» Ambtsdrager zijn - vakantie van het ambt?

Wat is dit?

Foto ->Vernieuwd: AMBTSDRAGER ZIJN

Op deze pagina stond een inleiding onder de titel: Geen vakantie van het ambt. Deze lezing heb ik ongeveer 5 jaar geleden bij de toerusting van onze gemeente gehouden. Ik heb er nu een inleiding bijgevoegd die gaat over de relatie tussen ambtsdrager zijn en het Woord. Ook deze lezing is ongeveer 5 jaar geleden gehouden. Dat kun je soms ook merken aan de discussies die worden genoemd. De positieve inhoud is nu nog steeds heel actueel in het kerkelijke leven van 2012! Daarom nu ook hier opgenomen.

1 maart 2012

AMBTSDRAGERS EN HET GEZAG VAN GODS WOORD->


Je gaat als predikant op bezoek bij een nog jonge vrouw die de boodschap gekregen heeft dat ze kanker heeft. Het is nog niet duidelijk hoe ernstig het is. Toch is er alle reden om bezorgd te zijn. De artsen hebben dat ook gezegd en zijn voor de definitieve uitslagen al met een chemokuur begonnen. In het gesprek met deze zuster komen ook reacties van anderen op haar situatie naar voren. Ze heeft het er moeilijk mee dat mensen in de kerk en ook ambtsdragers steeds weer aan haar vragen of ze niet opstandig is. Of ze God eigenlijk geen verwijten maakt. Als ik dan zeg dat dat helemaal niet bij mij leeft. Dat ik juist rust bij Vader in de hemel vind. Want dominee het is toch zo dat ik net als ieder ander mens nog veel meer ellende verdiend heb?! Het is toch een wonder dat ik Gods kind ben en mag blijven al zal deze ziekte mijn dood betekenen. Als ik deze dingen zeg dan komen mensen met allerlei psychologische verhalen dat die opstandigheid nog wel komt en dat dat toch heel normaal is. Het lijkt alsof mensen en ambtsdragers mij dat aanpraten.
Deze ontmoeting in de praktijk van pastorale zorg laat iets zien van de invloed van een bepaalde manier van denken die ook onder ons veld gewonnen heeft. Een denken dat voor een groot deel door de menselijke ervaring gestuurd wordt. De menselijke ervaring krijgt dan langzaam maar zeker meer invloed dan het werk van Gods Geest door het Woord. Dan wordt onze kijk op de ambtsdragers, op de kerk en ook op het geloofsleven al meer bepaald door psychologie, sociologie, management ideeën en andere menswetenschappen. Zonder om daarmee maar op enige manier te zeggen dat deze menswetenschappen ons geen nuttige aanwijzingen kunnen geven of ons voor dingen gevoelig kunnen leren zijn. Maar dan moeten die ideeën altijd wel door de filter van Gods Woord gaan en dat kunnen doorstaan. Als we terugdenken aan die jonge vrouw die kanker gekregen heeft, moeten we natuurlijk wel echt met liefde en zorg over haar bewogen zijn. En ook vragen met warme belangstelling wat dit bij haar oproept, juist ook in haar verhouding met de HERE. Dan weten we al uit Gods eigen Woord hoe gelovigen met God kunnen worstelen als heel moeilijke dingen hun leven binnenkomen en daarover zullen we dan ook als ambtsdragers hebben te spreken. Om juist die zuster heel dicht bij de HERE te willen brengen. Dan kunnen we juist met Gods eigen woorden de weg wijzen en troosten. Dan kunnen we juist over onze gevoelens, onze obstakels in dat leven met God in die concrete situatie praten en het licht van Gods eigen Woord daarover laten schijnen.
Daarbij is het belangrijk dat we in de kerk voor het werk van de ambtsdragers ons niet laten leiden door allerlei bestuursmodellen van eigen tijd maar ook daarin Gods eigen Woord en wijsheid laten spreken. Ik denk hier bijvoorbeeld aan een soort management waarbij er maar enkele ouderlingen zijn die alleen als een soort bestuurscollege of als coach optreden. We mogen niet vergeten dat ambtsdragers ook inhoudelijk op een bijzondere manier tot herderlijk werk in de gemeente geroepen zijn. De herder die ook persoonlijk verzorgt.
Als je naar mensen luistert zie je dat ook als er over ambtsdragers gesproken wordt het democratische denken een grote invloed heeft. Democratisch denken is nog heel iets anders dan het ambt van alle gelovigen in de gemeente tot ontplooiing te willen laten komen.

->Democratisch->

De democratie zoals we dat op het vlak van de regering van ons land kennen, beïnvloed ook het denken in andere verbanden. Ook het denken over de gemeente. Is het zo dat de gemeente van Christus een democratische structuur moet kennen? Moeten de besluiten eigenlijk door de gemeente genomen worden of door de kerkenraad? Moet het beleid door de gemeente door groepen in de gemeente of door de ambtsdragers gemaakt worden?
De vragen die hier gesteld worden, zijn in onze tijd belangrijke vragen en raken ook de functionering van de gemeente.

->Afhankelijk van de modellen van eigen tijd?->

Wij zijn voor de orde in de kerk niet van de regels van onze eigen tijd afhankelijk. Het is niet zo dat de kerk zoals de wereld op dat moment moet functioneren. De Here Jezus maakt dit heel duidelijk aan Zijn leerlingen. Juist als onder Zijn leerlingen de vraag opkomt wie onder hen de belangrijkste is, zegt de Here Jezus:
“De koningen van de volken voeren heerschappij over hen en hun machthebbers worden weldoeners genoemd. Doch gij niet alzo, maar de eerste onder u worde als de jongste en de leider als de dienaar. Want wie is de eerste: die aanligt, of die dient? Is het niet, die aanligt? Maar Ik ben in uw midden als dienaar.” Luk 22:25-27 De Here Jezus maakt in Matt 23:8 duidelijk dat een ons Meester is en dat is Hij. Zijn Koninkrijk word niet geregeerd zoals dat in de wereld gewoon is. Onze Heiland zegt dan ook tegen Pilatus: “”Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu is mijn Koninkrijk niet van hier.”
De gemeente van Christus moet dan ook niet volgens het gebruik van de omgeving in een bepaalde tijd geregeerd word maar volgens de orde die Koning Christus zelf voor Zijn gemeente in Gods Woord gegeven heeft. Daarom begint art 30 van de NGB met de volgende zin: “Wij geloven dat deze ware kerk geestelijk geregeerd moet worden op de wijze die onze Here ons in zijn Woord geleerd heeft.”
Ondanks dit zien we in de geschiedenis steeds weer de neiging om de gemeente als een soort democratie te zien.

