» DE OUDE KERK 2

Wat is dit?

Foto -> De Oude Kerk II

Athanasius->


Het is niet zo dat meteen na het Concilie van Nicea de strijd om de ware leer gestreden is. Arius en zijn volgelingen krijgen meerdere keren toch weer grote invloed en dan worden de uitspraken van Nicea weer verworpen. Er is dan een man die vanwege de voortgaande strijd hierover tot vijf keer toe in ballingschap gestuurd wordt. Zeventien jaar van zijn leven brengt hij in ballingschap door omdat hij voor de ware leer van Christus strijdt. Zijn naam is Athanasius.
Athanasius volgt in 328 Alexander op als bisschop van Alexandrië. Dat is juist de periode waarin de keizer van standpunt verandert en wil dat Arius in zijn ambt als ouderling in Alexandrië hersteld wordt. Bisschop Alexander weigert dat te doen. Na het sterven van Alexander wordt diaken Athanasius tot zijn opvolger benoemd. De nieuwe bisschop weigert ook om Arius in zijn ambt te herstellen. Athanasius was samen met bisschop Alexander op het Concilie van Nicea.
Athanasius stelt zich steeds sterk op als het om de ware en hemelse leer gaat. Hij ziet in dat het hier niet om een of ander filosofisch verschil gaat maar dat het werkelijk verlossingsbelangrijk is. Als Christus niet echt God en mens is raken we Hem als de Verlosser kwijt.
Wij kennen de Geloofsbelijdenis van Athanasius. Toch weten we vandaag dat Athanasius niet de opsteller van deze belijdenis is. Het heeft zijn naam gekregen omdat Athanasius zo sterk voor de ware leer op dit punt gestreden heeft. Het is helemaal in de geest van Athanasius. Waarschijnlijk vindt de Geloofsbelijdenis van Athanasius zijn oorsprong in een aantal uitspraken van synodes in Toledo vanaf 400. De tekst zoals we die vandaag hebben, was zeker al voor 542 bekend want in een prekenbundel van Caesarius van Arles vinden we de tekst zoals wij die nu kennen. Hij zegt in deze prekenbundel uit 542 dat kennis hiervan zowel voor de gewone gelovigen als voor de geestelijken van het grootste belang is.

-> Waar vinden wij vandaag de ontkenning van Christus als ware God?->

In veel vormen van moderne theologie. O.a. bij het zogenaamde Jezus-seminaar. Dat zijn theologen die willen zoeken naar de historische Jezus en de Bijbel daarbij niet als de onfeilbare bron voor de kennis van de Here Jezus aanvaarden. Jezus is voor hen niet meer dan een gewoon mens die voor ons een voorbeeld van opoffering en medemenselijkheid is. Zijn leven zou niets met een offer in onze plaats en met de betaling voor onze schuld aan God te maken hebben. Wij vinden dat bijvoorbeeld in ons land heel sterk bij prof den Heijer.
Wij vinden de leer van Arius heel sterk bij de Jehova getuigen. Wij vinden bij hen ook heel sterk het verstandelijke redeneren van Arius terug. Bij Arius was een van de belangrijkste argumenten om te zeggen dat de Here Jezus niet echt en volledig God was en is dat er niet meer Goddelijke Personen kunnen zijn en dan toch maar een God. Het is volgens hem verstandelijk onmogelijk dat de Zoon nooit zonder de Vader was. Omdat het volgens het verstand onmogelijk is, kan het volgens Arius ook niet zo zijn.

-> Is de Bijbel wel zo duidelijk over de Godheid van Christus?->

Het is hierbij belangrijk om je niet alleen op enkele teksten te concentreren maar er ook op te letten wat de Here Jezus doet.
Veel teksten vind je bij art 10 van de NGB. Zowel in als onder het artikel.
Ik wil nu alleen nog aandacht geven aan enkele gedeelten in de Bijbel waar je het God-zijn van de Here Jezus heel duidelijk ziet in wat Hij doet:
Markus 2:1-12/ Mattheus 8:23-27
Mattheus 3:3/Jesaja 40:3

Enkele dingen die Christus in deze strijd aan Zijn kerk van alle tijden gegeven heeft

• Hij heeft Zijn kerk bij het ware geloof bewaard. Het geloof in een God. Zo heeft Hij de kerk tegen syncretisme beschermd.
• Hij heeft Zijn kerk bewaard bij het kennen van Hem als God en mens. Zo alleen is Hij de ware Verlosser. Hij moest God zijn om ons te kunnen verlossen.
• Hij heeft Zijn kerk ervoor bewaard om alleen op ons verstand te vertrouwen. Dat noemen we rationalisme. Het verstand zit niet op de troon. Wat de HERE zegt is de waarheid al kunnen wij dat met ons verstand niet volgen.



