» KINDERDOOP OOK IN 2011 ECHT NODIG

Wat is dit?

Foto ->KINDERDOOP ECHT NODIG OOK IN 2011

Inleiding

Het artikel dat je hieronder leest is een lezing die ik 26 mei 2011 in Nijkerk over de kinderdoop gehouden heb. De aanleiding voor deze inleiding is dat ook in de Gerformeerde Kerken er geluiden te horen zijn die er om vragen om ook het opdragen van kinderen toe te laten als ouders bezwaren hebben tegen de kinderdoop.
Het verhaal wat je hier vindt, noemt niet alle argumenten voor de kinderdoop. Andere argumenten heb ik ook zelf behandeld in een artikel en een preek die te vinden zijn op www.evangeliebelijder.mysites.nl.
Hieronder volgt de lezing zoals die in Nijkerk gehouden is.

De tijd->


We leven in 2011. We leven in dat jaar in West-Europa. In Nederland. Daar moeten we heel goed rekening mee houden. Dat betekent dat we in een bepaalde cultuur, een bepaalde denk en voelwereld leven. Die we ook zelf niet buiten de deur houden. Die ook invloed op ons eigen leven heeft. Die wereld is er niet alleen buiten ons maar ook in ons. Dat maakt ook voorzichtig en bescheiden als je gaat toetsen. Dan moet het niet alleen een toetsen zijn van wat je buiten je eigen wereld ziet maar ook van wat je in jezelf ziet. Ook er op letten hoe je ook zelf door de geest van de tijd beinvloed wordt en bent.
Als we het dan hebben over de doop van de kleine kinderen van gelovige ouders zien we hoe juist in onze tijd mensen problemen met de kinderdoop hebben of krijgen. Het is opvallend als je let op perioden in de gescheidenis waarin er veel verzet tegen de kinderdoop is het persoonlijke en het zelf kiezen ten koste van het samenleven en samen volk van God zijn sterk naar voren komt.
Je ziet dat terug in de eerste eeuwen bij de de montanisten. In de tijd van de reformatie bij de wederdopers en de doopsgezinden, in de 19e eeuw bij de baptisten en in onze tijd lijkt het of het al meet algemeen om zich heen grijpt.
Je ziet in kerken die officieel met vraag en antwoord 74 van de Heidelbergsche Catechismus belijden dat de jonge kinderen in de kerk van Christus gedoopt moeten zijn er al meer ruimte gevraagd wordt. Ook ruimte voor mensen in de kerk die hun kinderen niet willen laten dopen. De kinderdoop als een mogelijkheid in de kerk. Soms nog de mogelijkheid die de voorkeur verdiend en waar je mensen toe wilt trekken maar zeker niet als de enige mogelijkheid.
Je ziet hoe deze discussie ook in de Gereformeerde Kerken de laatste tijd gevoerd wordt. In artikelen van ds van der Hoeven, ds Roosenbrand, het verslag van de uitspraak van de classis Amsterdan-Leiden. In het voorgaan van Stefan Paas in een baptistengemeente. Als je wat breder kijkt zie je ook in het pas verschenen boek Marginaal en Missionair van ds W. Dekker dat er ruimte gelaten wordt voor de opvatting ja of nee kinderdoop.
Ook als je in de gemeente met broeders en zusters spreekt voel je hoe er onzekerheid komt. Is het echt nodig om aan iedereen in de gemeente de verplichting op te leggen om hun kind te laten dopen? Als mensen in de gemeente daarmee moeite hebben waarom zou je ze dan niet de mogelijkheid geven om hun kind op te dragen en niet te laten dopen?
Is het eigenlijk niet heel mooi om je kind op te dragen en de doop te laten wachten tot het belijdenis doen? Dan heb je nog iets om naar uit te kijken. Zo’n symbool van iets heel nieuws bij het belijdenis doen is toch heel mooi en aansprekend? Ja, en dat een kind gedoopt wordt dat zelf nog niet gelooft, is toch wel een beetje vreemd. Dat kind heeft zelf nog niet voor God gekozen en wie zegt dat die het gaat doen en toch wordt dat kind wel aan God verbonden. Neem je dan dat kind, dat mens wel serieus? We mogen en moeten toch zelf kiezen. Ook kiezen of we wel bij Christus en bij de kerk willen horen? Het zullen vragen en opmerkingen zijn die u bekend in de oren klinken. Misschien ken je ze wel vanuit je eigen hart.