->Wij zijn niet de eerste in de geschiedenis.->

Ik wil nu twee voorbeelden uit de geschiedenis naar voren halen waar in de kerk om democratie gevraagd word. Het eerste voorbeeld komt uit het Oude Testament en het tweede uit de tijd van de Reformatie.
• Wij gaan nu eerst terug naar de tijd dat Mozes en Aaron de door God aangestelde leiders van Israel waren. Het volk is onder leiding van Mozes uit Egypte getrokken en is nou naar het beloofde land onderweg.
Nadat de HERE aan Zijn volk Zijn wet gegeven heeft, komt er een opstand tegen Mozes en Aaron onder leiding van Korach, Datan en Abiram. Deze opstand word o.a. gedragen door het verlangen dat niet alleen de huidige leiders de beslissingen nemen maar dat het hele volk daarbij betrokken zal zijn. Wij horen uit de mond van de opstandelingen de volgende woorden klinken: “Laat het u genoeg zijn, want de hele vergadering, zij zijn heiligen, en de HERE is in hun midden. Waarom verheft u u dan boven de gemeente des HEREN?” Num 16:3
De opstandelingen hebben gelijk dat het hele volk heilig is. Kijk Ex 19:5,6. De HERE maakt duidelijk dat het heilig zijn van Zijn gemeente nog niet betekent dat de gezagsverhoudingen die Hij in de gemeente gegeven heeft nou in een democratie omgezet moet worden. Deze roep om democratie is een verzet tegen de HERE en de leiders die Hij aangesteld heeft. Heilig leven in dienst van de HERE betekent ook dat jij jou voegt in de orde die Hij voor Zijn gemeente gegeven heeft. Hij geeft ambtsdragers die van Hem de taak gekregen hebben om de gemeente te regeren. De HERE onderstreept dat het Zijn orde is waartegen Korach en de zijnen zich verzetten en daarom treft de doodstraf hen vanwege de volgehouden opstand. Kijk Num 16.
• Een belangrijk moment in de kerkgeschiedenis is het optreden van een zekere Morily in de tijd van de Reformatie. Het is begrijpelijk dat na het tirannieke optreden van de Paus en de rest van de zogenaamde geestelijkheid er een reactie kwam. Een reactie heeft altijd het gevaar om je alleen maar tegen iets te keren en dan door te slaan. We zien dit bij Morily. Hij pleit voor democratie in de kerk. De gemeente zelf moet de besluiten nemen en niet de ambtsdragers. In de gedachten van de Morily staat de activering van de gemeente centraal. Morily meent dat het daarom nodig is dat alle rechten aan de gemeente gegeven worden. Alles wat voor leer en leven betekenis heeft valt volgens hem onder het beslissingsrecht van de gemeente. De gemeente oordeelt over de leer. De gemeente besluit over de tucht. De gemeente kiest de ambtsdragers en als de gemeente meent dat bepaalde ambtsdragers niet meer voldoen, ontslaat de gemeente. Volgens Morily is de gemeente souverein. Daarom is het volgens Morily niet goed als de kerkenraad regeert.
De gereformeerde kerken hebben deze gedachten niet overgenomen maar als onschriftuurlijk verworpen. De Franse gereformeerde kerken waarin Morily predikant is, wijzen zijn gedachten af. Zij spreken op de synode van Orleans in 1562 uit: “Het boek van Morily bevat een verderfelijke leer. Het veroorzaakt verwarring en verstrooiing in de kerk.” De kerk van de Reformatie heeft het priester wees van elke gelovige erkent en willen bevorderen zonder om de manier van regering die Christus zelf aan Zijn gemeente voorgeschreven heeft te veranderen.

->Christus regeert en verzorgt Zijn gemeente door-> ambtsdragers

Als wij van een democratie praten, is de wil van de meerderheid beslissend. Dan komt het gezag van de regeerders ook bij mensen vandaan. Dan is dat gegrond op onderlinge afspraak en op wat vandaag de draagkracht genoemd word. Zo mag het in de kerk niet zijn. Het gezag in de kerk komt van Christus. Christus is de Koning van de kerk die ambtsdragers gebruikt om Zijn gezag in de kerk te laten regeren. Dat is de weg van het Woord.
Het is niet de wil van een meerderheid of minderheid die in de kerk behoort te regeren maar Christus, Zijn Woord moet door mensen die Christus aangesteld heeft over en in de gemeente regeren.
Ik noem nu maar twee voorbeelden waar we zien dat het God is die ambtsdragers aanstelt en daarom tegenover Hem in de eerste plaats verantwoordelijk stelt.
Paulus zegt tegen de ouderlingen van Efese in Hand 20:28: “Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente van God te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.”
Wij lezen in Efeze 4 van Christus die naar de hemel opgevaren is om vanuit de hemel te regeren als de Koning o.a: “En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.” Vs 11,12

->Christus geeft de ambtsdragers gezag om de gemeente te regeren->

Het element van regeren over de gemeente is heel duidelijk bij de opdracht voor de ambtsdragers. Vooral bij de ouderlingen. Het gaat dan ook om een regeren met gezag. Het is niet zo dat wij ambtsdragers kiezen en dan eigenlijk alleen naar hen willen luisteren als zij dingen doen of zeggen die volgens onze smaak zijn. De ouderlingen zijn in het bijzonder met het gezag van Christus als de Herder van Zijn gemeente bekleed. Christus is de Herder en Hij geeft aan Zijn gemeente herders die in Zijn Naam en volgens Zijn Woord de gemeente leiden. Dat is geen leiden waarbij de ouderlingen hun eigen belang zoeken maar de kudde de weg van Christus wijzen. Wij lezen dat heel mooi in 1 Petrus 5:2-4: “Hoedt de kudde van God, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid niet als heerschappij voerend over het geen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden voor de kudde. En wanneer de opperherder verschijnt, zult u de onverwelkelijke krans des heerlijkheid verwerven.”
Wanneer je nu over het gezag van de ouderlingen praat, is het opvallend dat we hier lezen dat zij geen heerschappij mogen voeren. Betekent dat dat ze alleen voorbeelden zijn en geen besluiten moeten nemen om daarmee de gemeente te leiden en te regeren¬?
Nee, maar dit moet juist wel uit hun voorbeeld voortkomen. Zij moeten in hun leven voorop gaan in het volgen van Christus als de Opperherder. Zo moeten ambtsdragers in hun leven beelden van Christus, beelden van liefde voor en liefdevolle gehoorzaamheid aan God zijn. Dan leiden de ambtsdragers door hun voorbeeld. Dan mogen de ambtsdragers ook liefde, respect en gehoorzaamheid van oud en jong in de gemeente verwachten. Dat komt duidelijk naar voren in het vervolg van 1 Petrus 5 als we lezen: “Evenzo, gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkaar met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. Vernedert u dan onder de machtige hand van God, opdat Hij u verhoge te zijner tijd.”
Let erop dat de Heilige Geest de ambtsdragers er op wijst om niet te willen heersen, om niet hun eigen voordeel, hun eigen zin te zoeken en daarvoor het gezag te gebruiken dat Christus hun gegeven heeft. Daarna spreekt de Geest dan ook de hele gemeente aan. De jeugd maar daarna ook de hele gemeente. Het niet mogen heersen over gemeente mag niet zo uitgelegd worden dat jij je makkelijk afmaakt van wat een ambtsdrager zegt en wat de kerkenraad besluit. Het is namelijk opvallend dat we hier de oproep lezen dat de jongeren naar de oudsten moeten luisteren en dat we ons allemaal onder de hand van God moeten vernederen. Dat betekent o.a. dat wij de gezagsverhoudingen die Hij geeft door ons ook met liefde geëerbiedigd worden. Dat we daarin de wijsheid en liefde van onze God en Verlosser zien. Christus regeert Zijn gemeente door de ambtsdragers die Hij geeft en die Hij aanwijst.
Een andere plaats in de Bijbel waar we dat ook heel helder lezen is Hebr 13:17: “Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan hen, want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen.”