-> HOE HEILIG KAN EEN CHRISTEN/KAN DE KERK ZIJN?->

Wij zien in de geschiedenis steeds weer dat na een bepaalde periode verslapping en een vorm van verwereldlijking optreedt. Ook in de eerste eeuwen na Christus zien we na een goed begin en een echt christelijke leven dat mensen in de kerk niet meer volledig volgens Gods Woord en wil willen leven. Wij zien dat zelfs al in het Nieuwe Testament. Bijvoorbeeld in de 7 brieven die Christus zelf naar de 7 gemeenten laat sturen. Denk bijvoorbeeld aan de brief aan de gemeente van Laodicea. Kijk Openb 3:14-21.
Wij zien ook in de eeuwen na het Nieuwe Testament verslapping en verwereldlijking. Daarop komen dan reacties die ook weer een gevaar voor de kerk en het echte Christelijke leven vormen. Wij letten op 3 reacties die grote gevolgen voor de kerk van die tijd hebben gehad.

-> 1. Kluisenaars->

Twee heel bekende personen uit de eerste eeuwen in de kerk spreken met groot respect over Antonius. De eerste is Athanasius. Athanasius heeft met veel zelfverloochening tegen de leer van Arius en zijn volgelingen gestreden. Athanasius heeft Antonius gekend en over hem een levensbeschrijving geschreven.
De tweede is Augustinus. Augustinus leefde later en heeft ook op veel punten tegen dwaalleer gestreden. Augustinus kent Athanasius’ levensbeschrijving van Antonius. Wanneer Augustinus van zijn landgenoot Ponticianus het verhaal over Antonius hoort, raakt het Augustinus diep. Zelfs zo dat hij alleen in de tuin wil zijn en Augustinus de woorden: tolle lege hoort. Deze woorden betekenen: neem en lees.
Wie was nu deze Antonius? Hij heeft in Egypte van 252-356 geleefd. Hij is in een christelijk gezin opgevoed. Als hij ongeveer 20 jaar is, sterven zijn ouders. Hij en een jongere zus blijven alleen achter. Antonius is een serieuze gelovige. Hij gaat trouw naar de kerk. Hij is rijk want hij heeft van zijn ouders veel bezit en geld geërfd.
Het is ongeveer een half jaar na het overlijden van zijn ouders dat in de kerkdienst o.a. Matt 19:21 gelezen wordt: Jezus zei tot hem: Indien u volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en u zult een schat in de hemelen hebben en kom hier, volg mij.
Antonius voelt zich persoonlijk aangesproken. Hij verdeelt al zijn bezittingen onder de mensen die samen met hem in het dorp wonen. Hij houdt alleen een deel van het geld apart waar zijn zuster dan van kan leven. In een van de kerkdiensten hierna wordt op grond van Matt 6:34 tegen bezorgdheid gewaarschuwd. Dan besluit Antonius om ook het geld dat hij nog voor zijn zus apart gehouden heeft aan de armen te geven. Hij vertrouwt zijn zuster dan aan de zorg van anderen toe.
Antonius besluit op 20 jarige leeftijd om als kluizenaar te gaan leven. Hij zondert zich in de omgeving van het huis van zijn ouders af. Hij bezoekt monniken om van hen te leren hoe hij in afzondering kan leven. Hij gaat al meer alleen leven en voelt hoe de demonen hem aanvallen. Wij zien in zijn leven hoe hij zich al meer afzondert en ascetisch gaat leven. De eerste 15 jaar leeft hij nog samen met een oude man in afzondering.
Als hij 35 is, gaat hij naar de woestijn. Hij leeft daar 20 jaar in volkomen afzondering en heeft met geen mens contact in deze periode. Twee keer per jaar komen vrienden hem dan een voorraad brood brengen. Zij gooien het over de muur van het huisje waarin hij woont en vertrekken dan weer. Ook andere mensen gaan naar deze plaats. Zij willen Antonius zien maar hij vertoont zich aan niemand. Zij horen zijn gebeden en hoe hij met woorden tegen de demonen strijdt.
Dan komt het moment dat een grote groep mensen Antonius dwingt om zijn kluis te verlaten. Zij willen van hem weten hoe hij zo kan leven en hoe het dat ervaart. Antonius houdt dan een lange toespraak.