->Collectief of individueeel->

Een heel belangrijke oorzaak van deze vragen en opmerkingen is de overgang van een denken vanuit het samen volk van God zijn naar de nadruk op mijn eigen ik. Hoe dat denken voor een omslag kan zorgen en ook brengt tot een andere manier van Bijbellezen zie je heel duidelijk in een recnt boekje van de Nederlands Gereformeerde emeritus predikant H. De Jong. Ik geef een heel belangrijk citaat uit zijn betoog.
Let er op dat dit gedeelte niet over de doop gaat maar het wel heel duidelijk maakt hoe in de Bijbel vaak anders gesproken wordt dan wij denken en voelen in de maatschappij van vandaag. Hier komt het citaat: “De moeite die wij in de tegenwoordige tijd met de openlijke beleving van de homoseksuele geaardheid hebben schrijf ik dus toe aan het niet zien van de ontwikkeling in de samenleving van collectief naar individueel, wat ons voorzichtig zou moeten maken met het toepassen van bijbelse verboden op hun situatie. Deze ontwikkeling van collectief naar individueel wordt in de bijbel zelf trouwens al enigzins zichtbaar. Terwijl het oude Israel collectief uit Egypte trok zijn het bij de terugkeer uit Babel meer individuen geweest (‘allen wier geest God had opgewekt om op te trekken’, Ezra 1:5) die de terugtocht ondernamen. Daar kunnen we de prediking van de profeten op aankijken die ervoor gezorgd heeft dat uit het volkstotaal een ‘rest’, een overblijsel, van persoonlijk gemotiveerden ontstond. Dan, wordt in het Oude Testament het volk Israel overwegend collectief aangesproken, de brieven aan de nieuwtestamentische gemeenten zijn in het meervoud geredigeerd. En terwijl in het Oude Testament alleen de jongens besneden werden (de meisjes waren in de jongens begrepen), zie je in het Nieuwe Testament ook de meisjes (Lydia) dat sacrament ontvangen, wat alles op een zekere individualisering van de samenleving wijst. Deze individualisering is daarna verder gegaan, zoals blijkt uit de afschaffing van de slavernij en de vrouwenemancipatie. En nu zijn de homoseksuele aan de beurt. Daaraan zien we dat de bijbelse leer een doorlopende en geen doodlopende weg is. En dat geeft mij de vrijmoedigheid om in de bijbelse verboden terzake iets tijdgebondens, iets achterhaalds te zien. We behoeven evenwel deze regels daarom niet te schrappen (Verderf niet; er ligt een zegen in!’, Jes 65:8), een historisch lezen van de Schrift volstaat.” De Weg Tien stellingen over de Bijbel. p. 34,35
Je ziet hier hoe de cultuur van vandaag beslissend wordt voor het lezen en toepassen van het Woord van God. We laten ons dan niet meer echt corrigeren door Woord van de eeuwige God dat richtinggevend en goed is voor mensen van alle tijden en culturen. Als we al meer gaan denken vanuit het individuele, vanuit mijn eigen persoon dan zal de doop van de kinderen van de gelovigen al meer onder druk komen te staan. Want de doop van de kleine kinderen is juist gegrond in Gods verbond met Zijn volk. Dat is geen denken vanuit een bepaalde cultuur maar daarin laat de HERE zien wie Hij is en hoe Hij verbonden wil Zijn met Zijn volk en zo ook aan ieder persoonlijk onder Zijn volk.

