» Prediking: Mens wie ben jij

Wat is dit?

Foto PREDIKING: MENS WIE BEN JIJ?

De Here heft mij 14 juni 25 jaar gegeven als Dienaar van het Woord. Naar aanleiding daarvan verschijnt een eerder gehouden lezing over de prediking nu op de site.


Om wie gaat het in de kerkdienst?


Preken in het Nederland van 2012. Dat is de opdracht die dienaren van het Woord gekregen hebben. Die predikanten in de Gereformeerde Kerken in Nederland gekregen hebben. Ik ga ervan uit dat u trouwe luisteraars bent. Mensen die elke zondag trouw twee keer onder de verkondiging van Gods Woord uw plaats innemen. Om te horen wat uw God en Koning u te vertellen heeft. Om daarnaar te luisteren in diepe eerbied voor de HERE en daarom ook voor Zijn Woord. Over de eerbied en het ontmoeten van de HERE in de kerkdienst verwijs ik naar het artikel dat hieronder staat..
In die eredienst neemt de verkondiging van het evangelie de centrale plaats in. Om het eens met Maarten Luther te zeggen: “Beter alles weglaten uit de kerkdienst dan het Woord en niets beter aan de orde gesteld dan het Woord.”
Waarom neemt nu het Woord en de verkondiging daarvan zo’n belangrijke, zo’n onmisbare plaats in de kerkdienst in? Waarom gaat het nu niet in de eerste plaats om de inbreng van ons in de kerkdienst? Waarom is het nu niet zo dat onze eigen bijdrage in de kerkdienst gelijkwaardig is aan de prediking? Je ziet in gesprekken juist deze neiging sterk aanwezig.
Het gaat toch om ons in de kerkdienst? Het gaat er toch om dat wij er iets aan hebben, dat wij in onze tijd onze eigen bijdrage kunnen leveren. Het moet niet allemaal van een kant komen. Daar houden mensen niet van. Dan haken ze gauw af. De prediking is zo vaak een one-man show en dat past toch niet in onze wereld. Wij zijn er ook nog. Die dominee heeft het niet alleen te zeggen. Dan gaat het vaak niet alleen om de vorm maar ook om de inhoud. Wij zijn vandaag mondige mensen. Dat hebben we vanaf de tijd van de Verlichting al meer geleerd toch? Wij zijn vandaag voor een groot deel ook hoog opgeleide mensen en wij laten ons niet zomaar iets vertellen door iemand op de preekstoel. Wij zijn er ook nog! Met onze eigen gedachten. Wij kunnen ook onze eigen bijdrage leveren. Je hoort de protesten van de cultuur, van de mens die zijn eigen plaats claimt. De mens die met eigen gedachten en gevoelens zijn eigen inbreng wil hebben. Die daardoor ook de inhoud van de preek deels wil bepalen. Wij staan vandaag in een culturele omgeving waarin deze dingen heel sterk op ons afkomen. Ook in de kerken merk je deze invloeden en deze druk. Hoe moeten we daar nu mee omgaan?
En als we daarop antwoord geven. We gaan daar tegenover staan. Is het dan niet zo dat we weer vervallen in dat zakelijke, dat koude, dat objectieve. Want dat is toch een van de grote verwijten die we vandaag in de kerken vaak horen. Het was vroeger allemaal zo kil. De preken kwamen allemaal zo van een kant.
Toch ga ik waarschijnlijk tegen de stroom in nu aandacht vragen voor het Woord, voor de prediking die van één kant komt. Van God. Van Christus! Maar dat heeft dan niets met koud, met kil, met alleen maar objectief te maken. Want het gaat hier om die ene God die een hart heeft dat zo warm is! Zo warm dat Hij Zijn eniggeboren Zoon voor zondaren gegeven heeft. Die ene God die zo gloeit van liefde dat Hij van Zichzelf zegt dat Hij liefde is, komt in de prediking naar ons toe. Hij komt met een warm hart ons vertellen wie Hij is, wat Hij gedaan heeft en wat Hij gaat doen. Hij roept ons in de prediking op om op Zijn stem ons leven, onze verlossing van zonde en eeuwige dood bij Christus en dus bij Hem te zoeken. Hij de enige God, Hij de enige die ons het enig goede leven kan geven, vraagt al onze aandacht in de kerkdienst.