Antonius hoort dan van christenvervolgingen en gaat dan naar Alexandrië om de martelaren daar te bemoedigen. Dat is niet het enige doel van zijn reis. Hij hoopt dat hij ook gevangengenomen zal worden en als martelaar voor Christus zal sterven. Dat gebeurt niet. Antonius blijft een vrij man.
Athanasius schrijft over deze periode in het leven van Antonius: Hij keert zo naar zijn eenzame huis terug. Hij gaat zich daar nu dagelijks oefenen in het martelaarschap van zijn geweten. Hij doet dat door de strijd van het geloof te strijden. Zijn ascese is nu nog strenger als voor die tijd. Hij vast nu steeds, draagt een jas met de haren naar binnen gekeerd. Hij heeft dit tot de dag van zijn dood volgehouden. Van die tijd af wast hij zichzelf niet meer. Zelfs zijn voeten niet. Als het niet echt nodig is, raakt hij met zijn voeten geen water meer aan. Tot zover Athanasius.
Antonius wordt onder de christenen in die omgeving al meer bekend. Veel mensen zoeken zijn kluis op en hopen dat Antonius voor hen zal bidden en dat zijn gebed hen gezond zal maken. Antonius vindt dat het nu te druk om zijn kluis begint te worden en hij zich niet meer genoeg op God kan concentreren. Hij is dan 70 jaar en gaat uit de omgeving van de Nijl weg en trekt dieper de woestijn in. Hij wil in totale afzondering leven en daarom ook geen voedselhulp meer krijgen. Hij besluit om zelf graan en groenten te gaan verbouwen. Antonius zondert zich al meer af maar blijft zich toch voor het reilen en zeilen van de kerk interesseren. Als hij hoort dat er een strijd met Arius gestreden wordt en dat mensen denken dat hij een volgeling van Arius is, verlaat hij zijn kluis en gaat naar Alexandrië. Hij loopt naar deze stad en vervloekt dan openlijk de leer van Arius. Hij zegt tegen de inwoners van Alexandrië: De Zoon van God is geen schepsel en is ook niet uit iets voortgekomen. Zij dit dat leren verschillen in niets van de heidenen Zij aanbidden namelijk een schepsel in plaats van God die hun Schepper is.” Als hij in Alexandrië is, preekt hij in de kerken daar en die kerken zijn dan heel vol. Er komen dan zelfs veel heidenen luisteren.
Hierna gaat Antonius weer terug naar zijn kluis en sterft daar als hij 105 jaar oud is.
Antonius wordt tijdens zijn leven en ook daarna als een groot voorbeeld door veel christenen gezien. Hij heeft met zijn ideeën en zijn leven de verdere ontwikkeling van het kloosterleven bevorderd. Hoe moeten wij over Antonius en anderen die op dezelfde manier geleefd hebben oordelen? Was het een positieve of negatieve ontwikkeling in de kerk van Christus?
Als we het zonder dat we met de omstandigheden rekening houden een beoordeling geven moet ons oordeel negatief zijn. Dan moeten we o.a. zeggen dat de manier waarop Antonius met de Schrift omging geen navolging verdient. Dan moeten we zeggen dat zijn kluizenaarsbestaan een verkeerde vlucht uit de wereld was. Dat we bij hem in dit kader ook de verkeerde gedachte vinden dat het lichaam maar minderwaardig is. Ook het verlangen en zoeken van het martelaarschap is niet volgens Gods eigen Woord. Het vluchten uit de wereld heeft Antonius zo onder woorden gebracht:
Drie dingen zijn er in de wereld die je niet op de berg waar kluizenaars leven, vindt: Het is in de wereld niet alleen het oog dat tegen je strijdt. Het is daar ook de tong en het oor. Op de berg is het alleen het hart tegen zichzelf strijdt. Is een niet beter dan vier? …..
Het lichaam is het huis van het hart: die heeft een deur en ramen; als ik onder de mensen kom, gaan ze allemaal open. Windvlagen en van alles komt dan naar binnen: wat je hoort, wat je ziet, wat een ander zegt, wat je voelt. Als ik in mijn kluis ben, zijn ze allemaal gesloten”niets kan bij mij komen; ik moet dan alleen tegen mijn hart vechten. Tot zover Antonius.