->Het gehoorzamen en vertrouwen van de ambtsdragers->

De Heilige Geest vindt het nodig om de gemeente nu aan te spreken in verband met de ambtsdragers van nu. De oproep om hen te gehoorzamen en je aan hen te onderwerpen maakt duidelijk dat dat ook toen niet vanzelfsprekend was. Het is nodig om dit heel duidelijk tegen de Hebreeen te zeggen. Het lijkt erop dat een deel van hen dat in de praktijk niet doet en er in de harten van een deel van de gemeente tegenstand is. Wij denken zo vaak zo menselijk. Wij halen er in onze tijd gauw op een verkeerde manier allerlei menswetenschappen bij. Wij wijzen dan heel gauw naar ambtsdragers die dan niet genoeg sociale vaardigheden hebben en daarmee kunnen we dan verklaren en begrijpen dat mensen niet naar hen luisteren. Dan gebruiken we op zichzelf nuttige aanwijzingen, ook voor de ambtsdrager!, niet om zelf te groeien in het leven met de HERE en onze naaste maar om jezelf of anderen te ondersteunen in ongehoorzaamheid aan de HERE en Zijn Woord. Het kan ook zo zijn dat iemand een leeftijdsgenoot is of veel jonger dan jou is. Het kan zijn dat iemand ambtsdrager geworden is waarvan jij weet dat er vroeger in zijn leven een zondige levenstijl was. Hem gehoorzamen, jou aan hem onderwerpen is toch echt teveel gevraagd. Wij zijn vaak geneigd om op deze manier te denken. Om niet vanuit vertrouwen maar uit wantrouwen te reageren. Dan zeggen we heel gauw: die ouderling, diaken of dominee moet eerst mijn vertrouwen winnen. Natuurlijk is het goed dat een ambtsdrager zijn best doet om al meer vertrouwen te krijgen maar dat neemt niet weg dat wij allemaal met vertrouwen moeten beginnen. Vanaf het moment dat iemand ambtsdrager is. Waarom? Omdat wij als het goed is onze Verlosser Jezus Christus volledig vertrouwen! Hij die Zijn leven voor ons wantrouwige, zondige mensen volledig gegeven heeft. Hij die Zijn Geest over de gemeente uitgestort heeft. Hij is het, de Heilige Geest is het die concreet deze broeders tot ambtsdragers geroepen heeft en daarom verdienen zij uw, jouw vertrouwen. Wij vertrouwen Christus en de Heilige Geest toch wel in de Goddelijke wijsheid waarmee God juist deze broeders aan ons als onze ambtsdragers gegeven heeft?! Het is de Heilige Geest die de ambtsdragers over de gemeente als kudde van Christus aangesteld heeft. Kijk o.a. Hand 20:28. Het is heel belangrijk dat wij van de oproep van de Geest om de ambtsdragers te gehoorzamen en ons aan hen te onderwerpen nooit het volgende vergeten: “Als Christus de taak van ambtsdrager in de gemeente gegeven heeft, mogen wij in onze houding en optreden daar geen vraagtekens plaatsen.” Behalve natuurlijk als de ambtsdrager het pad van Gods Woord verlaat.
Waarin ligt nu het bijzondere waarom wij aan de ambtsdragers in de kerk gehoorzaamheid verschuldigd zijn? Dat ligt in het bijzondere werk waartoe de HERE de ambtsdragers geroepen heeft. Wij lezen daarvan in onze tekst: : “Want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen.”
Ouderling, diaken, dominee zijn is maar niet een of ander erebaantje in de kerk. Het is ook geen machtspositie die je kunt gebruiken om je eigen ideeën een keer vorm te kunnen geven. Nee, je hebt de opdracht gekregen om over “de zielen te waken”. Om de gemeente, om de schapen bij Christus te houden, naar Christus te leiden. Om jou steeds weer met liefde en diepe bewogenheid in te zetten om broeders en zusters bij het evangelie, bij het leven met de Geest te bewaren. Dan moet er intens gewaakt worden. Dat is de taak die God ons geeft. Dat betekent ook dat juist de ambtsdrager zijn mond moet opendoen als hij een schaap of een deel van de gemeente bij het leven in liefde en in gehoorzaamheid aan de HERE ziet wegdwalen. Dan geldt ook voor de ambtsdrager van vandaag wat de HERE tegen Ezechiël gezegd heeft: “Mensenkind, u heb Ik tot wachter over het huis van Israel aangesteld. Wanneer u een woord uit mijn mond hoort, zult u hen uit mijn naam waarschuwen. Als Ik tot de goddeloze zeg: U zult zeker sterven – en u waarschuwt hem niet en spreekt niet om de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen ten einde hem in het leven te behouden, dan zal die goddeloze in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar van zijn bloed zal Ik u rekenschap vragen. Maar als u de goddeloze waarschuwt en hij bekeert zich niet van zijn goddeloosheid en van zijn goddeloze weg, dan zal hij in zijn eigen ongerechtigheid sterven; maar u hebt uw leven gered.” Ez 3:17-19.
De ambtsdragers hebben allemaal op hun eigen terrein: ouderlingen, diakenen, predikanten een heel verantwoordelijke taak gekregen. De zorg voor de schapen heeft God op een bijzondere manier aan hen toevertrouwd. Zij zijn daarvoor op een bijzondere manier verantwoordelijk en moeten daar op de dag van hun sterven verantwoording van doen aan God. Dat is de ernst en de zwaarte van het ambt. Dan is het zo dat geen ambtsdrager volmaakt is. Ook de ambtsdrager heeft steeds weer nodig om van vergeving, van genade alleen te leven. Ook de ambtsdragers hebben steeds weer Gods kracht nodig. Hebben steeds weer nodig om op God, om op Christus te letten. Om steeds weer kracht en liefde te ontvangen om de gemeente te leiden en te verzorgen. Dan kijken we steeds weer naar de HERE als de volmaakte Herder om van Hem te leren. Dan willen we Hem volgen die in Ez 34 tegenover de herders die zichzelf zoeken zegt: “Ik zelf zal mijn schapen weiden, Ik zelf zal ze doen neerliggen, luidt het woord van de Here HERE; de verlorene zal Ik zoeken en de afgedwaalde terughalen; de gewonde zal Ik verbinden en de zieke versterken, maar de vette en krachtige zal Ik verdelgen. Ik zal ze weiden zoals het behoort.” Vs 15,16.
Dat weiden en leiden betekent ook dat de ware leer de ambtsdragers heel na aan het hart ligt. Want wat gebeurt er als er verkeerde dingen verkondigd worden? Dan leren we de HERE niet meer kennen zoals Hij is! Dan beginnen we in eigen beelden van God te geloven. Dan gaan we leven op een manier die niet volgens de wil van Christus is. Dan gaan we op de weg die van Christus onze Verlosser en Here afleidt. Waken over de zielen betekent dat we juist de hele gemeente al nader aan God en het tere leven met Hem willen brengen.


->Prachtig verwerkt in de formulieren->

Wij zijn niet de eerste christenen. Wij moeten niet denken dat het geloof, het kerk-zijn bij ons begonnen is. Het is heel belangrijk om de wijsheid, verstaan van Gods Woord dat de Heilige Geest in de geschiedenis gegeven heeft niet voorbij te gaan. Dat wij die wijsheid en dat inzicht niet mogen verachten om juist de diepte en breedte van het evangelie te verstaan lezen we heel duidelijk in Efeze 3:17,18. Een voorbeeld vind je op het punt waarover we het net hadden in de formulieren voor de bevestiging van ouderlingen, diakenen en predikanten. Je ziet ook daar op een heel mooie en diep geestelijke manier de afwisseling van de opdracht die de ambtsdragers van God krijgen en de opdracht die de gemeente ten opzichte van de ambtsdragers heeft.
Na de opdrachten die de ambtsdragers krijgen, volgen dan de volgende woorden tot de gemeente: “En u, geliefde broeders en zusters, ontvangt deze mannen als dienaren
Van God. Aanvaardt van harte de ouderlingen als herders van de gemeente. Hebt grote achting voor hen om hun werk. Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan hen, want zijn zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Zorgt dat de diakenen middelen hebben, om hun arbeid te verrichten. Weest goede rentmeesters over wat de Here u toevertrouwt en weet u in de gemeente van Christus geroepen om te dienen.” Bij dit gedeelte word in de kantlijn van het formulier vooral naar 1 Thes 5:12,13 en Hebr 13:17 verwezen.
We lezen in het formulier voor de bevestiging van een predikant de volgende opdracht voor de gemeente: “Geliefde broeders en zusters, de Here heeft deze dienaar u gegeven, Denkt eraan, dat God zelf u door hem aanspreekt. Neemt daarom de woorden, die hij naar de Schrift tot u spreekt, met blijdschap aan. Ontvang deze dienaar met vreugde, want liefderijk zijn de voeten van hen die een goede boodschap brengen. Hebt achting voor hem vanwege zijn werk. Bidt voor hem dat hij zijn taak naar behoren kan verrichten. Gehoorzaamt hem en onderwerpt u aan hem, want hij waakt over uw zielen en zal voor God rekenschap moeten afleggen. Laat hij zijn werk met vreugde doen en er niet onder gebukt hoeven te gaan, want dat zou voor u nadelig zijn. Als u zo deze dienaar van Here ontvangt, zal Gods vrede over u komen en beërft u het eeuwige leven.” Bij dit gedeelte worden in de kantlijn vooral genoemd: Fil 2:29; 1 Thes 2:13; Jes 52:7; Rom 10:15; Hebr 13:17 en Matt 10:12,13.