1. Preek geen cultuurproduct

Is de preek ten diepste een vorm van overdracht die bij een bepaalde tijd of cultuur hoort? Als dat zo is dan kunnen we veel aan de preek sleutelen. Dan komt de preek op uit de wereld van de schepping, uit de wereld van de mensen. Dan kan de cultuur vandaag om een heel andere manier van overdracht vragen en dan is het verstandig om je daarbij ook aan te passen. Is het echt nodig om aan het gesproken Woord, aan de verkondiging van het evangelie vast te houden? Als het centrale in de eredienst? Is het nodig om er zo aan vast te houden dat daarin God naar ons toekomt en het daarom niet vermengd moet worden met onze eigen gedachten en bijdragen?
Dat zijn in onze tijd en in ons kerkelijke leven vandaag heel spannende vragen. Vragen waarop als je naar de HERE luistert, maar één antwoord mogelijk is. Juist als je de HERE kent als die ene God met dat warme hart, die alle eer en lof en liefde verdient, is er maar een antwoord mogelijk. Er is maar een antwoord mogelijk als je juist vol liefde en betrokkenheid met Christus als je Verlosser en Koning leeft. Als je leeft als kind van God in Zijn verbond.
Wat is dat antwoord dan?
Dat het de HERE is die als de sprekende God tot ons komt in de prediking. Zo is Hij! Dat heeft Hij vanaf het begin van deze wereld aan ons laten zien.
Als de HERE hemel en aarde schept, doet Hij dat door te spreken. Zijn Woord zorgt ervoor dat uit niets de complete machtige schepping ontstaat. Er is niets bij van ons als mensen. Wij scheppen niet! Wij zijn geroepen om volgens de woorden van God deze aarde te beheren! Door te spreken schept de HERE en maakt Hij wat dood was levend. Luister maar naar wat we lezen in Rom 4:17: “En Abraham is dit ten overstaan van God, op wie hij vertrouwde, die doden levend maakt en in het leven roept door wat niet bestaat.”
Juist ook als het evangelie steeds weer aan zondige mensen, aan een zondig volk gebracht moet worden, wil de HERE dat het door Zijn Woord gebeurt en niet door beelden. De beeldendienst, ook het dienen van Hem door beelden is voor de HERE verschrikkelijk. Het roept juist om Zijn straf. (Ex 32; Deut 4; 1 Kon 13) Wat was het verbod op het dienen van de HERE door beelden in de tijd van Israel anti-cultureel. Als je aansluiting bij de wereld om je heen wilde hebben moest je toch beelden gebruiken. Je ziet dat dan ook in het Tien-stammenrijk gebeuren. De zonde van Jerobeam de zoon van Nebat. Menselijk gezien was er zoveel voor te zeggen om de boodschap in de tijd en cultuur te laten landen. De HERE zei en zegt: nee! Want zo is de HERE niet. De verkondiging van Zijn Woord komt van Hem en komt niet uit de mens of de menselijke cultuur op!
Het is dan ook in die cultuur vol beelden dat de HERE tegen Zijn volk zegt: “Luister, Israel; de HEER, onze God, de HEER is de enige!” Deut 6:4
De HERE wil ook in de tijd na Christus tot Zijn terugkeer dat het evangelie verkondigd, verteld wordt! Hij wil de woorden van de prediker gebruiken om Zijn getuigenis naar de mensen toe te brengen. Het is Christus zelf die dat als de weg aanwijst tot aan Zijn terugkeer op de wolken. Hij geeft namelijk de volgende opdracht en bemoediging aan Zijn kerk als Hij op weg naar de hemel gaat: “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.” Matt 28:19,20
Dan zie je ook dat het niet vreemd is dat Paulus juist de weg van God daarin wijst dat Hij door mensen die Hij daartoe roept Zijn Woord, Zijn levende stem in deze wereld wil laten horen. Het geloof is uit het horen van Gods stem, van het evangelie door mensen gebracht. De verlossing van zonden en dood is er door het geloof hechten aan Gods stem, aan Zijn evangelie. Daarom laat de heilige Geest ons door Paulus weten: “Maar hoe kunnen zij Hem aanroepen als ze niet in Hem geloven? En hoe kunnen ze in Hem geloven als ze niet over Hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over Hem horen als Hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: “Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen.” Rom 10: 14,15
Prediking is Gods Woord verkondigen. Dat is Zijn getuigenis als de Drie-enige aan de mensen, aan de wereld, aan de gemeente voorhouden. Prediking is Gods grote daden in verleden, heden en toekomst met bevel van geloof en bekering aan de gemeente voorhouden. Met het doel dat mensen door het horen van het evangelie zich door het werk van de Geest al meer en nauwer aan Christus als hun Verlosser en Koning verbinden.
Juist deze dingen laten zien dat echte prediking niet mag zijn een mengeling van Gods bijdrage en die van ons. Juist omdat God God is en niemand anders. Er is niemand anders die weet wat Hij gedaan heeft en gaat doen. Er is niemand anders die weet wat Zijn wil is. Hij is het die in weg van Zijn Woord en de verkondiging ervan het heil, de verlossing naar ons toebrengt. Zonder dat Woord zouden we in de kerkdienst echt niets hebben.
Het is dan ook niet voor niets, het is juist heel veelzeggend dat we als eerste kenmerk en zelfs als beheersend kenmerk voor de echte, ware kerk in artikel 29 belijden: de zuivere prediking van het evangelie. Zuiver dat is zoals God het ons voorgezegd heeft en zoals dat toegepast wordt, niet volgens onze eigen mening maar volgens de mening van de Geest. Denk eraan dat, omdat prediking opkomt uit Gods eigen Woord, ook voor de prediking geldt wat we lezen in 2 Petrus 1:20: “Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat”.
Het is Christus zelf die mensen roept om Zijn evangelie te brengen aan de gemeente, aan de wereld. Om te laten zien dat het van Hem komt is dat geen groepsgebeuren, is het niet zo dat we samen als gelovige mensen een goede boodschap samenstellen. Het is daarom dat de HERE predikers stuurt die namens Hem vertellen wat Hij te vertellen heeft. Daarom is de preek een monoloog! De HERE, de Hoogheilige spreekt ons aan. Daarom is het vervangen van de prediking door een groep die samen praat, door het gesprek, niet de weg van Christus. Het is goed en nodig dat het verkondigde Woord ons brengt tot het gelovige gesprek! Om elkaar op te bouwen volgens het verkondigde Woord. In dat Woord komt de HERE met die heerlijke vergeving en met het eeuwige leven naar ons toe. Dan zie je weer hoe warm, hoe persoonlijk de prediking is als Gods eigen Woord daarin voor ons wordt verkondigd en toegepast. Dan zie je gebeuren wat we in vraag en antwoord 84 belijden: “Hoe wordt het koninkrijk der hemelen door de verkondiging van het heilig evangelie geopend en gesloten? Volgens het bevel van Christus wordt aan de gelovigen, allen samen en ieder persoonlijk, verkondigd en in het openbaar verklaard, dat al hun zonden hun door God om de verdienste van Christus werkelijk vergeven zijn, zo vaak zij de belofte van het evangelie met waar geloof aannemen. Maar aan alle ongelovigen en huichelaars wordt verkondigd en verklaard, dat de toorn van God en het eeuwig oordeel op hen rusten, zolang zij zich niet bekeren.
Naar dit getuigenis van het evangelie zal God oordelen, zowel in dit als in het toekomstige leven.”1
Zo komen we ook bij het volgende punt wie je als prediker bent. Wie is hij eigenlijk?

