de Bijbel er niet aan dachten dat er sprake van mytisch materiaal in de geschiedschrijving kon zijn.
Het is hierbij ook heel belangrijk om er op te letten wat we hierover in het NT lezen en als tweede er op te letten wat het getuigenis karakter van de Bijbel hiermee te maken heeft.
1. We komen het woord mythe (muthos) verschillende keren bij Paulus tegen: 1 Tim 1:4; 4:7; 2 Tim 4:4; Tit 1:14. In verband met de omgang met de Schrift is volgens mij van het meeste belang de verwijzing naar mythen bij Petrus. Het gaat mij dan om 1 Petrus 1:12-21. Hij schrijft dan in vers 16: “Want wij zijn geen verhuftig gevonden verdichtsels (muthoi) nagevolg. Toen wij u de kracht en de komst van onze Here Jezus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit.”
Petrus maakt in dit hele gedeelte een duidelijk tegenstelling tussen mythen en de betrouwbaarheid van het profetische woord. Vs 19. Het profetische woord is dan het Oude Testament. ( Kijk hier ook Rom 16:16; Luk 24:25-27) Zoals “de Schrift” in vs 20 op het Oude Testament wijst. Zo betrouwbaar als Petrus ooggetuige verslag van Jezus Christus is, zo betrouwbaar is de hele Schrift. In de Schrift is geen plaats voor mythen. Geen plaats voor verhalen van mensen over goden die niet meer dan verhalen van mensen zijn. Er is geen plaats voor door mensen zelfbedachte verhalen. Die zelfverzonnen verhalen zie je juist wel bij de dwaalleraren. Kijk 2 Petr 2:3: Wat we in de Schrift lezen is echt een lamp en is helemaal gezuiverd. Kijk Psalm 12:7.
We zien hoe de Heilige Geest juist nadruk op het getuigeniskarakter van de Bijbel legt. Vs 18. Kijk ook 1 Joh 1:1-4. Het getuigeniskarakter van de hele Schrift laat juist zien dat het om betrouwbaarheid gaat. Want wat is een getuige in de Bijbel?
2. Een getuige kan in de Bijbel alleen zo optreden als hij dingen zelf gezien en gehoord heeft. Heel duidelijk is dat in Lev 5:1: “Waneer iemand zondigt, in geval hij een overluid gesproken vervloeking hoort en getuige is, hetzij hij het zelf gehoord heeft of het te weten gekomen is, dan draagt hij, indien hij het niet aanbrengt. Zijn ongerechtigheid.” Het getuigenis moest voor de rechtbank op feiten gegrond zijn. Een valse getuigen is in de Bijbel juist iemand die niet in overeenstemming met de feiten spreekt. Kijk maar in Spreuken 14:5,25: “Een betrouwbare getuige liegt niet, maar wie leugens uitblaast, is een vals getuige. … Een betrouwbaar getuige is een redder van levens, maar wie leugens blaast, is een en al bedrog.”
Het is ook opvallend dat in het Nieuwe Testament het getuigen zijn van Jezus leerlingen benadrukt wordt nadat Jezus zich aan hen als de Opgestane laten zien heeft en hen het onderwijs in het Oude Testament gegeven heeft. Bij de opstanding was net als bij de schepping niemand aanwezig. Jezus verteld en laat zien wat er gebeurd is en zo worden de leerlingen de getuigen die dit getuigenis van de Zoon van God zelf de wereld in moeten brengen: “U bent getuigen van deze dingen.” Lucas 24:48. Kijk ook Hand 1:8,21.
Het is belangrijk om te zien dat de Schrift heel duidelijk het Woord van God zelf genoemd word. Het is Zijn getuigenis. We zien dat o.a. in de bekende teksten 1Tim 3:16 en 2 Petrus 1:19-21. Het is ook juist daarom dat bij citaten uit het Oude Testament de menselijke schrijver onbevangen door de heilige Geest vervangen kan worden. Of gezegd wordt dat de menselijke schrijver het door de Heilige Geest gezegd heeft. Voorbeelden daarvan zijn: Hebreeën 3:7; 10:15,16; Matt 12:26.
Deze dingen zijn ook belangrijk voor Genesis 1. Dit heeft te maken met het unieke karakter van Genesis 1.