->Waarin ligt het gezag van een ambtsdrager?->

Als we antwoord op deze vraag zoeken, is het in de eerste plaats belangrijk om er op te letten dat we onszelf geen ambtsdrager maken. Het is niet zo dat iemand zichzelf als ambtsdrager in de gemeente mag benoemen. Het is niet zo dat iemand in de gemeente zich zo geschikt vindt dat hij zichzelf dan als ambtsdrager mag presenteren. Het gaat erom dat de Here zelf jou roept. Hij besluit wie Hij wanneer als ambtsdrager in de gemeente wil gebruiken. Het is wel belangrijk dat wij er voor zorgen dat we ons zo ontwikkelen, dat we ons zo oefenen in het leven met Christus dat we zoveel mogelijk geschikt zijn om door Christus geroepen te worden als Hij dat wil. Daarin ligt o.a. de betekenis van 1 Tim 3:1: “Dit is een betrouwbaar woord: indien iemand staat naar het opzienersambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak.”
Het gaat bij het ambtsdrager zijn juist niet om een menselijke instelling en een menselijke roeping. Het gaat erom dat God de taak van de ambtsdrager ingesteld heeft en hen ook roept en aanstelt. We horen dat als Paulus tegen de ouderlingen van Efeze zegt: “Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft.” Hand 20:28.
In onze kerkorde heeft dit onderwijs van de Heilige Geest ook een plaats gekregen als we in art 3 lezen: “Niemand mag een van deze ambten vervullen zonder wettig geroepen te zijn.” Wij moeten ook in het roepen tot het ambt op Christus als de Koning van de kerk vertrouwen en Zijn wijsheid eerbiedigen. Hij weet beter wat wij nodig hebben dan dat wij het weten. Dan kan Christus jou roepen terwijl jij er heel erg tegenop ziet. Jij denkt dat jij het niet kunt. Zoals dat bijvoorbeeld bij Jesaja en Jeremia het geval was. Kijk: Jes 6:5-9; Jer 1:4-10. Dan kan het ook zijn dat de Here jou niet roept terwijl jij het juist j zo graag wilt of denkt dat jij zo nodig bent. Denk hier aan Mozes die in het doodslaan van een Egyptenaar zichzelf als de leider van Gods volk opwierp zonder dat de HERE hem al geroepen had. Ook hierin is het zo belangrijk om Gods weg te eerbiedigen en te volgen.
Het eerste waaraan een ambtsdrager zijn gezag in de gemeente ontleent is dat de Here hem tot deze taak geroepen heeft. Toch betekent dat niet dat hij dus altijd en overal gezag heeft. Het is belangrijk om er op te letten dat hij ambtsdrager is en niet de vader van elk gezin en ook niet de baas over elk bedrijf in de gemeente. Hij oefent gezag uit in de gemeente als het om de gemeente en het leven van de gemeente gaat. Dat betekent niet dat een ouderling of diaken niets met jou vaderschap of jou leiding van een bedrijf te maken heeft. Hij is niet geroepen om jouw vaderschap of moederschap of de leiding van het bedrijf over te nemen. Toch kan een ambtsdrager reden hebben om met jou over de manier waarop jij leiding geeft, over de invulling van jouw vader of moeder zijn te praten. Om dat te doen vanuit de wijsheid van Gods Woord. De ambtsdrager neemt niet de verantwoordelijkheid over die de HERE ons in verschillende levensverbanden gegeven heeft maar wijst ons wel de weg van het Woord van de HERE in ons hele leven.
Daarin ligt de taak en ook het gezag van de ambtsdrager. Hij komt in de naam van Christus met het Woord van Christus. In dat Woord ligt zijn gezag. Met dat Woord wil hij jou oproepen om een verzoend leven met God te leven. 2 Kor 5:20. Zodra een ambtsdrager een weg wijst die niet de weg van Gods Woord is, heeft hij geen gezag meer. Dan wijst hij een weg die ons bij de verzoening met God wegleidt.
Het gezag van de predikant in de prediking, het gezag van de ouderlingen in de bezoeken en het samen dienend regeren over de gemeente, het gezag van de diakenen in het stimuleren van onderlinge liefde en het uitdelen van ondersteuning ligt in het leiding geven met en volgens het Woord van Christus. Calvijn brengt dit meer dan 400 jaar geleden zo onder woorden:
“Vergeving van zonden, de belofte van het eeuwige leven en de boodschap van de zaligheid kan toch niet in de macht van een mens liggen. Christus heeft dus getuigd dat de apostelen behalve de bediening van de prediking van het evangelie niets hebben. Dat Hij het is die door hun mond als door instrumenten alles zegt en belooft. Dat de vergeving van de zonden die zij verkondigd hebben werkelijk een belofte van God is en dat de verdoemenis die zij verkondigd hebben met zekerheid het oordeel van God is. ….. Nu weten wij dat de sleutelmacht doodeenvoudig de prediking van het evangelie is. Het is niet zozeer macht maar dienst als we het op mensen van toepassing maken. Christus heeft deze macht eigenlijk niet aan mensen gegeven maar aan Zijn Woord en heeft mensen daarvan bedienaars gemaakt.” (Institutie IV,11,1)
Het gezag van de ambtsdrager ligt in het Woord, in het evangelie dat zij in opdracht als bijzondere instrumenten van Hem bij ons brengen.
Op dit punt heb ik mijn problemen met wat prof de Ruijter in zijn boek ‘Meewerken met God’ geschreven heeft.
Ik wil toch weer terugkomen op de plaats van de Schrift in het boek van prof de Ruijter. Ook prof Baars en ds van der Wolf hebben in de laatste tijd hierbij hun vragen gesteld. Is de Schrift nu absolute norm of is dat niet zo? Prof de Ruijter heeft erop gewezen dat we hem verkeerd begrijpen als we denken dat voor hem de Schrift niet de absolute norm is. Dat is iets om dankbaar te noteren. Toch blijft er een groot probleem. Dat probleem is niet dat de Schrift ook boven ons theologiseren staat.
Het probleem is wel dat de Schrift in de manier waarop prof de Ruijter schrijft in de praktijk alleen formeel de norm boven alles is. Zodra je vanuit de Schrift gaat spreken en werken, zou je niet meer met een absolute norm te doen hebben. Dan gaat het om jouw onzeker verstaan van de Schrift. Als je vanuit de Schrift zegt: Christus wil dat Zijn gemeenten door ambtsdragers geregeerd worden zou je dat niet meer een absolute norm kunnen noemen.
Eigenlijk ben je dan bezig om heel hoog van de Bijbel op te geven maar je maakt Gods stem in de praktijk van het leven heel onzeker. Dan is de Bijbel een leeuw maar hij kan niet meer brullen. De Schrift wordt door ons theoretiseren in onze theorie opgesloten. Het wordt eigenlijk onmogelijk dat we tegen elkaar zeggen: Zo zegt de HERE. De ander kan dan meteen terugzeggen: “Nee, dat is jouw verstaan van Gods Woord. Ik erken ook dat de Bijbel Gods Woord is maar ik heb heel andere gedachten.”
Het opvallende in de Bijbel is dat de Heilige Geest zo anders over Gods Woord spreekt. Niet op zo’n theoretische manier. De erkenning van de Bijbel als het Woord van God en het licht dat dat Woord verspreidt gaan samen. Die kun je niet van elkaar scheiden. Heel duidelijk komt dat naar voren in 2 Petrus 1:19-21:
“Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.”
Hier zien we weer dat we in een donkere wereld leven. Wat hebben we nodig om de weg te vinden? Het Woord van God dat als een lamp schijnt! Het Woord van God is duidelijk! Hier kun je ook denken aan Psalm 119:105: “Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad.” Of Psalm 19:9: “De bevelen van de HEER zijn eenduidig: vreugde voor het hart. Het gebod van de HEER is helder: licht voor de ogen.”
Natuurlijk zijn er wel moeilijke problemen maar een kenmerk van Gods Woord is dat het duidelijk is. We mogen de absolute norm van God kennen als we de Schrift zelf, geen eigenmachtige uitlegging, laten spreken. We kunnen zo gaan theoretiseren dat we boven de Schrift uitgaan en dan zonder dat we dat bedoelen Gods Woord niet voluit laten spreken.
Ware theologie is juist dat we de lamp van Gods Woord zo helder mogelijk laten schijnen. Dat we juist de rijkdom van Gods wijsheid willen uitstallen en willen toepassen.
Om Gods weg in de geschiedenis te laten zien en daarbij Zijn Woord steeds weer kritisch en richtinggevend en bemoedigend op ons denken en handelen te laten inwerken. Om ons te laten leiden door God onze Vader, door Zijn Woorden als de hoogste wijsheid te kennen en te volgen. Om zo vanuit Christus door Zijn Geest te leven en te handelen, ook als mensen, ook als kerk. Als theologie iets anders is, is het geen theologie meer. Dan is het een menselijk bedrijf geworden. Dan verliezen we uit ons leven de ernst van het luisteren vol diepe eerbied naar de HERE en Zijn Woord alleen, ook uit ons leven als kerken. Gods Woord is niet gegeven om daarmee te experimenteren of te spelen maar om in diepe ernst te doordenken en daaruit dan met diepe vreugde te leven. Als dan de theologie de norm van de Schrift duidelijk naar voren brengt is dat beslissend. Dan moeten we leren buigen voor Gods wijsheid en ons leven daarin voegen en leren hoe goed dat is. Dan kan de theoloog wel eens die man zijn waarvan Schilder op de laatste bladzij van Christus en cultuur het volgende schrijft: “Gezegend mijn verstandige wijkouderling, die goed huisbezoek doet: een cultuur-kracht, al weet hij het waarschijnlijk zelf niet. Laat ze maar om hem lachen: ze weten niet wat ze doen – die cultuurslampampers van de overkant.”