2. Prediker wie ben jij: Dienaar van het Woord

De dominee is ook maar een mens. Een mens met zijn eigen levenservaring. Een mens met zijn eigen gaven en eigenaardigheden. Hij is een zondig en gebrekkig mens zoals alle andere mensen dat ook zijn. Hij heeft elke dag vergeving nodig, elke dag de vernieuwing door Gods Geest. Het is nodig dat de dominee een biddende dominee is en in alles, ook in Zijn bijzondere taak, het helemaal van de HERE verwacht. Om zo door de Geest bewerkt te worden dat hij dienaar wil zijn. Niet zijn eigen woord en gedachten wil doorgeven maar Gods Woord. Juist dit uitgangspunt bepaalt hoe je preekt, hoe er in de gemeente van Christus gepreekt moet worden. Dit bepaalt het karakter van de prediking..
Zij die geroepen worden om het evangelie in en aan de gemeente te verkondigen, worden dienaren van het Woord genoemd. Paulus schrijft meerdere keren over de bediening van het evangelie die hij en andere predikers van Christus als opdracht gekregen hebben.

Twee belangrijke voorbeelden daarvan uit de brieven van Paulus:
2 Korinthe 3:5-8: “Niet dat wij vanuit onszelf zo bekwaam zijn dat we dit als ons eigen werk kunnen beschouwen; onze bekwaamheid danken wij aan God. Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen; niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van Zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Wanneer wat de dood bracht en met letters in steen werd gegrift, al met zoveel luister verscheen dat het volk van Israel niet naar Mozes kon kijken door de stralende glans van zijn gezicht – een glans die verdween-, zal dan wat de Geest brengt niet nog groter luister hebben?”
“Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden. Ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus lijden ontbreekt, ten behoeve van Zijn lichaam, de kerk. Waarvan ik de dienaar ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat Zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt”. Kol 1:23-25
Lees ook 2 Kor 5:18-21; 6:4; Ef 3:7; 1 Tim 1;12; 4:6; Hand 6:1-4.
De bediening van het evangelie is een taak die God aan de prediker geeft. Hij staat in dienst van Christus en moet als Zijn gezant optreden. Hij moet echt dienaar van Christus, dienaar van het Woord van Christus zijn.
De predikers moeten niet hun eigen woorden en ideeën verkondigen maar het Woord van hun Meester. (Hand 6:4)