Het unieke karakter van Genesis 1

Genesis 1 is in die zin een uniek hoofdstuk in de Bijbel dat wat we er lezen op geen enkele manier door een mens gezien en ervaren is. De mens heeft niets van Gods scheppingswerk bewust meegemaakt. Zelfs niet toen de HERE de mens gemaakt heeft. Als de HERE de mens uit stof van de aarde gevormd heeft is het nog geen echte mens. Er zit nog geen leven in. Dan gebeurt er iets dat nog met geen enkel schepsel gedaan is. De HERE: “blies de levensadem in zijn neus”. Zo laat God zien dat de mens het schepsel is dat het dichtste bij Hem staat. De mens krijgt een speciale behandeling. De HERE laat op deze manier ook zien dat de mens Zijn vertegenwoordiger op aarde is. Het is Gods adem die de mens laat leven. Hij wordt zo een levende ziel, een levend wezen. Het enige levende wezen dat rechtstreeks door Gods adem het leven gekregen heeft. Pas als de mens zo het leven gekregen is begint zijn bewustzijn te werken. Als later op de zesde dag Mannin geschapen wordt, is Adam daarbij ook niet bewust aanwezig. De HERE heeft het verlangen bij Adam naar hulp die bij hem past opgewekt. Nu is de tijd gekomen dat Adam die hulp ook ontvangt. De HERE laat een diepe slaap over Adam komen zoals Hij dat later ook bij Abraham doet. Zie Gen 15:12. Het is opvallend dat Adam door deze diepe slaap ook het laatste scheppingswerk van de HERE niet bewust meemaakt. Hij heeft niet met eigen ogen gezien hoe de HERE de vrouw geschapen heeft. Hij heeft niet gezien hoe de HERE Eva uit een rib van hem gemaakt heeft terwijl hij toch al op aarde was. Gods hele scheppingswerk onttrekt zich aan het bewustzijn van de mens. We moeten het op dit punt helemaal alleen van Gods openbaring hebben. Wij zijn voor de kennis van het ontstaan van de schepping in alles van Gods spreken afhankelijk.
Deze dingen maken duidelijk dat de mens voor de kennis van ontstaan van de schepping en van hemzelf helemaal afhankelijk is van wat God hem verteld heeft. Je ziet hier weer een parallel met de opstanding van Christus. God verteld het aan de mens en zo wordt de mens aan wie God het verteld heeft de betrouwbare getuige zolang hij verteld wat God verteld heeft. Het is belangrijk dat we Genesis 1 voluit als Gods getuigenis eerbiedigen. Juist ook vanwege dit unieke karakter zie ik geen ruimte om aan mythologisch materiaal in Genesis 1 te denken.

Het gebruik van wetenschappelijke hypothesen bij het verklaren van Genesis 1

Ik heb na wat ik gedaan heb niet meer genoeg tijd over gehad om nog veel tijd te besteden aan het tweede deel van de opdracht. Toch wil ik hier wel iets over schrijven. Vooral naar aanleiding van wat collega Doedens daarover geschreven heeft in Woord op Schrift. Ik meen dat een van de hoofdfouten bij zijn benadering is dat hij wat in Genesis 1 beschreven wordt voor een groot deel wil verklaren vanuit wat wij vandaag in de schepping zien. Vanuit wat we van de schepping nu weten, wil hij dan een verklaring zoeken die volgens mij ook niet genoeg rekening houdt met de grootheid van God.