->Heeft een ambtsdrager toch geen democratisch gezag?->

De namen van broeders waaruit nieuwe ambtsdragers moeten gekozen moeten worden, worden enkele weken voor de verkiezing bekend gemaakt. Dan vindt de verkiezing plaats. Betekent dat nu toch niet dat wij gezag aan de nieuwe ouderlingen en diakenen verlenen?
Dat is een gedachte die helemaal in onze tijd past maar niet de bedoeling van de verkiezing van ambtsdragers in de kerk van Christus goed weergeeft. Het gaat er bij het aanstellen van nieuwe ambtsdragers in de eerste plaats om dat het broeders zijn die vol van de Heilige Geest zijn. Broeders die volgens wat we in 1 Tim 3 en Titus 1 lezen geschikt zijn om ambtsdrager te zijn. Broeders die heel anders leven en niet herkenbaar zijn in deze voorschriften van de Geest mogen geen ambtsdragers zijn. Broeders die volgens deze Geestelijke voorschriften geschikt zijn kunnen dan op verschillende manieren als ambtsdragers aangesteld worden. Het kan gebeuren door het lot. We zien dat gebeuren als er een nieuwe apostel in de plaats van Judas moet komen. Kijk: Hand 1:24-26. Het kan gebeuren doordat een apostel en zijn helpers of na hen een kerkenraad nieuwe ambtsdragers benoemt en aanstelt. Een voorbeeld daarvan zien we in Handelingen 14 als we daar lezen: “En nadat zij voor hen in elke gemeente oudsten hadden aangewezen, droegen zij hen onder bidden en vasten de Here op, in wie zij geloofd hadden.” Vs 23. Deze mogelijkheid kennen we ook nog in onze kerkorde als daar in art 20 bepaald word: “Eventueel zal de kerkenraad zoveel personen als voor de vervulling van elk ambt nodig zijn, aan de gemeente voorstellen.”
De normale regel onder ons is dat de kerkenraad twee keer zoveel broeders voorstelt als het aantal dat nodig is. De gemeente kiest dan uit die broeders. De verkiezing heeft niet het karakter dat we daarmee het draagvlak toetsen dat iemand in de gemeente heeft. Het heeft ook niet het doel om de gemeente te vragen of hij wel geschikt voor het ambt is. Het heeft het doel om de gemeente bij het aanstellen van een ambtsdrager te betrekken. Om zoveel mogelijk daarmee bewust bezig te zijn. Om samen te bidden en samen betrokken te zijn bij de geschenken die de Here in nieuwe ambtsdragers aan ons wil geven. Ook in het vertrouwen dat de Heilige Geest zo leidt dat zij aangewezen worden die Hij nu voor de bouw van Zijn kerk wil gebruiken. Zodra wij beginnen te denken dat wij beslissen en dat het ons democratisch recht is om te kiezen wie wij willen zou het beter zijn om maar weer het lot te werpen. Het gaat er om dat de Geest aanstelt en Hij gezag aan ambtsdragers verleent en daarmee ook grote verantwoordelijkheid. Zo wil Christus Zijn gemeente regeren en verzorgen. Met Zijn evangelie.





-> GEEN VAKANTIE VAN HET AMBT
Enkele opmerkingen over de betekenis van Gods verbond voor ons ambtswerk->


Wij lezen in 2 Tim 3:1: “Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen.” Na deze woorden lezen we hoe mensen zich in de laatste dagen zullen gedragen.
Calvijn merkt bij zijn verklaring van 1 Tim 3:1 o.a. het volgende op: “Paulus leert ons in deze woorden dat ook onder het evangelie overal niet zo’n goede orde zal heersen dat alle gebreken verjaagd zullen zijn. De orde zal niet zo zijn dat alle deugden zullen bloeien en dat de herders van de Christelijke kerk minder werk met de zondaars zullen hebben dan de profeten en de trouwe priesters hadden. Hieruit volgt dat er geen tijd is om niets te doen of vakantie te nemen.”
De woorden die Calvijn hier opschrijft zijn voluit Bijbelse woorden. Woorden die laten zien hoe belangrijk het is om de eenheid van Oude en Nieuwe Testament in het oog te houden. Dan leren we op een Schriftuurlijk-nuchtere manier ons werk als ambtsdragers te doen. Dat zorgt er dan voor dat we niet op een dopers/evangelisch/charismatische manier ons werk als ambtsdragers doen. Het is voor ons werk als ambtsdragers heel belangrijk om ook in ons ambt vanuit de belofte van God aan Zijn volk en de ambtsdragers te denken en te werken.

-> Het doopsformulier->

Wat we in het formulier voor de doop van de kinderen van de gelovigen belijden, wijst er op hoe wij ons hele leven in de gemeente van Christus op de Gods belofte horen te bouwen. Dat zijn geen onzekere beloften. Het is ook niet zo dat we in de ware kerk van Christus er aan mogen twijfelen of ik de belofte van God wel ontvangen heb. De doop is in de kerk van Christus voor de kinderen van de gelovigen echt teken en zegel van Gods belofte voor het kind dat dan gedoopt wordt. We zien dat o.a. in de eerste vraag die aan de doopouders gesteld wordt en ook in het dankgebed na de doop:
• “Belijdt u, dat onze kinderen, hoewel zij in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerlei ellende, ja zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen, toch in Christus geheiligd zijn en daarom als leden van zijn gemeente gedoopt behoren te zijn?”
Ik wil voordat we naar het dankgebed na de doop gaan kijken erop wijzen dat de vraag in het doopsformulier op het fundament van onze eigen belijdenis staat. Kijk maar naar vraag aan antwoord 74 van de Heidelbergse Catechismus: “Moeten ook de kleine kinderen gedoopt worden? Ja, want de kinderen horen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente. Ook worden aan hen evenals aan de volwassenen, door het bloed van Christus, de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd.”
• Wij bidden na de doop van een kind o.a.: “Almachtige God en Vader, wij danken en loven U, dat U ons en onze kinderen door het bloed van uw geliefde Zoon Jezus Christus al onze zonden vergeven hebt en ons door uw Heilige Geest tot leden van uw eniggeboren Zoon en zo tot uw kinderen hebt aangenomen. Wij danken U, dat U ons dit met de doop verzegelt en bekrachtigt.”
Het is steeds weer nodig om deze kracht en zekerheid van Gods belofte bij elk lid van Christus kerk te benadrukken. Vooral in tijden van afval zijn mensen geneigd om aan de zekerheid van Gods beloften te gaan twijfelen. Calvijn moest in zijn tijd tegen het in twijfel trekken van Gods belofte strijden bij de Dopersen. Deze dopersen beschuldigde Calvijn ervan dat hij niet radicaal genoeg was. Calvijn wijst er in de Catechismus van Geneve op hoe vast en zeker de belofte van God is. Hij laat zien dat het niets anders als de schuld van de mens is als hij Gods belofte in zijn leven niet in geloof aanneemt. Hier volgen enkele gedeelten uit de Catechismus van Geneve:

“325. In de eerste plaats: wat is de betekenis van de doop? De doop heeft twee delen want daarin wordt de vergeving van de zonden en onze geestelijke wedergeboorte afgebeeld.

…………………

330. Maar wordt iedereen zonder onderscheid met deze genade vervuld?
Terwijl veel mensen door hun eigen verdorvenheid de weg daartoe voor henzelf sluiten, maken zij het voor zichzelf tevergeefs. Dus komt de vrucht niemand ander als de gelovigen toe, maar het neemt niets van de aard van de sacramenten weg.

……………………….

332. Maar hoe komen de zegeningen door de doop naar ons toe?
Omdat wij met Christus bekleed en Zijn Geest aan ons geschonken wordt als wij de beloften die daarin aan ons aangeboden worden, niet vruchteloos maken door ze niet te verwerpen.”

Wij zien de eenheid van Oude en Nieuwe Testament bij Calvijn op een hele mooie manier functioneren als hij naar aanleiding van de het volgende schrijft: “336. Geldt dezelfde rede als die wat bij de besnijdenis gegolden heeft nu nog voor de toelating tot de doop? Vast en zeker, omdat de beloften die God eenmaal aan de Israëlieten gegeven heeft, nu op de hele aarde geopenbaard zijn.”