De predikant moet als dienaar van het Woord onafhankelijk van mensen blijven

De predikant staat als verkondiger van het Woord niet in de eerste plaats in dienst van de kerkenraad of van de gemeente. Dat mag niet zo zijn. Zo mogen een kerkenraad en gemeente ook nooit gaan denken of redeneren. De predikant is geroepen om het Woord van Christus op de preekstoel uit te dragen, niet het beleid van de kerkenraad of de smaak van de gemeente. Het betekent o.a. dat de predikant in de bediening van het Woord altijd onafhankelijk van mensen moet blijven.
Heel duidelijk lees je dat in 2 Tim 4:1,2: “Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van Christus Jezus, die zal oordelen over de levende en de doden, ik bezweer je bij Zijn komst en heerschappij: Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist.”
Timotheus wordt opgeroepen om het Woord te verkondigen. Zelfs wanneer het voor mensen onaangenaam is. Het Woord moet beheersen. Het Woord van Christus moet over Zijn knecht heersen en hem beheersen. Hij moet eerlijk en in biddende afhankelijkheid van God het Woord van Christus in een bepaalde situatie verkondigen. Daartoe roept Christus zelf hem. Ook als hij weet en aanvoelt dat er veel tegenstand zal komen als hij juist dat zegt. Als de prediker dat niet doet, zal de HERE hem dat toerekenen. Hem daarvoor verantwoordelijk houden. Als de predikant het Woord van God rechtuit verkondigd is hij dienaar van de gemeente. Dan dient hij de echte opbouw van de gemeente van Christus. Denk hierbij ook aan Kol 1:24-29.
Als de predikant in de prediking streng en indringend moet vermanen, mag hij dat niet doen omdat hij kwaad is. Of omdat iets hem als persoon onaangenaam geraakt heeft. Hij moet het met geduld en liefde doen. Dat schrijft Paulus duidelijk aan Timotheus. (2 Tim 4:2) Het gaat dan om geduld en liefde voor de mensen die je wilt bereiken. Daarom is het dan ook heel belangrijk dat de prediker vanuit Gods eigen Woord duidelijk maakt waarom het zo ernstig is en waarom die boodschap zo indringend tot ons komt. Dan wordt de gemeente echt opgebouwd. Dat geldt ook als mensen dan vanwege de boodschap van het evangelie de gemeente de rug toe keren. Dan zie je dat het Woord en ook de prediking daarvan een tweesnijdend zwaard is.
Dat een predikant een dienaar van het Woord is en moet zijn, wordt ook in het bevestigingsformulier voor dienaren van het Woord benadrukt. Een paar voorbeelden:
Wanneer de predikant die bevestigd wordt een opdracht krijgt, lezen we: ”Verkondig de zuivere leer, zodat de gemeente door uw prediking en onderwijs bewaard blijft bij Gods Woord.”
Bij de opdracht voor de gemeente lezen we o.a: “Denkt eraan, dat God zelf u door hem aanspreekt. Neemt daarom de woorden, die hij naar de Schrift tot u spreekt, met blijdschap aan.”
Later lezen we in het gebed: “Wil ook allen die aan zijn hoede zijn toevertrouwd, de genade verlenen dat zij deze dienaar erkennen als door U gezonden. Geef dat zij de leer en de vermaning van Christus, waarmee deze herder tot hen komt, aannemen en zich met vreugde aan zijn leiding onderwerpen.”
De predikant staat als dienaar van het Woord in dienst van Christus. Dat wordt beklemtoond door wat we het “tegenover”van het ambt noemen. De taak die Christus hem gegeven heeft, betekent dat hij in bepaalde opzichten tegenover mensen staat:
Tegenover zichzelf,
Tegenover zijn medeambtsdragers,
Tegenover de gemeente,
Tegenover iedereen die luistert.
Het Woord vindt zijn oorsprong niet in het hart van de predikant. Als een dominee preekt, is het niet zijn woord. De prediker vraagt in diepe afhankelijkheid van zijn Meester, aan God: “Here, leg beslag op mij door Uw Geest, laat Uw Woord beslag op mij leggen zodat ik Uw Woord verkondig en niets anders.”
Daarbij komt dan ook het gebed om geloofsmoed om het Woord onafhankelijk van andere mensen te blijven verkondigen. Dat betekent dat de prediker in zijn preek ook zichzelf aanspreekt met het Woord van God. Ook zijn eigen zonden en kleingeloof bestraft.
De predikant staat in dienst van Christus. Dat is de weg waarin Christus Zijn Woord in deze wereld wil verkondigen. Aan wie moet een predikant het evangelie verkondigen en hoe moet hij hen dan aanspreken?

3. Wat is het adres van de prediking?

Vanuit zendingsperspectief of missionair perspectief is het adres van de verkondiging van het evangelie de hele wereld en alle mensen. Dan spreek je de mensen aan als mensen die God niet kennen en die de Here roept met Zijn evangelie. Als je voor de gemeente staat die in de wereld ook een licht op een berg moet zijn, moet je er rekening mee houden dat Gods volk voor je zit. Het volk met wie de HERE een speciale band heeft.
Het adres van de prediking is dan in de eerste plaats de gemeente. Een belangrijk vraag voor de prediking is dan: “Hoe zien we de gemeente? Zien we de gemeente als de gemeente waarin iedereen een echte gelovige is? Als de gemeente waarvan iedereen uitverkoren is, waarvan iedereen wedergeboren is? Of zien we ook de gemeente die voor ons zit in grote meerderheid als ongelovigen, verlorenen, mensen die niet wedergeboren zijn? Of zien we de gemeente als een groep van gemengd publiek, van gelovigen en ongelovigen?”
We moeten wegblijven bij een subjectieve beoordeling van de gemeente. Paulus spreekt de gemeenten aan wie hij brieven schrijft aan met “heiligen”of “gelovigen”. Paulus laat dan zien dat de gemeente, die door Christus vergaderd wordt, verbondsgemeente is.
De leden van de gemeente zijn voor God geen mensen zoals alle andere mensen. De HERE is met Zijn belofte naar ze toegekomen. Ze staan daardoor onder de zorg van Christus. De gemeente aan wie het Woord verkondigd wordt, is geen toevallige groep mensen die naar het evangelie luisteren. Het zijn mensen waarmee de HERE Zijn verbond gesloten heeft. Waaraan Hij Zijn liefde bewezen heeft. Deze mensen horen bij Christus. Zij staan door Gods initiatief in de rechtspositie van kind van God. Daarop moeten ze steeds weer gelovig antwoord geven. De gemeente is de verbondsgemeente zonder dat je daarmee zegt dat ieder lid van de gemeente dus een gelovige, dus een wedergeborene of uitverkorene is. (Jer 13:15-27; Joh 3; 1 Kor 10; Openb 2,3)
Juist in de verbondsgemeente moeten de leden van de gemeente tot geloof en bekering opgeroepen worden. De HERE is met Zijn onvoorstelbare liefde naar ons toegekomen. Wij moeten in diep geloof en verwondering daarop reageren. Als we dat niet doen is voor ons het oordeel juist nog zwaarder. Deze werkelijkheid belijden we ook in de gereformeerde belijdenis. Ik geef een voorbeeld. Een tweede voorbeeld hebben we al gehoord in vraag en antwoord 84.