Gods grootheid en luister

Hoe maakt God de aarde in zes dagen gereed? We zien dat al meteen op de eerste dag: “En God zei: Er zij licht en er was licht.” Vs 3. Hoe schept God: door te spreken. Door een bevel te geven, door Zijn Woord. Zijn bevel is genoeg. Zijn Woord is zo machtig dat uit niets ontstaat wat Hij wil hebben dat ontstaat. De HERE heeft geen tijd van voorbereiding, van berekeningen, van het bij elkaar brengen van materiaal nodig om dat te maken wat Hij wil. Zijn bevel is genoeg. Het bevel van de Drie-enige God is genoeg. Ook de Zoon die later in de geschiedenis voor ons mens geworden is, is voluit bij het scheppingswerk betrokken. We lezen namelijk in Joh 1 van het Woord die de Zoon is: “Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.” Vs 3
De hele schepping, ook dat wat op de eerste dag door de HERE geschapen is, is uit niets gemaakt. We lezen in Gods Woord zelf een verklaring van wat we in Gen 1 lezen. De Geest zegt namelijk in Hebr 11 het volgende: “Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord van God tot stand gebracht is zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.” Vs 3
Hier zie je de grootheid van God op een heerlijke manier schitteren. Hij was er alleen en door Zijn bevelen ontstaat wat volgens menselijke berekeningen alleen maar in miljoenen of miljarden jaren kon ontstaan. Dat laat juist zien hoe groot de HERE als de enige God is. Hij handelt ook in Zijn scheppingswerk Goddelijk. Wij moeten er voor uitkijken dat we de HERE niet volgens menselijke maat gaan meten. Als de HERE zegt dat Hij een bevel gegeven heeft en dat wat Hij gezegd heeft er toen meteen was, is dit volgens menselijke maat onmogelijk. Dan is het nodig om steeds weer er aan te denken dat de HERE de Almachtige is. Van wie de Geest door Paulus zegt: “Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen. Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.” Ef 3:20,21
Hij is de enige God die in Zijn Woord laat zien wie Hij is. Hij maakt duidelijk dat o.a. dit van Hem geldt: “Ach, Here HERE, zie, U hebt de hemel en de aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitgestrekte arm; niets zou te wonderbaar zijn voor U.” Jer 32:17 (Zie o.a. ook: Gen 18:14; Ex 15:11; Ps 86:9,10; Luk 1:37
Het is zo belangrijk dat we de HERE niet volgens onze mensenmaat en de scheppingsmogelijkheden meten. Zo belangrijk om Hem te eren zoals Hij is. De mens die zegt dat het onmogelijk is dat na enkele woorden van God er plotseling licht is, wijst zich als onwijs aan. Wijst zich aan als iemand die zich in eigenwijsheid tegenover God en Zijn wijsheid opstelt.
De HERE is zo groot! Hij zegt: “Er zij licht”. Let er dan op dat we dan meteen lezen: “en er was licht.” De HERE laat hier zien dat het licht geen miljoenen lichtjaren nodig had om de aarde te bereiken. Nee, meteen na Gods bevel is het licht daar en verlicht meteen de aarde. Psalm 33 wijst heel duidelijk op de grootheid van God die hierin naar voren komt: “Door het woord van de HERE zijn de hemelen gemaakt, door de adem van Zijn mond al hun heer …… Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er.” Vs 6,9
De HERE zorgt voor de eerste voorwaarde van leven, het licht in een ogenblik. Wat is God groot! Zo heeft de HERE zich in de schepping laten zien. Hij zal dat ook bij de herschepping laten zien. De herschepping die vanwege onze zonden nodig is. We lezen namelijk in 1 Kor 15 van de dag waarop de Here Christus terugkeert en het leven volledig vernieuwt: “Zie, Ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.” Vs 51-53
De HERE is de Almachtige en de Eeuwige die in een ogenblik op Zijn bevel laat ontstaan wat Hij wil. Dat laat ons zien dat we Gods eigen Woord nodig hebben om het ware licht te verspreiden en de werkelijkheid van de schepping te kennen. Ook om te weten hoe de aarde ontstaan is, hoe God, de Schepper dat gedaan heeft. Dat blijft een geheimenis dat wij met onze menselijke wetenschap, hoe knap en ontwikkeld ook niet kunnen ontrafelen. Het laat zien dat wij als mensen door ons menselijk onderzoek en onze experimenten niet alles te weten kunnen komen. Wij vallen voor God in aanbidding neer die het licht op aarde licht gegeven heeft. Dit zijn ook redenen om ernstige vraagtekens te zetten bij de volgende zinnen die ds Doedens in Woord op Schrift schrijft: “Maar anders dan deze afgesloten gebeurtenissen, gaat het Bijbelse scheppingsverhaal ook over een werkelijkheid die ieder tot vandaag toe kan controleren en die de wetenschap ook met haar methoden kan controleren.” (JJT Doedens 2002 Taal en teken van trouw In: C. Trimp e.a. Woord op Schrift Kok Kampen p. 72 )
Natuurlijk is het waar dat Gods scheppingswerk van toen nu nog altijd zichtbaar is maar wij kunnen vanuit wat we nu zien en meemaken niet zo terugredeneren en rekenen dat de wetenschap ons kan vertellen hoe de schepping tot stand gekomen is.