->Heel het huis->

Juist vandaag hebben de gedeelten in de Bijbel waar gesproken wordt over het dopen van iemand met zijn hele huis grote betekenis. Het gebeurt nogal eens dat deze gedeelten als een duidelijk bewijs voor de kinderdoop makkelijk aan de kant worden geschoven. Met de heel makkelijke opmerking: er staat nergens dat er ook echt kinderen of echt kleine kinderen in zo’n huis waren.
Als we eens goed kijken naar wat de Heilige Geest ons over de doop zegt als het gaat om de doop van mensen en hun huis zien we dat daarin een geweldig bewijs voor de kinderdoop ligt. Je ziet daarin Gods liefde en trouw voor de kinderen van de gelovigen. Laten we samen eens naar deze gedeelten in Gods Woord kijken.
Eerst eens kijken waar er in het Nieuwe Testament gesproken wordt over het dopen van iemand met zijn of haar huis.
• Dan komen we eerst uit bij de Romein Cornelius. Petrus moet leren om ook naar de heidenen te gaan en ook samen met ze te eten. De Here heeft hem op het dak van
het huis van Simon de leerlooier laten zien dat er geen onrein voedsel meer is. Dat hij bij heidenen in huis mag gaan. Knechten van Cornelius komen Petrus halen om juist aan hem en zijn huis het evangelie te brengen. Meer over Christus te vertellen. Petrus ziet hoe mensen in dat huis van Cornelius gaan geloven, hoe de Heilige Geest daar over hen komt. Daarover spreekt Petrus later als hij zich tegenover de gelovigen uit de Joden verantwoordt. Dan vertelt hij dat een engel van de Here tegen Cornelius voor die tijd gezegd heeft: “Stuur mannen naar Joppe en ontbied Simon die ook Petrus genoemd wordt. Die zal woorden tot u spreken waardoor u zalig zult worden en heel uw huis.” Hand 11:13,14
• Het is later Paulus die in Filippi het evangelie verkondigt aan een aantal vrouwen. Een van hen is Lydia de purperverkoopster. Zij komt tot geloof en van haar lezen we
dan: “En toen zij gedoopt was, en haar huis, drong zij er bij ons op aan: Als u van oordeel bent dat ik trouw ben aan de Here, kom dan in mijn huis en blijf er. Ze drong er sterk op aan.” Hand 16:15
• In hetzelfde Filippi komt de gevangenisbewaker tot geloof in Jezus Christus. Van hem lezen we: “ En hij nam hen in dat nachtelijke uur met zich mee en waste hun striemen, en hij werd onmiddelijk gedoopt, en al de zijnen. En hij bracht hen in zijn huis en richtte voor hen de tafel aan. En hij verheugde zich dat hij met al zijn huisgenoren ( letterlijk heel zijn huis) tot geloof in God gekomen was.” Hand 16:33,34.
• We komen de uitdrukking met heel zijn huis ook nog tegen als Paulus het evangelie in Corinthe verkondigt. Van het heerlijke effect van die verkondiging lezen we dan in Hand 18:8: “En Crispus, het hoofd van de synagoge, geloofde met heel zijn huis in de Here; en velen van de Korinthiers die Paulus hoorden, geloofden en werden gedoopt.”
• Paulus spreekt nog een keer over de doop van iemand met zijn huis in 1 Kor 1:16: “ Ik heb echter ook het huisgezin van Stefanus gedoopt. Verder weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb.”
Waar komt deze uitdrukking van iemand met zijn huis nu vandaan? Je ziet hier o.a. een duidelijke achtergrond vanuit het Oude Testament. We lezen daar bijvoorbeeld:
“Ik en mijn huis”. Gen 34:30; Joz 24:15
“U en uw (hele) huis” o.a: Gen 7:1; 17:12,13; 45:11; Deut 14:26; Jer 38:17
“Hij en zijn hele huis” o.a: Deut 6:22; 1 sam 1:21; 2 Sam 9:9; 15:16
“Zij en haar huis” 2 Kon 8:2
In deze teksten en ook nog anderen wijst huis op het huisgezin. Dat huisgezin waren de vader en de moeder met de kinderen van elke leeftijd die er dan waren. Het was zelfs zo dat bij dat huis ook konden horen andere familieleden die daar leefden en de slaven met hun gezinnen die bij deze hele familie hoorden.