Het voorbeeld is artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. We lezen daar de kenmerken van de ware kerk en van de ware christenen. Dan wordt duidelijk dat er ook huichelaars in de kerk met de gelovigen vermengd zijn. Die zijn wel in de kerk maar horen er door ongeloof eigenlijk niet bij. De belijdenis zegt dus in overeenstemming met Gods Woord dat er ook ongelovigen in de gemeente zijn.
De belofte van God aan de leden van de gemeente bij hun doop is heel belangrijk. De HERE heeft bij de doop heel echt en zonder twijfel zijn belofte aan hen gegeven. Dit geweldige en heerlijke voorrecht moeten we steeds weer zien en erkennen. Daarop moeten we als gemeente in de prediking steeds weer aangesproken worden. Als gemeente van Christus. Het mag onder ons geen valse gerustheid brengen. De doop betekent niet dat je dus wedergeboren bent, dat je dus uitverkoren bent en het daarom eigenlijk niet uitmaakt hoe je leeft. We belijden dat ook heel duidelijk in de eerste zinnen van het eerste Doopformulier: “De leer over de doop is als volgt samen te vatten: Ten eerste: wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden. Dit leert ons de onderdompeling in en de besprenkeling met het water. Daardoor wordt ons de onreinheid van onze ziel voor ogen gesteld. Dit moet ons ertoe brengen, dat wij een afkeer krijgen van onszelf, ons voor God verootmoedigen en onze reiniging en ons behoud buiten onszelf zoeken.”

De HERE geeft de wedergeboorte niet in de doop. Hij belooft die wel in de doop. Hij belooft dat Hij met Zijn Geest in ons wil wonen en ons aan Christus wil verbinden. De prediking moet en mag de gemeente de rijkdom van Gods belofte met als inhoud de rijke Christus voor arme zondaren, voor de gemeente aanprijzen, aanbevelen, uitroepen, verkondigen. De prediking is geen wens. Is ook niet alleen een bedreiging of verduidelijking van een tekst. Het is ook niet alleen een uitleg van Gods verbond met ons. Nee, het is het appel van Christus zelf op ons, op de gemeente. Zo moet de gemeente door de prediking aangesproken worden. Zo moet uitgestald worden het heerlijke voorrecht dat we als gemeente in deze wereld gekregen hebben. Die dan ook weer een grote verantwoordelijkheid meebrengt. Het middelpunt van de prediking is Jezus Christus in wie de Drie-enige God tot ons gekomen is. Het middelpunt van de prediking is de Drie-enige en Zijn werk.
We zien hier hoe belangrijk het is dat we steeds weer de oproep die vanuit de christelijke gereformeerde kerken tot ons gekomen is om toch onderscheidenlijk te preken te honoreren. Juist vanuit het leven, denken, ademen vanuit Gods verbond is dat heel goed mogelijk. Toch krijg ik in gesprekken meerdere keren de indruk dat dat iets is wat als achterhaald gezien wordt. Je moet er als dominee vanuit gaan dat de hele gemeente gelovig is. Het is daarom volgens sommigen in de kerken verkeerd om in de prediking op te roepen tot bekering. Het zou nodig zijn om alleen te bemoedigen. Oproepen tot bekering stoot af wordt dan gezegd maar het bemoedigen dat houdt mensen nog het meest bij Christus. We vergeten dan dat de HERE in Zijn Woord zowel in het Oude als Nieuwe testament zo heel duidelijk vermaant en tot bekering oproept en ook bedreigd als we ons niet bekeren. Wij moeten ook in de prediking niet wijzer dan God willen zijn. Je ziet hier volgens mij een neiging tot de leer van Arminius die in de Dordtse leerregels zo duidelijk op grond van Gods eigen Woord veroordeeld wordt. De neiging om te zeggen dat een vriendelijk appel genoeg voor een mens is om tot geloof te komen en te blijven geloven. (Verw der Dwa III/IV,7) Je ziet hoe mensen in de kerken geraakt zijn door het evangelische/arminiaanse gedachtegoed dat ieder mens een vrije wil heeft waarmee hij of zij uit zichzelf voor God kan kiezen. Het is nodig om steeds weer in de prediking te laten zien wie God is en hoe Hij ons roept en op het gebed door Zijn Geest tot nieuwe mensen wil maken die zich steeds weer willen bekeren. Dan wil je ook veel meer van God weten. Dan is Christus, het leven met Hem het centrale in je leven, in de prediking en in de gemeente. Hierover nog een paar opmerkingen in het laatste deel van deze lezing.