Genesis een kadervertelling?

Toch klinken er nog vragen als we zo over de eerste scheppingsdag spreken. Vragen die mensen er toe brengen om de 7 dagen van Genesis 1 tot een kader te maken waarin de vertelling van de schepping plaatsvindt. Tot deze kadertheorie, waarin het zelfs niet zeker zou zijn of de HERE in de volgorde van Gen 1 de schepselen geschapen heeft, komt ds JJT Doedens in het boek Woord op Schrift. (JJT Doedens a.w. p.71-108)
Hij en ook anderen komen tot deze opvatting o.a. omdat zij menen dat er geen goede oplossing voor het probleem is dat de HERE op de eerste dag het licht geeft terwijl pas op de vierde dag zon, maan en sterren geschapen worden. Doedens schrijft daarover: “Ook is altijd al de grote vraag geweest wat we ons moeten voorstellen bij de eerste drie dagen, waar wel sprake is van morgen en avond, terwijl de hemellichten pas op de vierde dag worden geschapen. Dit heeft geleid tot allerlei speculaties en verlegenheidsoplossingen die beslist geen recht doen aan de tekst van Gen 1.” (JJT Doedens a.w. p. 96)
Hier wordt op een heel makkelijke manier gesteld dat er tot nu toe alleen maar slechte oplossingen voor deze vraag waren. Het opmerkelijke is namelijk dat deze oplossingen in het artikel zelf niet genoemd worden en ook niet met argumenten weerlegd worden. Ook hier is het weer heel belangrijk dat we blijven zien dat Gen 1 deel is van Gods hele Woord. Je ziet de rijke betekenis daarvan juist als je het leest in het geheel van de Bijbel. Dan is er geen groot probleem met het licht op de eerste drie dagen en Gods scheppen van de hemellichten op de vierde dag. Dan zien we weer die heerlijke overeenkomst tussen Gods schepping en Zijn herschepping. Ook op de nieuwe aarde zal er licht zonder zon, maan en sterren zijn. Luister maar naar wat Christus in Openbaring 21 en 22 laat opschrijven: “En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam. …..En er zal geen nacht meer zijnen zij hebben geen licht van een lamp of licht van de zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden.” Vs 23, vs 5
We hebben hier niet met een gelegenheidsoplossing te maken maar met de Schrift die zelf ons uitlegging geeft. De Geest wijst ons door het Woord zelf de weg. Zelfs als wij voor deze vraag geen oplossing zouden hebben, zou dat niet erg zijn. Dan rusten we in wat de HERE gezegd heeft zonder dat we alles daarvan begrijpen.
Ook andere argumenten die Doedens noemt om tot een kadertheorie voor Gen 1 te komen zijn exegetisch gezien erg zwak. Laten we de andere drie argumenten even bij langs gaan. (JJT Doedens a.w. p. 96,97)
Zijn eerste argument is wat we in Genesis 1 over de tweede dag lezen. Wat daar staat zou volgens Doedens niet op de schepping van de atmosfeer of dampkring wijzen omdat het Hebreeuwse woord dat daar voor met uitspansel vertaald is op “iets hards” zou wijzen. Als je wat op de tweede dag gebeurt toch als het ontstaan van de atmosfeer uitlegt zou je vast lopen met de letterlijke opvatting van Gen 1. Het opvallende bij Doedens is dat hij zelf in een voetnoot al aangeeft hoe bijzonder zwak zijn argument hier is. Hij wijst er namelijk op dat het Hebreeuwse woord dat voor uitspansel gebruikt wordt ook wel atmosfeer kan betekenen. Hij wil er toch voor pleiten dat het hier om een harde koepel zou gaan omdat we in vers 6-8 lezen dat het uitspansel “scheiding maakt” tussen het water beneden en het water onder. Ook dit argument heeft geen kracht omdat we juist steeds weer van scheiding maken lezen in Genesis 1. We lezen op de eerste dag van het scheiding maken tussen licht en duisternis zonder dat er iets hards tussen licht en duisternis is.
Een ander argument dat Doedens gebruikt brengt hij zo onder woorden: “Dan is er bij de letterlijk-chronologische opvatting van de betekenis van de dagen van Genesis 1 het probleem van de zogenaamde symbiose van planten- en dierenwereld. Planten die zo nauw met dieren samenleven, dat ze zonder hen niet kunnen bestaan. Heel de schepping is zo fijn op elkaar afgestemd dat het lijkt alsof de ‘dagen’van Genesis 1 eerder bedoelen een classificatie te geven die voor mensen van toen duidelijk was, dan een letterlijk verslag van een gebeuren.”
( JJT Doedens a.w. p. 96)