Als wij zeggen dat Gods belofte voor ieder in de kerk van Christus het fundament is waarop wij ons werk als ambtsdragers doen is dat dan alleen de taal van de formulieren, van onze belijdenisgeschriften en Calvijn? Nee, het is de taal en inhoud van de Schrift. De HERE zelf leert het ons. Ik noem nu een van de talloze voorbeelden die je daarvan in de Bijbel kunt vinden. Het is een voorbeeld uit het boek Ezechiël.
Laten we samen naar Ezechiel 16 kijken. De HERE laat hier op een indrukwekkende manier zien dat Hij Zijn liefde en trouw echt uit genade aan Zijn volk Israel gegeven heeft. Hoe Hij Zijn verbond, Zijn belofte, Zijn liefde, Zijn zorg echt aan hen gegeven heeft. Luister maar hoe de HERE Israel tot Zijn volk gemaakt heeft:
“Geen oog zag met ontferming op u neer om uit mededogen een van deze dingen aan u te doen, maar u werdt weggeworpen op het veld, omdat men geen waarde hechtte aan uw leven, toen u geboren was. Toen kwam Ik voorbij u, en Ik zag u trappelen in het bloed van uw geboorte en Ik zeide tot u, in uw bloed: leef; ja, Ik zeide tot u, in uw bloed: leef.” Vs 5,6
Daarna laat de HERE zien hoe Hij ervoor gezorgd heeft dat Israel als Zijn volk sterk en mooi geworden is. De HERE heeft met dit volk Zijn verbond gesloten: “Toen kwam Ik voorbij u en zag u, en zie, de tijd van de liefde was voor u gekomen; Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de HERE Here; zo werdt u de mijne.” Vs 8
De HERE heeft Zijn volk sterk en mooi gemaakt. Zij mogen leven, Zijn volk zijn op grond van Zijn belofte. Wanneer gaat het met het volk verkeerd? Wanneer gaat het in de kerk van Christus verkeerd en zien wij dat het leven van mensen met de HERE minder begint te worden. Dat daarin geen warmte meer is? Dat gebeurt wanneer mensen gaan vertrouwen op wat uiterlijk zo mooi is. Wat voor mensen zo aantrekkelijk is. Wanneer mensen hun rijkdom en kracht niet meer in de HERE en Zijn belofte zoeken. Dat is met het volk Israel gebeurd. Kijk maar in vers 14,15: “Zo ging er een roep van u uit onder de volken vanwege uw schoonheid, want die was volmaakt, dankzij de sieraden waarmee ik u getooid had, luidt het woord van de Here HERE.
Maar u hebrt op uw schoonheid vertrouwd en ontucht gepleegd, trots op uw faam en u hebt aan iedere voorbijganger uw ontucht opgedrongen; het zou voor hem zijn.”
De HERE wijst er dan op hoe zondig en liefdeloos Zijn volk geleefd heeft. Zij hebben Zijn belofte, Zijn liefde vaarwel gezegd. Dan maakt de HERE heel duidelijk wat het betekent wat het volk gedaan heeft. Zij hebben Gods liefde, Zijn verbond echt ontvangen. Ze kunnen niet zeggen dat ze eigenlijk niet anders konden omdat ze Gods belofte niet echt gekregen hadden. Wat israel gedaan heeft wordt in vs 58,59 zo onder woorden gebracht: “Uw schanddaden en uw gruwelen – u zult ze dragen, luidt het woord van de HERE. Want zo zegt de HERE Here: Ik zal u doen, zoals u mij gedaan hebt, die de eed gering hebt geacht door het verbond te verbreken.”
Wij mogen aan de ernst en echtheid van Gods belofte aan ieder in Christus kerk niets afdoen.

-> Het belang van Gods belofte voor het werk van de ambtsdragers->

Laten we nu samen naar Ezechiel 34 kijken. Dit hoofdstuk gaat juist over het werk van de ambtsdragers onder Gods volk. Hun roeping is om de kudde te leiden en te verzorgen. We zien in wat de ambtsdragers daar in werkelijkheid niet doen wat hun taal wel is. We lezen dat in vers 4: “zwakke versterkt u niet, ziekegeneest u niet; gewonde verbindt u niet, afgedwaalde haalt u niet terug, verlorene zoekt u niet, maar u heerst over hen met hardheid en geweldenarij.”
Wij vinden hier een heel belangrijke aanwijzing voor ons werk als ambtsdragers. Ons werk is om voor de kudde te zorgen zoals de HERE die kudde aan ons gegeven heeft. Dat zijn de gelovigen en hun kinderen die Gods belofte ontvangen hebben. Christus heeft hen in Zijn kerk aan ons toevertrouwd. Dan is er vaak een groot deel van de gemeente die speciale zorg nodig heeft. Schapen die ziek zijn, schapen die voelen dat het leven heel zwaar op hen drukt, schapen die geneigd zijn om hun eigen weg te gaan, schapen die zich er toe aangetrokken voelen om andere weivelden te zoeken., schapen die door valse herders en door de wereld om hen heen in verwarring gebracht worden. De herders in de tijd van Ezechiel waren mensen die zich beter en belangrijker dan de schapen voelden. Zij voelden zich beter dan anderen. Het gevolg daarvan is dat ze geen liefde en zorg aan de schapen geven. Hier ontbreekt de ware nederigheid. Die nederigheid waardoor je beseft dat je ook als ambtsdrager elk ogenblik van je leven van genade, van Gods belofte moet leven. Hier ontbreekt wat we in Gal 6:1 lezen: “Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt u, die geestelijk bent, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; u mocht ook eens in verzoeking komen.”
Het is heel belangrijk dat wij niet met strengheid en hardheid over de gemeente regeren. Het is van het grootste belang dat wij de gemeente zien als de gemeente die van God haar belofte ontvangen heeft. Christus heeft ons aangesteld om de gemeente met Zijn belofte te leiden en te verzorgen. Wij hebben ook de taak om juist hen die zwak zijn en de dreigen weg te dwalen met de belofte aan te spreken en hen met Gods belofte tot liefde en gehoorzaamheid aan Christus op te roepen. Hier zien we dan ook de eenheid van Gods belofte en eis in Zijn verbond. Het is erg belangrijk dat wij onderherders willen zijn die het beeld van God, het beeld van Christus de Opperherder willen vertonen. Dat beeld is wat de HERE in Ez 34:15,16 zegt:
“Ik zelf zal mijn schapen weiden, Ik zelf zal ze doen neerliggen, luidt het woord van de Here HERE; de verlorene zal ik zoeken en de afgedwaalden terughalen; de gewonde zal Ik verbinden en de zieke versterken, maar de vette en krachtige zal Ik verdelgen. Ik zal ze weiden zoals het behoort.”
Hoe kunnen we dat doen? Hoe moeten we dat doen? Dat zijn vragen die steeds weer in de harten van ambtsdragers branden. Je kan ook moedeloos raken en denken dat het met een groot deel van de gemeente nooit meer iets wordt. Je hebt nu zolang in deze gemeente gewerkt maar je ziet geen vooruitgang. Steeds weer dezelfde zonden, dezelfde lauwheid bij een deel van de gemeente. Je ziet zo weinig van de ware Geestdrift, ware gelovige enthousiasme. Het is goed om met deze vragen weer naar Ez 16 terug te gaan.