4. Hoorder wie ben jij?

Ik hoor heel weinig preken van collega’s. Ik kan geen oordeel geven over hoe er in de kerken gepreekt wordt. Daaraan ga ik mij nu ook niet wagen. U hebt daarmee meer ervaring dan ik. Wel is het me de laatste tijd een enkele keer opgevallen dat ik een kerkdienst meemaakte waarin zowel in prediking als in gebed niet of bijna niet over vergeving en ook niet over bekering gesproken werd. Een preek had als tekst dat God liefde is en in die preek werd er bijna niet over het werk dat Hij vanuit Gods liefde tot verzoening van zondaren moest doen, gesproken. Dit terwijl juist het vervolg van 1 Joh 4:8 waarin die liefde van God zo heel bijzonder uitkomt. Daarin dat God Zijn Zoon in de wereld gestuurd heeft voor de verzoening van Zijn kinderen met Hem.
Zonder een algemeen oordeel over de prediking te kunnen uitspreken is het wel zo dat we kinderen van onze tijd zijn. En dat dit ook zijn invloed op ons heeft. Ook op de hoorder. De hoorder van de preek, leeft in een klimaat waarin hij of zij in zijn of haar omstandigheden geraakt wil worden. Ik moet er iets aan hebben vandaag! Ik heb niets aan lange verhalen, ik heb niets aan kennis waarmee ik nu in de praktijk van mijn leven niets kan. Al die uitleg in de preek is voor mij niet nodig. Ik wil praktische handvatten waar ik nu iets mee kan. Dat zeggen de mondige gemeenteleden van 2012 ook tegen de predikanten. Als je ze daarmee niet tevreden kunt stellen heb je kans dat ze weglopen. Naar een andere kerk of plaats waar voor hen in hun omstandigheden aansprekender gepreekt wordt.
Waarmee hebben mensen dan zoal moeite?
Een aantal voorbeelden:
"Dominee, ik wens niet steeds weer aan zonde herinnerd te worden. Door het kruis ligt de zonde achter mij. Ik ben een nieuw mens. Het is niet nodig dat ik steeds weer tot bekering opgeroepen wordt in de kerkdiensten. Kerkdiensten zijn het vieren van het nieuwe leven door de Geest en niet een oproep om steeds weer je zonden te belijden. Als u dat doet maakt u mij onrustig. Als u dat doet maakt u mij depressief. Als u dat doet neemt u de blijdschap uit mijn leven weg."
Alleen als we de zonden preken en niet de verlossing in Christus laten zien, als we niet Gods heerlijke belofte aan de gemeente verkondigen, zouden zulke opmerkingen terecht zijn. Maar als dat wel gebeurt en er wordt toch zo gesproken zie je dat mensen teveel van zichzelf denken. Ze zien niet meer dat ze zondaars zijn die elke dag het gebed om de vergeving van de zonden nodig hebben. Ze zien niet meer dat ze steeds weer nodig hebben om in de prediking in de spiegel van Gods liefde in Christus eigen liefdeloosheid te zien en vergeving bij Christus te zoeken. Dan is verdwenen het oerbijbelse dat je als gelovige tegelijk zondaar en gerechtvaardigd bent. Juist in die band door de Geest met Christus.
"Dominee, al die uitleg van de Bijbel, dat uitleggen van wat de Geest ons in de Bijbel allemaal leert, hoeft van mij niet. Ik wil een pakkende boodschap die iets met mij doet. Wat moet je met al die kennis van de Bijbel? Geen kennis maar veel gevoel, veel wat mij praktisch aanspreekt."
Hier zie je de moderne mens die een boodschap voor zichzelf wil waar hij hier en nu iets mee kan, dat hem nu raakt. Veel beleving graag. Niet dat lerende. Waarom nog de tweede dienst vooral als dat een leerdienst is waar veel minder te beleven is? Is dat niet een van de belangrijke redenen voor het teruglopende kerkbezoek in de tweede dienst?
"Al die lijnen in de Bijbel waardoor de heilsgeschiedenis duidelijker gemaakt wordt hoeft voor mij niet? Daar doe ik niet zoveel mee. Mij spreekt veel meer aan als mensen in de Bijbel mij als voorbeelden gegeven worden. Vooral als ze zo worden voorgesteld dat ik daarin mijn eigen leven, mijn eigen gevoelens herken."