Ondanks onze negatieve beoordeling is er van het leven van Antonius een getuigenis in zijn tijd uitgegaan. Het was een tijd waarin verwereldlijking en het jagen naar meer welvaart de kerk bedreigde. Deze ontwikkeling gaat zelfs zo ver dat Hieronymus in de tweede helft van de vierde van veel ambtsdragers in de kerk moet schrijven:
Deze mensen denken alleen aan hun kleren – ruiken ze lekker, zitten hun schoenen goed? Zij besteden weel tijd en aandacht aan hun haren en of hun vingers wel van de ringen glimmen. Wanneer ze een klein plasje water op de weg zien, lopen ze op hun tenen om maar geen spatje op hun schoenen te krijgen. Als je zulke mensen ziet, moet je hun maar eerders als een bruidegom behandelen dan dat je ze als mensen die tot priesters gewijd zijn, erkent. Het is echt zo dat sommigen van hen zich er volledig aan wijden om de namen van gezinnen en de karakters van getrouwde vrouwen te leren kennen.
Ik beschrijf voor jullie kort een meester in deze kunst. Hij staat op en gaat bij het opgaan van de zon uit huis. Hij heeft zijn bezoeken goed geregeld. Hij kent en neemt ook het kortste pad. Deze lastige oude man komt in de slaapkamers van de vrouwen op het tijdstip dat ze nog slapen. Als hij een kussen ziet, of een mooi tafelkleed of mooie meubels vertelt hij hoe mooi hij het vindt. Hij krijgt dan door zijn gebedel of beter gezegd door zijn afpersing wat hij wil hebben. De vrouwen zijn namelijk bang voor de praatjes die door de stad kunnen gaan. Deze man heeft 2 vijanden die hij haat: de een is onthouding en de andere vasten. Tot zover Hieronymus.
Antonius kon vooral zo’n grote indruk maken omdat anderen in de kerk alleen voor zichzelf en hun eigen plezier leefden. Een heel nuchter en ook diep Bijbels antwoord op Antonius en de verering van andere kluizenaars vinden we in een verhaal dat Luther eens aan zijn latere opvolger Melanchton vertelde. Een verhaal dat geen historische feiten wil geven maar in verhaalvorm een beoordeling van Antonius en zijn ideeën geeft. Wij horen in dat verhaal dat Antonius op een bepaalde dag aan de Here vraagt of er nog iets in zijn leven ontbreekt. Gods antwoord is dan dat hij naar Alexandrië moet gaan. Hij moet daar een zekere Simon opzoeken die in de Rechtestraat woont. Antonius zal dan een man van grote vroomheid ontmoeten. Als Antonius bij Simon komt, blijkt Simon een schoenmaker te zijn. Dan gaat het verhaal zo verder:
Ant: Bent u een christen?
Sim: Door God alleen.
Ant: Wat is uw beroep, heilige man?
Sim: Ik maak schoenen. Wilt u mij dat gereedschap daar geven?
Ant: Ja, en wat nog meer?
Sim: Hoezo meer, mijn heer? Ik werk vanaf ’s ochtends vroeg tot laat in de avond. Mijn trouwe God heeft aan mij altijd genoeg werk gegeven.
Ant: Geeft u van u goede verdienste ook veel aan de armen?
Sim: Niet zo veel want ik heb een groot gezin en wij hebben bijna elke cent voor ons eigen gezin nodig om te kunnen leven.
Ant: Maar het is toch zo dat u tijdens uw werk veel denkt en peinst?
Sim: Ik …. Zing de hele dag. Ik ben er van overtuigd dat wie werkt en bidt ook mag zingen.
Ant: U bidt toch veel. Hoe vaak?
Sim: Elke avond komt mijn dank tot God en elke morgen mijn gebed.
Ant: Hoeveel uur bidt u elke dag? Tot hoe laat in de avond blijft u wakker om te bidden?
Sim: Ik meneer? Ik slaap bijna meteen. Ik bidt nooit lang! De Meester zegt: Gebruik niet veel woorden en maak geen uitgerekt gebed. Ik ben daartoe ook niet in staat. Ik bid met aandacht maar niet lang. Ik bid dat God aan mijn geliefde stad en mij steeds in Zijn liefde en genade denkt. Dat Hij aan ieder die voor zijn brood wil werken Zijn zegen geeft.