Dat ook zeker de kinderen bij het huis hoorden blijkt als de farao van Egypte in Gen 45 aan de broers vraagt om naar Egypte te komen. Dan zegt de faroa o.a: ‘haal uw vader en uw gezinnen (huizen) op en kom naar mij toe. Dat bij die huizen zeker ook kleine kinderen gerekend werden lees je dan in vers 19: “En u hebt bevoegdheid, doe dit: Neem uit het land Egypte wagens mee voor uw kleine kinderen en voor uw vrouwen.”
Je ziet bijvoorbeeld ook bij Elkana dat bij zijn hele huis ook de kinderen horen. We lezen in 1 Samuel 1:21,22: “Die man Elkana ging met zijn hele gezin op weg om de HERE het jaarlijkse offer en ook zijn gelofteoffer te brengen. Hanna ging echter niet mee maar zei tegen haar man: Als de jongen van de borst af is, zal ik hem brengen, zodat hij voor het aangezicht van de HERE verschijnt en daar voor eeuwig blijft.”
Je ziet hier heel duidelijk dat ook de kleine baby Samuel bij het huis van Elkana hoort.
Je kunt je afvragen of dat begrip huis in de loop van de tijd geen andere betekenis heeft gekregen. Als we letten op de boeken die tussen het Oude en het Nieuwe testament geschreven zijn is dat niet het geval. Bijvoorbeeld in de boeken van de Makkabbeen komen we meerdere keren de uitdrukking huis tegen in de betekenis van iemand hele gezin of hele familie. 1 Makk 1:60,61; 13:3; 14:26;16:2.
Als je dit overziet wordt het onmogelijk dat het woord huis in verband met de doop gebruikt wordt terwijl kinderen van de doop uitgesloten zouden zijn. Juist als je er aan denkt dat de familiegegevens van de gedoopten in het Nieuwe Testament niet verder gespecificeerd zijn, is het in die tijd duidelijk dat kinderen niet van de doop uitgesloten waren.
Hierbij sluit ook naadloos aan dat we in de brieven gedeelten lezen waarin allerlei regels van christelijk leven gegeven worden voor een heel huis. Dan zie je ook dat de kinderen daar heel echt bij horen. Dan denk ik aan Efeze 6 en Collosenzen 3. Je ziet dan hoe het hele gezin echt bij de gemeente van Christus hoort en daarop aangesproken wordt. Bijvoorbeeld in Col 3:18-21: “Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals het behoort in de Here. Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet verbitterd tegen haar. Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in alles, want dat is welbehaaglijk voor de Here. Vaders, terg uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.”
Als je overziet hoe de Heilige Geest over het gezin en de familie in Zijn gemeente spreekt, kun je niet anders dan zeggen dat God met Zijn belofte ook naar de kleine kinderen komt. Dat ook die kleine kinderen gedoopt horen te zijn. Dan zie je ook hoe duidelijk in die tijd spreekt wat Petrus op de Pinksterdag zegt: “Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van zonden; u zult de gave van de heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, er toe roepen zal.” Hand 2:38,39
Je ziet hier dat kinderen bij het verbond horen dat de HERE sluit! Het gaat hierbij niet om een theologische keuze of een theologische voorkeur zoals collega van der Hoeven zegt. Het gaat hier met wat tot nu toe gezegd is en ook met andere duidelijke bewijzen voor de doop van de kinderen van de gelovigen om het getuigenis van Gods eigen Woord. Wat we belijden in vraag en antwoord 74 van de heidelgergsche Catechismus en in artikel 34 van de nederlandse Geloofsbelijdenis en in de Dordtse leeregels I,17 is duidelijk gegrond in Gods eigen Woord. Het gaat hier om gehoorzaamheid aan Christus. Het gaat niet om twee opties waarvan je dan kunt zeggen dat de een rijker en beter is dan de ander en meer niet.