-> Esegiël 16:60-63->

Het is voor ambtsdragers op een speciale manier hun roeping om Gods beeld te vertonen. Om als herders te laten zien hoe de HERE de herder van Zijn volk is. Dat is ook de achtergrond als de Heilige Geest door Petrus schrijft: “Hoedt de kudde van God, die bij u is, niet gedwongen maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, niet al heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden van de kudde.” 1 Petr 5:3,4
Als we nu naar Ezechiël 16:60-63 kijken, betekent het dat er bij ons liefde voor de gemeente hoort te zijn. Diepe liefde ook als we zouden zien hoe een deel van de gemeente bezig is om af te dwalen. Of als we bij een deel van de gemeente heel weinig ijver in de dienst van de HERE zien. Als we zien dat een deel van de gemeente heel veel tijd aan allerlei zaken van de wereld besteed en heel weinig tijd aan de persoonlijke omgang met God. Heel weinig tijd ook aan het samen willen groeien in een leven volgens Gods eigen Woord. Juist dan is het zo belangrijk dat wij als ambtsdragers laten zien dat onze tijd Gods tijd is. Dat we juist daarom onze tijd geven om dat deel van de gemeente op te zoeken en op Gods belofte aan te spreken. Ook als ze vermaand moeten worden omdat ze Gods verbond met hun manier van leven verbroken hebben. Dat is dan niet de verantwoordelijkheid van 1 ambtsdrager of van alleen de predikant maar de verantwoordelijkheid van elke ambtsdrager voor dat deel van de gemeente wat onder zijn verantwoordelijkheid gesteld is. Want wat doet de HERE nadat Hij Zijn volk er op gewezen heeft dat zij door hun daden, door hun leven Zijn verbond verbroken heeft? Dit: “”Maar ik zal mijn verbond met u uit de dagen van uw jeugd gedenken, en een eeuwig verbond met u oprichten. Dan zult u terugdenken aan uw gedrag en u schamen, wanneer u zowel u grote als uw kleine zusters zult ontvangen, en Ik u die tot dochters geven zal, hoewel niet op grond van het met u gesloten verbond. Ik zal mijn verbond met u oprichten; en u zult weten, dat Ik de HERE ben, opdat u de herinnering bewaart en u schaamt en u wegens uw schande uw mond niet meer opendoet – wanneer Ik voor u verzoening doe voor alles wat u gedaan hebt, luidt het woord van de HERE Here.” Ez 16:60-63.
Wat laat dit nu aan ons zien als het er om gaat dat we gemeenteleden moeten aanspreken waarover we grote zorgen hebben? We mogen ze niet maar laten zwemmen maar met Gods belofte juist aanspreken. Hen juist er op wijzen hoe groot Gods liefde is. Dat die liefde ook daarin naar voren komt dat hij door jou als ambtsdrager nog opgeroepen wordt om door een levend geloof in de verzoening door Christus te delen. De ambtsdrager komt dan weer met Gods belofte, al is dat door ernstig vermaan heen naar Gods kind toe. De manier waarop wij vermanen moet dan ook altijd door liefde die de ander uitnodigt gedragen worden. Waarin ook uitkomt dat je echt bezorgd over de ander bent. De liefde van God moet dan zo naar de ander gebracht worden dat de ander daardoor zijn zonde ziet en zich er over begint te schamen. Zich begint te schamen over zijn zonde, zijn lauwheid, onverschilligheid en slordigheid. Ook als we vermanen brengen we nog altijd Gods belofte waarvan Christus de inhoud is naar de ander toe. Soms lijkt het alsof mensen zo door de wereld in beslag genomen worden dat je ze zo moeilijk bereikt. Iemands leven kan zo op de wereld gericht zijn ook al komt hij trouw naar de kerk. Hoe moeten we daarmee omgaan?

-> Wat stellen we tegenover de toenemende verwereldlijking?->

Wat in de wereld gebeurt, beheert nogal eens het leven van gemeenteleden. Dan kennen ze de namen van pop en filmsterren, van tvpersoonlijkheden en van sportsterren beter dan dat ze kennis van de Bijbel hebben. Over de eerste dingen kan je met ze makkelijker een gesprek voeren dan over het leven met Christus. Wij moeten er goed van doordrongen zijn dat dat ook bij mensen die trouw in de kerk komen het proces van verwereldlijking vaak diep in hun leven ingegrepen heeft. Waartoe leidt zo’n proces? Het vervreemd broeders en zuster, verbondskinderen langzaam maar zeker van de dienst aan de Here. Het ondermijnt het je echt radicaal aan Christus toevertrouwen als Zijn eigendom.
Wat is een van de belangrijkste elementen waarop wij in dit verband moeten wijzen en waarin wij als ambtsdrager moeten voorgaan? Dat is het leven in ware vroomheid, in een wat ouderwets gezegd: godvruchtig leven. Godvrucht, godzaligheid, vroomheid zijn een vertaling van het Griekse woord: eusebeiea. Dat woord eusebeia staat in het Grieks tegenover asebeia. Asebeia betekent goddeloosheid terwijl eusebeia op een leven in diepe liefde en eerbied voor de God wijst.
Hoe het leven zonder God en het leven in liefde voor Hem en Zijn wil tegenover elkaar staan zien we als we er op letten met welk doel Christus naar de wereld gekomen is. We lezen dat in Titus 2:11-13: “Want de genade van God is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid (asebeia) en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig (eusebeiea)
in deze wereld leven; verwachtende de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland , Christus Jezus.”
Het is in onze tijd waar mensen zo veel buiten Christus aangeboden wordt, waar heel veel vermaak voorgeschoteld wordt heel belangrijk om te beseffen dat de waarheid van het evangelie en het leven voor en met de Here een eenheid is. We kunnen en mogen die twee niet van elkaar losmaken. Ik kan niet zo leven dat ik zeg dat de Bijbel de waarheid is en dat ik daarom naar de kerk kom maar eigenlijk is mijn aandacht en belangstelling vooral op de wereld gericht. Wij zien de eenheid van de waarheid en het leven in diepe eerbied voor de HERE op een prachtige manier in 1 Tim 3:15,16: “Mocht ik nog uitblijven, dan weet u, hoe men zich hoort te gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, een pijler en fundament van de waarheid. En buiten twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht (eusebeia). Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is verschenen aan de engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid.”
Wij lezen hier van de waarheid. De waarheid is de waarheid van het evangelie. Het evangelie dat de vaste inhoud van Gods Woord is moet door de gemeente bewaard en verkondigd worden. De waarheid is niet een of andere leer die buiten je leven van elke dag en elke minuut staat. Wat is de inhoud van de waarheid? “Het geheimenis van de godsvrucht”! Het gaat hierbij niet om een zaak maar om een Persoon die leeft! Wie is het geheimenis van de godsvrucht, van een leven in diepe eerbied voor de HERE? Dat is Christus! Hij is mens die God geworden is. Christen zijn, leven in antwoord op Gods belofte is leven in liefde voor Christus en Zijn volgeling willen zijn. Als je ziet hoe Christus in liefde naar jou toekomt, roept dat om een leven voor Hem, in liefdevolle eerbied voor Hem. We lezen daarover in de tweede brief van Petrus het volgende:
“Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat u daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst. ………….. Maar de dag van de Here zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht (eusebeiea).” 2 Petr 1:3,4; 3:10,11
Zo’n leven in godsvrucht, in diepe eerbied voor de HERE vraagt om echt geloof. Dat geloof is en blijft er niet vanzelf. Dat vraagt om training, om oefening. Om echt in liefde voor God te leven en te blijven leven. Ek geef hier twee gedeelten waar de Heilige Geest er heel duidelijk op wijst:
“maar wees afkerig van onheilige oudevrouwenpraat. Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst.” 1 Tim 4:7,8
“Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde (jegens allen)” 2 Petr 1:5-7
Het oefenen in de godsvrucht betekent o.a. dat we echt op vaste tijden elke dag de tijd nemen om te bidden, om Bijbel te lezen. Om ook over wat we gelezen hebben na te denken. Het ons zo toe te eigenen dat we ons door Gods woorden laten leiden. Dat we ons leven al hoe meer op de HERE richten en dan ook al hoe meer met ons hart gaan zeggen en voelen dat het leven volgens de wil van God goed is. Veel beter dan een leven volgens het schema van de wereld. Bij die oefening van de godsvrucht hoort ook het trouw bezoeken van de erediensten en het samen bidden en overdenken van Gods Woord. Dan leren we om te onderscheiden, om te zien wat de ware leer is. Om te onderscheiden waarop het aankomt. Dan wordt geld en welvaart, er zo mooi mogelijk uitzien voor ons veel minder belangrijk.
Juist dan is het zo belangrijk dat wij als ambtsdragers aan zo’n vroom leven in de gemeente leiding geven. Dat zal ook altijd nodig blijven. Wij moeten niet denken dat het met de gemeente zover komt dat we niet meer met ernstige afval, oppervlakkigheid en werelds leven in de gemeente te maken krijgen. Juist in de laatste dagen krijgen we daarmee te maken. We lezen dat duidelijk in 2 Tim 3:1 e.v. Het gaat er om mensen in de gemeente en de laatste dagen zijn in het Nieuwe Testament niet een tijd die nog ver weg is.
Van deze mensen wordt namelijk in vers 5 gezegd: “die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houdt ook dezen op een afstand.” Paulus zegt tegen Timotheus dat hij deze mensen op een afstand moet houden. Timotheus krijgt al met deze mensen te maken. Als het in het Nieuwe Testament om de laatste dagen gaat, gaat het om de tijd vanaf de hemelvaart van de Here Jezus tot Zijn terugkeer op de wolken. Petrus wijst op de Pinksterdag heel duidelijk aan dat de periode van de laatste dagen aangebroken met de uitstorting van de Heilige Geest er al is: “maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joel: En het zal zijn in de laatste dagen zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alles vlees”. Hand 2:16,17
De ambtsdragers krijgen in de tijd waarin wij leven temaken met mensen die een gedaante, een schijn van godzaligheid hebben. Zij hebben de kracht van een leven vanuit Christus verloochend. Wat betekent dat? Dat zijn mensen die heel gelovig praten, die in de kerk ook actief zijn maar niet in liefde gehoorzaam aan Christus leven. Die zich niet in leer en leven aan Christus en Zijn Woord onderwerpen. De kracht van de godzaligheid is juist dat jij in alles gehoorzaam aan Christus wilt zijn. Dat jij niet godsdienstig wil zijn en dat alleen gebruiken om je eigen verlangens te volgen en te versieren. Wij moeten ons goed bedenken dat het de Heilige Geest zelf is die tegen ons als ambtsdragers zegt dat de gemeente niet zo heilig zal zijn dat daarin geen dwaalleer, een zondig leven en lauwheid meer voor komt. Als ambtsdragers kunnen we geen vakantie van ons ambt nemen. Het is niet zo dat wij op deze aarde de gemeente zo kunnen opbouwen dat vermanen niet meer nodig is. Wij lezen dat heel duidelijk in 2 Petr 2:1-3: “Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochenende en een schielijk verderf over zichzelf brengend. En velen zullen hun losbandigheid navolgen, zodat door hun schuld de weg van de waarheid gelasterd zal worden; en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen; maar het oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet.”
We mogen en moeten steeds weer de belofte van God, Christus aan de gemeente voorhouden en aanbieden. Dat is ons werk, zo moeten we herders zijn. Dan krijgt de kudde goede leiding, dan scheiden ook zijn zich van ons af die niet van ons zijn. Als we zo werken worden we door deze belofte voor ons als ambtsdragers gedragen: “En wanneer de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkelijke krans van heerlijkheid verwerven.” 1 Petr 5:4.
Laten we ambtsdragers zijn die persoonlijk en samen vol liefde en zorg voor de schapen zijn. Hen steeds weer met het evangelie van Christus willen leiden. Dan doen we het werk dat de Here ons opgedragen heeft en ligt Gods zegen daarover.