Het eerste wat opvalt, is dat Doedens weer vanuit wat we vandaag zien redeneert. Omdat het nu niet kan, kon het bij de schepping ook niet. Daarbij komt nog dat de HERE als de Schepper en de Almachtige dingen kan laten gebeuren die volgens onze ervaring niet kunnen! Denk alleen maar aan de maagdelijke geboorte van Christus. We moeten en mogen de Schepper niet binden aan onze ervaringen en wat volgens ons mogelijk is.
Het laatste argument dat Doedens gebruikt is het woord eindelijk in Gen 2:23. Dit woord zou er op wijzen dat wat er in Genesis 2 gebeurt in meer dan in het bestek van een dag heeft plaatsgevonden. Het woord eindelijk kan voor deze redenering niet gebruikt worden. Want het woord dat daar gebruikt wordt, wijst terug op de naamgeving van de dieren door Adam. Elke keer zag Adam een mannetje en wijfje voorbijgaan. Dan zorgt de HERE ervoor dat Adam op de zesde dag een vrouw krijgt. Als Adam de vrouw ziet, zegt hij letterlijk: deze is dit keer been van mijn gebeente. Na zoveel keren dieren te hebben gezien die samen als mannetje en wijfje zijn, heb ik dit keer iemand gekregen die bij mij hoort. Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt zegt op geen enkele manier dat de schepping van Eva niet op dezelfde dag plaatsvond als de dag waarop Adam geschapen werd.
De argumenten om tot een kadertheorie te komen vinden geen grond in de Bijbel, in Gods openbaring.

Ds Rob Visser


[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Verkondig!



  • -> Want indien ik het evangelie verkondig, heb ik geen stof tot roemen. Immers, ik ben ertoe genoodzaakt. Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig! 1 Korinthe 9:16->

Zusterwebsite

  • Zie voor korte dagelijkse meditaties en artikelen in Nederlands en Afrikaans de zusterwebsite: www.evangelie-voor-elke-dag.nl

VERSCHENEN

  • 21 januari 2013 Verschenen verklaring over Bijbelboek Daniel. In alle boekwinkels te bestellen. De gegevens zijn de volgende: God is trouw tot in de verste toekomst. Toepasselijke verklaring van het boek Daniel Rob Visser ISBN 9789081171090 136 pagina´s Van Berkum Graphics Zwaag Prijs: 12,50

VERSCHENEN

  • LEVEN ZONDER GOD IS ZINLOOS 14 MEI 2011 is een verklaring van het bijbelboek Prediker onder deze titel verschenen. Net als de verklaring van Hooglied is het een combinatie van een degelijke verklaring die ook het concrete leven van vandaag ter sprake brengt. Om zo te zien hoe goed en nodig een leven met God ook in de 21e eeuw is. -> ISBN 978-90-811710-8-3 Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail: info@drukkerijvanberkum.nl Prijs 12,50->

ZOJUIST VERSCHENEN



  • -> ZOJUIST VERSCHENEN 11 SEPTEMBER 2009-> Ds Rob Visser VERKLARING VAN HOOGLIED ONDER DE TITEL: IK HOU ZO VAN JOU! Het is een verklaring waarin ik geprobeerd heb een degelijke verklaring te geven en de inhoud ook heel concreet op onze tijd toe te passen. De prijs wordt: 9,95 ISBN/EAN 978-90-811710-3-8 Zie op deze website ook: Bijbelboek Hooglied -> Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ->