->Tolerantie->

Nu, kan ik de vraag voorstellen: Ja, maar we hebben in de kerken toch ook al lang een zekere tolerantie voor mensen die problemen met de kinderdoop hebben? Daarover is toch zelfs een synodebesluit genomen?
Dat is waar. Dat is in 1914 gebeurd. Maar om wat voor tolerantie gaat het hier? Hoort bij die tolerantie ook dat kinderen daadwerkelijk niet gedoopt worden? Het is heel duidelijk uit de uitspraak en het rapport wat er bij was dat het hier niet gaat om tolerantie voor wel en niet dopen van de kinderen in de gemeente. Daarop hebben de kinderen in de gemeente door Gods werk juist het recht gekregen.
Hieronder volgt de uitspraak van 1914:
Tolerantie jegens wie te goeder trouw dwalen
Inzake de vraag, of iemand, die in alles met de gereformeerde belijdenis akkoord gaat, maar de kinderdoop verwerpt, doch voor dit afwijkend gevoelen belooft geen propaganda te maken en de getuigenis heeft van een vrome wandel, geacht mag worden te voldoen aan de vereisten, gesteld in art. 60 K.O. voor de toelating tot het heilig avondmaal, antwoordt de synode:
1. dat zij over het bedoelde geval geen beslissing kan geven, omdat haar daartoe de nodige gegevens ontbreken en een generale uitspraak, dat afwijking van een bepaald leerstuk van de kerk geen beletsel zal behoeven te wezen om iemand tot de gemeenschap van de kerk toe te laten, niet wenselijk kan wezen;
2. dat zij echter wel wil uitspreken, dat onze gereformeerde kerken steeds hebben geoordeeld, dat naar het voorbeeld van de apostolische kerk tolerantie kan worden geoefend jegens broeders die te goeder trouw in enig stuk van de leer dwalen, mits dit niet enig fundamenteel stuk van de waarheid raakt, de dwalenden bereid zijn zich beter te laten onderrichten, en beloven voor dit gevoelen geen propaganda te maken, waarbij het natuurlijk vanzelf spreekt, dat zulke broeders, zolang ze in dat gevoelen volharden, in geen geval voor enig ambt in de kerk verkiesbaar zijn;
3. dat zij aan de betrokken kerkenraad, desnoods met advies van de classis, de beslissing moet overlaten, of in het hier bedoelde geval zulk een tolerantie wenselijk en geoorloofd is.
('s-Gravenhage 1914, art. 138)

In het begeleidende rapport staat ook dit te lezen:
“zo b.v. of zulk een persoon ongehuwd en boven de jaren is om kinderen te krijgen, in welk geval zijn afwijkend gevoelen omtrent de kinderdoop praktisch geen invloed zal hebben; dan wel of hij reeds kinderen heeft of vermoedelijk nog krijgen zal, in welk laatste geval hem zeker de eis zou moeten gesteld worden dat hij deze kinderen zou moeten laten dopen.”

->Waarom de doop van de kinderen van de gelovigen echt-> nodig?

Ik noem nu maar een paar redenen. Er zouden er nog meer te noemen zijn.


1. In de eerste plaats omdat de HERE zelf in Zijn Woord aanwijst dat de kinderen er echt bij horen. Dat ze delen in Zijn belofte waarvan de doop het teken en zegel is. Het
Gaat erom dat juist de afwijzing van de kinderdoop ons stelt voor een keuze. Gaat het hier om iets kleins? Nee, het gaat erom dat de HERE in Zijn Woord heeft laten zien dat Zijn liefde en barmhartigheid in Christus ook naar de kleine kinderen van de gelovigen uitgaat. Je ziet dat op een heel bijzondere manier in Marcus 10. Je ziet daar hoe boos de Here Jezus zich maakt als Zijn leerlingen de kleine kinderen bij Hem willen weghouden. Dan zegt Christus, de Zoon van God: ““laat de kinderen bij mij komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij.”
Het zijn niet de volwassenen die aan de kinderen als voorbeeld worden voorgehouden maar de kinderen aan de volwassenen. Juist in hun kinderlijk vertrouwen. Juist in hun willen ontvangen. Het gaat er juist in het dopen van de kinderen van de gelovigen om dat je daarin belijdt wat Christus ons laat zien dat “de kinderen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij Zijn gemeente horen.” We ontnemen onze kinderen dat geweldige voorrecht en de geweldige vastheid en troost die daarin ligt als we ze de doop bij het begin van hun leven ontnemen. Het zou toch heel vreemd zijn als we in de gemeente van Christus die mogelijk geven terwijl de HERE zelf met Zijn liefde met daarbij een teken en zegel naar onze kinderen wil komen.
De doop van onze kinderen is in de eerste plaats nodig omdat de HERE ons zelf die weg wijst.

2. De doop van onze kinderen is nodig omdat de HERE daarin laat zien dat Hij heel echt naar onze kinderen is toegekomen. Daarop mogen we elkaar en ook onze kinderen
wijzen! De HERE zelf heeft in de doop laten zien dat Hij jouw God en Vader wil zijn. Zo kunnen we onze kinderen in een prestatiemaatschappij laten zien dat het niet van hun prestatie afhangt of ze wel bij Christus mogen horen. Ze hoeven niet eerst een bepaald niveau te halen om te weten dat ze veilig in de Verlosserhanden van Christus zijn. Ze mogen weten als het in hun leven goed mis gegaan is dat ze dan met belijdenis van schuld vanuit hun hart altijd welkom zijn bij de HERE. Dat er dan ook voor hen vergeving is zo zeker als ze gedoopt zijn.