Broeders en zusters dit zijn vragen die heel indringend en kritisch naar predikanten in onze kerken toekomen. De druk kan heel groot zijn om daarin mee te gaan. Om alles op de kaart van het subjectieve te zetten. Het lijkt allemaal mooi en fijn en toch verliezen we juist zo dat echte contact, die echte omgang met de HERE, met Christus. Want als we door het werk van de Geest juist door het middel van de prediking aan Christus ons leven verloren hebben, als we de HERE als de belangrijkste in ons leven lief zijn gaan krijgen, willen we juist al meer van hem weten. Hem en Zijn wil al dieper leren kennen. Al meer weten van wat Hij gedaan heeft, doet en zal gaan doen. Dan is wat Hij ons in de Bijbel leert voor ons zo’n heerlijke bron waardoor we Hem al meer willen leren kennen. Dan willen we dat het Woord van God in de prediking al meer voor ons opengaat. Niet als een encyclopedie met een stel koude feiten, je zoekt geen objectivisme: je weet wel veel maar je omgang met de HERE en je naaste is niet zo belangrijk. Nee, dan zoek je in je leven en in de prediking het al meer en dieper kennen van de HERE en weet je je daarin persoonlijk door Hem geleerd en aangesproken. Dan bid je om de Geest om die woorden en kennis diep in je leven te laten doordringen. Om in liefde voor de HERE te leven, Hem al meer te loven, al meer Zijn goedheid, grootheid, almacht, heiligheid, wijsheid, rechtvaardigheid en nog zoveel meer te zien. Verwonderd dat jij bij die God mag horen. Spreken over Hem en over Christus, al meer Zijn Woord leren kennen is dan voor jou heerlijk, daar leef je dan voor. Dan zie je vaak later hoe goed het is dat de Geest door de prediking je dingen geleerd heeft die je toen niet nodig leek te hebben maar een paar jaar later zie je daar de heel praktische waarde voor je leven in. Dan leer je ook van voorbeelden in de Schrift als die voorbeelden je volgens Gods eigen Woord leren wat de omgang met God betekent en wie de HERE is.
Dr G van den Brink heeft over de prediking dingen gezegd in 2006 die ook voor ons, voor onze kerken heel belangrijk zijn. Hij zei toen o.a; “Misschien moet de gereformeerde gezindte zich daarom vandaag wel onderscheiden door alle aandacht te vragen voor het objectieve: het Evangelie is waar, en het is voor mij bestemd, ook als ik er niets van voel. Want het is op feiten gebaseerd, op dingen die niet in een uithoek zijn geschied maar zich in de openbaarheid hebben afgespeeld.”
Dan gaan we ook zien wat die zuivere verkondiging van het evangelie ons leert! Het leert onze de gezonde leer. Ook als dat tegenover onze gedachten en gevoelens staat. Het leert ons onze plaats te kennen in deze wereld. Als het goed is altijd leerling van Christus en dus altijd leerling van het Woord. Elke dag je in je hele leven willen laten corrigeren, willen laten gezondmaken door de leer van Christus.
Hoorder, wees niet iemand op de tribune die volgens eigen regels bepaalt wat jij in de prediking wilt horen. Nee, wees leerling van het Woord. Laat je leren door de Geest volgens Zijn Woord. Dan ben je niet alleen een hoorder van het Woord maar ook een dader. Dan ben je een mens van God die de goede strijd strijdt.
Wanneer er zo gepreekt wordt en geluisterd wordt, zullen de kerken bloeien in dat echte leven met de HERE. Dan zien we ook, dan bevinden we ook hoe God werkt en zoeken we Hem steeds weer. Dan willen we als mensen ontvangen en willen we niet zelf de boodschap maken. Nee, dan buigen we ons onder Gods Woord en wet en willen we al meer leren wie de Drie-enige is. Al meer leven tot Zijn eer! Wie God leert kennen leert al meer zichzelf kennen en valt daardoor Hem al meer in aanbidding ten voet.



NOTEN
____________________________________________________________
1 Je ziet ook in andere belijdenisgeschriften de eenheid van het geloof op dit punt. Ook met Luther. We lezen in de Augsburgse Confessie in art 4,5 o.a. het volgende: “Verder wordt geleerd dat wij vergeving van zonde en gerechtigheid voor God bereiken kunnen niet door onze verdiensten, werken en prestaties, die de verzoening met God zouden bewerken.
Integendeel, wij ontvangen vergeving van zonde en wij worden voor God rechtvaardig uit genade om Christus wil door het geloof. Dat wil zeggen: wanneer wij geloven, dat Christus voor ons geleden heeft en dat ons om zijnentwil de zonde vergeven, gerechtigheid en eeuwig leven geschonken worden. Dit geloof wil God als gerechtigheid, die voor Hem gelden kan, aanzien en toerekenen – zoals Paulus zegt in het 3e en 4e hoofdstuk van de brief aan de Romeinen.
Art 5. Opdat wij tot dit geloof zouden komen, heeft God het predikambt ingesteld, het evangelie en de sacramenten gegeven. Door deze middelen geeft God de Heilige Geest, die in hen die het evangelie horen, het geloof werkt waar en wanneer Hij wil. Het evangelie leert dat wij door de verdienste van Christus en niet door eigen verdienste een genadige God hebben, wanneer wij dit geloven.
Verworpen worden de Wederdopers en anderen, die leren dat wij de Heilige Geest kunnen ontvangen zonder het ‘uiterlijke’ Woord van het evangelie door eigen inspanning, gedachten en prestaties.”

ds Rob Visser

[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Verkondig!



  • -> Want indien ik het evangelie verkondig, heb ik geen stof tot roemen. Immers, ik ben ertoe genoodzaakt. Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig! 1 Korinthe 9:16->

Zusterwebsite

  • Zie voor korte dagelijkse meditaties en artikelen in Nederlands en Afrikaans de zusterwebsite: www.evangelie-voor-elke-dag.nl

VERSCHENEN

  • 21 januari 2013 Verschenen verklaring over Bijbelboek Daniel. In alle boekwinkels te bestellen. De gegevens zijn de volgende: God is trouw tot in de verste toekomst. Toepasselijke verklaring van het boek Daniel Rob Visser ISBN 9789081171090 136 pagina´s Van Berkum Graphics Zwaag Prijs: 12,50