Nieuw boek: Lees maar

  • Zojuist verschenen! 11 oktober 2011 LEES MAAR 19,90 Uitdagingen voor gereformeerde theologie vandaag Bijdragen over bijbellezen en christelijk leven De laatste jaren is er in kerken die zich gereformeerd noemen veel veranderd. Opvattingen over de leer van de kerk, over historische bijbelgedeelten, over ethiek en tucht zijn geruisloos maar radicaal veranderd. Waardoor is dat gekomen? Waarom sterft de kritiek over die veranderingen zo gemakkelijk uit? Er wordt gezegd dat de kerk met haar tijd mee moet. Er wordt gezegd dat het uiten van kritiek de kerk schaadt. Er wordt gezegd dat het allemaal niet zo simpel is. En wie wil er nu een conservatieve scherpslijper zijn, die het beter weet dan mensen die er verstand van hebben? LEES MAAR wil laten zien dat we alleen in de Bijbel kunnen lezen hoe we met onze tijd, met elkaar en met de wereld moeten omgaan en dat echte wijsheid alleen in de Bijbel te vinden is. Het gaat over het lezen en toepassen van de heilige Schrift in deze tijd. LEES MAAR gaat in op veelgestelde vragen en drogredenen, zoals: - Leest niet iedereen de Bijbel vanuit zijn eigen vooronderstellingen? - Als wij de Bijbel samen met een gelovige intentie lezen, dan is dat toch van de heilige Geest? - Het is toch niet zo belangrijk voor ons persoonlijke geloof of alles precies zo gebeurd is zoals het er staat? - Is Jezus navolgen niet veel belangrijker dan het toepassen van geboden? - Houden we elkaar door de liefde niet veel beter vast dan door de tucht? De auteurs van LEES MAAR zijn L. Heres, C. Koster, ds. J.R. Visser, J.P.C. Vreugdenhil en H. Vreugdenhil-Busstra. Het voorwoord is geschreven door drs. L.J. Geluk. Het boek bevat tevens een bijdrage van dr. P. de Vries over de duidelijkheid van de Schrift.

Brede en smalle weg



  • -> ZIE ZONDE EN DE SMALLE WEG ->

VERSCHENEN

  • -> VERSCHENEN: HOE GOD ALLES MAAKTE->

    -> Van ds Rob Visser is er een boekje verschenen dat heel aktueel is. Hij geeft in dit boekje een uitgebreide uitleg van Genesis 1-3. In andere hoofdstukken gaat hij in op vragen of de dood er al was voor de zondeval, of Adam en Eva echt de voorouders van ons allemaal zijn en nog veel meer. ZIE OP MENU: NIEUW BOEK->

kinderdoop nodig?



  • -> Zie op menu->

CHRISTUS REGEERT

  • -> Christus regeert, Hij is de overwinnaar BELANGRIJKE OPMERKINGEN BIJ DE LEER VAN HET CHILIASME ->

    -> Zie Duizendjarig Rijk Openbaring 20 ->

Crematie

  • -> Verassen of begraven?->

    -> ZIE CREMATIE ->

NU VERSCHENEN

  • -> BELIJDENDE KERK BLIJVEN Ds HW van Egmond Ds HG Gunnink Ds PL Storm Ds JR Visser-> ’een kerk die leeft belijdt - een kerk die belijdt leeft’. Het is een bundeling van een aantal opstellen over de functie van de belijdenis van de kerk en de binding eraan. Dit boekje is uiterst actueel vanwege de ontwikkelingen in de kerken. Te koop in de boekhandel Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ISBN 978 90 81171021 - 112 pagina’s € 13,50 (excl. verzendkosten) -> Nog steeds verkrijgbaar: Hoe God alles maakte, ds. Rob Visser - 56 pagina’s - € 9,95 De wereld, onze woning, dr. C. van der Waal - 128 pagina’s - € 12,95 nu voor € 9,95 ->

Bijbelboek Job

  • -> HOE LEZEN WIJ HET BIJBELBOEK JOB ->

    -> Zie bij menu Bijbelboek Job ->

Onvergeeflijke zonde



  • -> Over zonde tegen de Heilige Geest Zie Zonde vs Geest ->

Google Analytics Alternative Real Time Web Analytics Copyright 2002-2017