3. De doop van onze kinderen is nodig omdat daarin zo duidelijk naar voren komt dat onze kinderen als verloren zondaren in de wereld komen. Die zo nodig hebben dat
ze nieuwe mensen worden. Dat ze nodig hebben om wedergeboren te worden. Ze mogen pleiten op Gods belofte, Zijn belofte dat Hij door Zijn Geest hen tot nieuwe mensen wil maken. Juist in onze tijd waarin het spreken over zonde en genade, vooral als mensen zichzelf al als gelovigen zien, al meer naar de achtergrond verdwijnt. In die tijd is het nodig dat we vanuit de doop onze kinderen voorhouden in voortdurende strijd tegen de zonden te leven. Dat te doen juist vanuit Gods belofte!

4. De doop van onze kinderen hebben we in onze tijd zo nodig in de strijd tegen het individualisme.
In de strijd tegen een gedachte die al meer van gods concrete geboden aan de kant schuift omdat het wel bij de vroegere maatschappij zou passen maar niet bij de moderne maatschappij. Wij denken nu eenmaal anders. Wij zijn meer gericht op het individu en daardoor zouden dan zelfs concrete geboden door de HERE gegeven voor alle mensen veranderd zijn. Dan is het zo nodig om te zien dat de HERE de God van het verbond is en blijft. Dat Christus juist een volk vergadert. Jong en oud. Van baby tot de 100 jarige. Dat Hij wil dat we als een volk in de wereld leven en daarin Zijn licht in de duistere wereld laten zien. Hij leert ons om niet de weg te gaan waar ik mij als individu het prettigst bij voel maar waar we samen leven volgens Zijn Woord en wil. Om zo samen ook zichtbaar Zijn volk te zijn. Dat hebben we elkaar juist weer te leren vanuit Gods eigen Woord. Laat dan ook ons gebed zijn dat de Heilige Geest ons dat leert tot diep in ons hart om niet de weg van de wereld te gaan. Alleen in die weg is er bewaring en leven voor Christus kerk op deze wereld.

Ik dank u voor Uw aandacht.



[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Verkondig!



  • -> Want indien ik het evangelie verkondig, heb ik geen stof tot roemen. Immers, ik ben ertoe genoodzaakt. Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig! 1 Korinthe 9:16->

Zusterwebsite

  • Zie voor korte dagelijkse meditaties en artikelen in Nederlands en Afrikaans de zusterwebsite: www.evangelie-voor-elke-dag.nl

VERSCHENEN

  • 21 januari 2013 Verschenen verklaring over Bijbelboek Daniel. In alle boekwinkels te bestellen. De gegevens zijn de volgende: God is trouw tot in de verste toekomst. Toepasselijke verklaring van het boek Daniel Rob Visser ISBN 9789081171090 136 pagina´s Van Berkum Graphics Zwaag Prijs: 12,50

VERSCHENEN

  • LEVEN ZONDER GOD IS ZINLOOS 14 MEI 2011 is een verklaring van het bijbelboek Prediker onder deze titel verschenen. Net als de verklaring van Hooglied is het een combinatie van een degelijke verklaring die ook het concrete leven van vandaag ter sprake brengt. Om zo te zien hoe goed en nodig een leven met God ook in de 21e eeuw is. -> ISBN 978-90-811710-8-3 Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail: info@drukkerijvanberkum.nl Prijs 12,50->

ZOJUIST VERSCHENEN



  • -> ZOJUIST VERSCHENEN 11 SEPTEMBER 2009-> Ds Rob Visser VERKLARING VAN HOOGLIED ONDER DE TITEL: IK HOU ZO VAN JOU! Het is een verklaring waarin ik geprobeerd heb een degelijke verklaring te geven en de inhoud ook heel concreet op onze tijd toe te passen. De prijs wordt: 9,95 ISBN/EAN 978-90-811710-3-8 Zie op deze website ook: Bijbelboek Hooglied -> Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ->