ds Rob Visser



































[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Verkondig!



  • -> Want indien ik het evangelie verkondig, heb ik geen stof tot roemen. Immers, ik ben ertoe genoodzaakt. Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig! 1 Korinthe 9:16->

Zusterwebsite

  • Zie voor korte dagelijkse meditaties en artikelen in Nederlands en Afrikaans de zusterwebsite: www.evangelie-voor-elke-dag.nl

VERSCHENEN

  • 21 januari 2013 Verschenen verklaring over Bijbelboek Daniel. In alle boekwinkels te bestellen. De gegevens zijn de volgende: God is trouw tot in de verste toekomst. Toepasselijke verklaring van het boek Daniel Rob Visser ISBN 9789081171090 136 pagina´s Van Berkum Graphics Zwaag Prijs: 12,50

VERSCHENEN

  • LEVEN ZONDER GOD IS ZINLOOS 14 MEI 2011 is een verklaring van het bijbelboek Prediker onder deze titel verschenen. Net als de verklaring van Hooglied is het een combinatie van een degelijke verklaring die ook het concrete leven van vandaag ter sprake brengt. Om zo te zien hoe goed en nodig een leven met God ook in de 21e eeuw is. -> ISBN 978-90-811710-8-3 Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail: info@drukkerijvanberkum.nl Prijs 12,50->

ZOJUIST VERSCHENEN



  • -> ZOJUIST VERSCHENEN 11 SEPTEMBER 2009-> Ds Rob Visser VERKLARING VAN HOOGLIED ONDER DE TITEL: IK HOU ZO VAN JOU! Het is een verklaring waarin ik geprobeerd heb een degelijke verklaring te geven en de inhoud ook heel concreet op onze tijd toe te passen. De prijs wordt: 9,95 ISBN/EAN 978-90-811710-3-8 Zie op deze website ook: Bijbelboek Hooglied -> Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ->

Nieuw boek: Lees maar

  • Zojuist verschenen! 11 oktober 2011 LEES MAAR 19,90 Uitdagingen voor gereformeerde theologie vandaag Bijdragen over bijbellezen en christelijk leven De laatste jaren is er in kerken die zich gereformeerd noemen veel veranderd. Opvattingen over de leer van de kerk, over historische bijbelgedeelten, over ethiek en tucht zijn geruisloos maar radicaal veranderd. Waardoor is dat gekomen? Waarom sterft de kritiek over die veranderingen zo gemakkelijk uit? Er wordt gezegd dat de kerk met haar tijd mee moet. Er wordt gezegd dat het uiten van kritiek de kerk schaadt. Er wordt gezegd dat het allemaal niet zo simpel is. En wie wil er nu een conservatieve scherpslijper zijn, die het beter weet dan mensen die er verstand van hebben? LEES MAAR wil laten zien dat we alleen in de Bijbel kunnen lezen hoe we met onze tijd, met elkaar en met de wereld moeten omgaan en dat echte wijsheid alleen in de Bijbel te vinden is. Het gaat over het lezen en toepassen van de heilige Schrift in deze tijd. LEES MAAR gaat in op veelgestelde vragen en drogredenen, zoals: - Leest niet iedereen de Bijbel vanuit zijn eigen vooronderstellingen? - Als wij de Bijbel samen met een gelovige intentie lezen, dan is dat toch van de heilige Geest? - Het is toch niet zo belangrijk voor ons persoonlijke geloof of alles precies zo gebeurd is zoals het er staat? - Is Jezus navolgen niet veel belangrijker dan het toepassen van geboden? - Houden we elkaar door de liefde niet veel beter vast dan door de tucht? De auteurs van LEES MAAR zijn L. Heres, C. Koster, ds. J.R. Visser, J.P.C. Vreugdenhil en H. Vreugdenhil-Busstra. Het voorwoord is geschreven door drs. L.J. Geluk. Het boek bevat tevens een bijdrage van dr. P. de Vries over de duidelijkheid van de Schrift.

Brede en smalle weg



  • -> ZIE ZONDE EN DE SMALLE WEG ->

VERSCHENEN

  • -> VERSCHENEN: HOE GOD ALLES MAAKTE->

    -> Van ds Rob Visser is er een boekje verschenen dat heel aktueel is. Hij geeft in dit boekje een uitgebreide uitleg van Genesis 1-3. In andere hoofdstukken gaat hij in op vragen of de dood er al was voor de zondeval, of Adam en Eva echt de voorouders van ons allemaal zijn en nog veel meer. ZIE OP MENU: NIEUW BOEK->

kinderdoop nodig?



  • -> Zie op menu->

CHRISTUS REGEERT

  • -> Christus regeert, Hij is de overwinnaar BELANGRIJKE OPMERKINGEN BIJ DE LEER VAN HET CHILIASME ->

    -> Zie Duizendjarig Rijk Openbaring 20 ->

Crematie

  • -> Verassen of begraven?->

    -> ZIE CREMATIE ->

NU VERSCHENEN

  • -> BELIJDENDE KERK BLIJVEN Ds HW van Egmond Ds HG Gunnink Ds PL Storm Ds JR Visser-> ’een kerk die leeft belijdt - een kerk die belijdt leeft’. Het is een bundeling van een aantal opstellen over de functie van de belijdenis van de kerk en de binding eraan. Dit boekje is uiterst actueel vanwege de ontwikkelingen in de kerken. Te koop in de boekhandel Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ISBN 978 90 81171021 - 112 pagina’s € 13,50 (excl. verzendkosten) -> Nog steeds verkrijgbaar: Hoe God alles maakte, ds. Rob Visser - 56 pagina’s - € 9,95 De wereld, onze woning, dr. C. van der Waal - 128 pagina’s - € 12,95 nu voor € 9,95 ->

Bijbelboek Job

  • -> HOE LEZEN WIJ HET BIJBELBOEK JOB ->

    -> Zie bij menu Bijbelboek Job ->

Onvergeeflijke zonde



  • -> Over zonde tegen de Heilige Geest Zie Zonde vs Geest ->

Google Analytics Alternative Real Time Web Analytics Copyright 2002-2017