VERSCHENEN

  • LEVEN ZONDER GOD IS ZINLOOS 14 MEI 2011 is een verklaring van het bijbelboek Prediker onder deze titel verschenen. Net als de verklaring van Hooglied is het een combinatie van een degelijke verklaring die ook het concrete leven van vandaag ter sprake brengt. Om zo te zien hoe goed en nodig een leven met God ook in de 21e eeuw is. -> ISBN 978-90-811710-8-3 Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail: info@drukkerijvanberkum.nl Prijs 12,50->

ZOJUIST VERSCHENEN



  • -> ZOJUIST VERSCHENEN 11 SEPTEMBER 2009-> Ds Rob Visser VERKLARING VAN HOOGLIED ONDER DE TITEL: IK HOU ZO VAN JOU! Het is een verklaring waarin ik geprobeerd heb een degelijke verklaring te geven en de inhoud ook heel concreet op onze tijd toe te passen. De prijs wordt: 9,95 ISBN/EAN 978-90-811710-3-8 Zie op deze website ook: Bijbelboek Hooglied -> Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ->

Nieuw boek: Lees maar

  • Zojuist verschenen! 11 oktober 2011 LEES MAAR 19,90 Uitdagingen voor gereformeerde theologie vandaag Bijdragen over bijbellezen en christelijk leven De laatste jaren is er in kerken die zich gereformeerd noemen veel veranderd. Opvattingen over de leer van de kerk, over historische bijbelgedeelten, over ethiek en tucht zijn geruisloos maar radicaal veranderd. Waardoor is dat gekomen? Waarom sterft de kritiek over die veranderingen zo gemakkelijk uit? Er wordt gezegd dat de kerk met haar tijd mee moet. Er wordt gezegd dat het uiten van kritiek de kerk schaadt. Er wordt gezegd dat het allemaal niet zo simpel is. En wie wil er nu een conservatieve scherpslijper zijn, die het beter weet dan mensen die er verstand van hebben? LEES MAAR wil laten zien dat we alleen in de Bijbel kunnen lezen hoe we met onze tijd, met elkaar en met de wereld moeten omgaan en dat echte wijsheid alleen in de Bijbel te vinden is. Het gaat over het lezen en toepassen van de heilige Schrift in deze tijd. LEES MAAR gaat in op veelgestelde vragen en drogredenen, zoals: - Leest niet iedereen de Bijbel vanuit zijn eigen vooronderstellingen? - Als wij de Bijbel samen met een gelovige intentie lezen, dan is dat toch van de heilige Geest? - Het is toch niet zo belangrijk voor ons persoonlijke geloof of alles precies zo gebeurd is zoals het er staat? - Is Jezus navolgen niet veel belangrijker dan het toepassen van geboden? - Houden we elkaar door de liefde niet veel beter vast dan door de tucht? De auteurs van LEES MAAR zijn L. Heres, C. Koster, ds. J.R. Visser, J.P.C. Vreugdenhil en H. Vreugdenhil-Busstra. Het voorwoord is geschreven door drs. L.J. Geluk. Het boek bevat tevens een bijdrage van dr. P. de Vries over de duidelijkheid van de Schrift.

Brede en smalle weg



  • -> ZIE ZONDE EN DE SMALLE WEG ->

VERSCHENEN

  • -> VERSCHENEN: HOE GOD ALLES MAAKTE->

    -> Van ds Rob Visser is er een boekje verschenen dat heel aktueel is. Hij geeft in dit boekje een uitgebreide uitleg van Genesis 1-3. In andere hoofdstukken gaat hij in op vragen of de dood er al was voor de zondeval, of Adam en Eva echt de voorouders van ons allemaal zijn en nog veel meer. ZIE OP MENU: NIEUW BOEK->

kinderdoop nodig?



  • -> Zie op menu->

CHRISTUS REGEERT

  • -> Christus regeert, Hij is de overwinnaar BELANGRIJKE OPMERKINGEN BIJ DE LEER VAN HET CHILIASME ->

    -> Zie Duizendjarig Rijk Openbaring 20 ->

Crematie

  • -> Verassen of begraven?->

    -> ZIE CREMATIE ->

NU VERSCHENEN

  • -> BELIJDENDE KERK BLIJVEN Ds HW van Egmond Ds HG Gunnink Ds PL Storm Ds JR Visser-> ’een kerk die leeft belijdt - een kerk die belijdt leeft’. Het is een bundeling van een aantal opstellen over de functie van de belijdenis van de kerk en de binding eraan. Dit boekje is uiterst actueel vanwege de ontwikkelingen in de kerken. Te koop in de boekhandel Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ISBN 978 90 81171021 - 112 pagina’s € 13,50 (excl. verzendkosten) -> Nog steeds verkrijgbaar: Hoe God alles maakte, ds. Rob Visser - 56 pagina’s - € 9,95 De wereld, onze woning, dr. C. van der Waal - 128 pagina’s - € 12,95 nu voor € 9,95 ->

Bijbelboek Job

  • -> HOE LEZEN WIJ HET BIJBELBOEK JOB ->

    -> Zie bij menu Bijbelboek Job ->

Onvergeeflijke zonde



  • -> Over zonde tegen de Heilige Geest Zie Zonde vs Geest ->

Google Analytics Alternative Real Time Web Analytics Copyright 2002-2017