Nieuw boek: Lees maar

  • Zojuist verschenen! 11 oktober 2011 LEES MAAR 19,90 Uitdagingen voor gereformeerde theologie vandaag Bijdragen over bijbellezen en christelijk leven De laatste jaren is er in kerken die zich gereformeerd noemen veel veranderd. Opvattingen over de leer van de kerk, over historische bijbelgedeelten, over ethiek en tucht zijn geruisloos maar radicaal veranderd. Waardoor is dat gekomen? Waarom sterft de kritiek over die veranderingen zo gemakkelijk uit? Er wordt gezegd dat de kerk met haar tijd mee moet. Er wordt gezegd dat het uiten van kritiek de kerk schaadt. Er wordt gezegd dat het allemaal niet zo simpel is. En wie wil er nu een conservatieve scherpslijper zijn, die het beter weet dan mensen die er verstand van hebben? LEES MAAR wil laten zien dat we alleen in de Bijbel kunnen lezen hoe we met onze tijd, met elkaar en met de wereld moeten omgaan en dat echte wijsheid alleen in de Bijbel te vinden is. Het gaat over het lezen en toepassen van de heilige Schrift in deze tijd. LEES MAAR gaat in op veelgestelde vragen en drogredenen, zoals: - Leest niet iedereen de Bijbel vanuit zijn eigen vooronderstellingen? - Als wij de Bijbel samen met een gelovige intentie lezen, dan is dat toch van de heilige Geest? - Het is toch niet zo belangrijk voor ons persoonlijke geloof of alles precies zo gebeurd is zoals het er staat? - Is Jezus navolgen niet veel belangrijker dan het toepassen van geboden? - Houden we elkaar door de liefde niet veel beter vast dan door de tucht? De auteurs van LEES MAAR zijn L. Heres, C. Koster, ds. J.R. Visser, J.P.C. Vreugdenhil en H. Vreugdenhil-Busstra. Het voorwoord is geschreven door drs. L.J. Geluk. Het boek bevat tevens een bijdrage van dr. P. de Vries over de duidelijkheid van de Schrift.

Brede en smalle weg



  • -> ZIE ZONDE EN DE SMALLE WEG ->

VERSCHENEN

  • -> VERSCHENEN: HOE GOD ALLES MAAKTE->

    -> Van ds Rob Visser is er een boekje verschenen dat heel aktueel is. Hij geeft in dit boekje een uitgebreide uitleg van Genesis 1-3. In andere hoofdstukken gaat hij in op vragen of de dood er al was voor de zondeval, of Adam en Eva echt de voorouders van ons allemaal zijn en nog veel meer. ZIE OP MENU: NIEUW BOEK->

kinderdoop nodig?



  • -> Zie op menu->

CHRISTUS REGEERT

  • -> Christus regeert, Hij is de overwinnaar BELANGRIJKE OPMERKINGEN BIJ DE LEER VAN HET CHILIASME ->

    -> Zie Duizendjarig Rijk Openbaring 20 ->

Crematie

  • -> Verassen of begraven?->

    -> ZIE CREMATIE ->

NU VERSCHENEN

  • -> BELIJDENDE KERK BLIJVEN Ds HW van Egmond Ds HG Gunnink Ds PL Storm Ds JR Visser-> ’een kerk die leeft belijdt - een kerk die belijdt leeft’. Het is een bundeling van een aantal opstellen over de functie van de belijdenis van de kerk en de binding eraan. Dit boekje is uiterst actueel vanwege de ontwikkelingen in de kerken. Te koop in de boekhandel Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ISBN 978 90 81171021 - 112 pagina’s € 13,50 (excl. verzendkosten) -> Nog steeds verkrijgbaar: Hoe God alles maakte, ds. Rob Visser - 56 pagina’s - € 9,95 De wereld, onze woning, dr. C. van der Waal - 128 pagina’s - € 12,95 nu voor € 9,95 ->

Bijbelboek Job

  • -> HOE LEZEN WIJ HET BIJBELBOEK JOB ->

    -> Zie bij menu Bijbelboek Job ->

Onvergeeflijke zonde



  • -> Over zonde tegen de Heilige Geest Zie Zonde vs Geest ->

Google Analytics Alternative Real Time Web Analytics Copyright 2002-2017