Toen Antonius dit gehoord had, is hij ontsteld vertrokken. Hij heeft dit nooit aan een ander verteld.

Het is heel belangrijk om in een tijd waarin materialisme en verwereldlijking met kracht onze levens binnendringt niet Antonius te volgen maar in alle soberheid en matigheid in navolging van Christus te leven. Om juist in Zijn Koninkrijk te dienen. Om jezelf vanwege Christus te willen verloochenen en om alles wat met zonde besmet is te haten en daarbij weg te blijven.

-> 2. Montanus – charismatisch->

De eerste 100 jaar na de uitstorting van de Heilige Geest was er een gespannen verwachting dat de Here Jezus gauw zou terugkomen. Als dat niet gebeurt, verslapt het leven vanuit de verwachting van de wederkomst. Het leven volgens Gods wil wordt al hoe minder en de secularisatie neemt sterk toe. De tweede helft van de tweede eeuw na Christus was in Klein-Asië ook een tijd van veel en grote problemen. Er waren toen ook verschillende pestepidemieën. Het is de tijd waarin de bisschop van Pontus voorspelt dat het wereldeinde binnen een jaar zal komen. Hij en zijn gemeente verkopen hun bezittingen en gaan de woestijn in om daar op het wereldeinde te wachten.
Dat is het klimaat waarin Montanus optreedt. Wie is deze Montanus. Hij is in Frygië geboren. Hij heeft heidense ouders gehad. Hij wordt een priester van de godin Cybele. De verering van deze godin ging met allerlei vormen van extase gepaard. Hij komt tot bekering en wordt een christen. Hij wordt door de gemeente al gauw als leider erkent. Hij wordt heel gauw ambtsdrager. Hier word geen rekening met Gods wijsheid gehouden waarvan we in 1 Tim 3:6 lezen: “Hij mag niet een pas bekeerde zijn, opdat hij niet door opgeblazenheid in het oordeel van de duivel valle.”
Montanus begint in 156 openlijk als prediker op te treden en overal in Klein-Azie verkondigt hij zijn boodschap. De kerk heeft in het begin van Montanus optreden eigenlijk heel weinig kritiek op hem. Velen zijn blij met Montanus want het lijkt alsof hij de katholieke leer aanvaart en weer nieuw leven in de kerk brengt.
Montanus heeft twee vrouwelijke helpers. Hun namen zijn Priscilla en Maximilla. Zij waren zijn profetessen. De prediking van Montanus gaat met allerlei geestelijke ervaringen gepaard. Mensen raken in vervoering, mensen beginnen in tongen te praten. Zijn kerkdiensten zijn echt een geweldige belevenis waarbij je gevoel heel sterk aangesproken wordt. Mensen voelen dat het leven de kerk instroomt. Zo krijgt Montanus een grote aanhang en bestaat er voor hem veel sympathie.
Toch wordt later al hoe meer duidelijk dat de leer van Montanus niet de leer van Christus is. Een paar dingen die voor de leer van Montanus kenmerken zijn:
• Montanus leert dat hij de Trooster is die de Here Jezus belooft heeft. Hij wijst zichzelf als de Heilige Geest aan die mens geworden is. Er is zelfs een grafschrift uit die tijd gevonden waarop staat: “Flavius, grootvader van het gezin. In de naam van de Vader en de Zoon en van de heer Montanus. Wat Hij beloofd heeft, heeft Hij ook gedaan.”We zien hier hoe de “gelovigen” Montanus als deel van de Drie-enige God gezien hebben.
• Montanus roept al de gelovigen op om in het dorp Pepuza bij elkaar te komen en daar op de wederkomst van Christus te wachten. Het Nieuwe Jeruzalem zou daar op de aarde neerdalen.
• Christenen moeten heel streng vasten.
• Een tweede huwelijk wordt verboden. Ook als je vrouw of man door de dood aan jou ontvallen is. Het is beter om helemaal niet te trouwen. Zij verwerpen dat een mens van de seksualiteit in het huwelijk geniet.
• Je moet de marteldood zoeken. Het is niet toegestaan om bij vervolging te vluchten. Een bekende spreuk van de Montanisten was: “Je moet niet op een sterven op een ziekbed hopen of in het kraambed of door koorts. Je moet op het martelaarschap hopen want dan sterf je tot eer van hem die voor jou gestorven is.”
• Montanus is de Geest en kan daarom nog openbaringen aan de Bijbel toevoegen. Hij leert dat nieuwe openbaringen steeds weer de Bijbel kunnen aanvullen.
Montanus heeft het volgende van zichzelf gezegd: “De mens is zoals een lier. Ik tokkel op hem zodat er geluid uit komt. De mens slaapt en ik wek hem op. Let op, de Heer wekt de harte van de mensen op en geeft aan hen een hart. Ik ben God, de Here, de Almachtige die mens geworden is. Ik ben de Vader, de Zoon en de Parakleet. De rechtvaardigen zullen honderd keer meer als de zon stralen en de geringsten onder jullie, die gered worden zullen honderd keer meer als de maan blinken.”
• Montanus verwerpt de kinderdoop.

Het wordt duidelijk dat de voorspelling van Montanus dat de Here Jezus nog tijdens zijn of tijdens het leven van zijn profetessen terug zal komen niet in vervulling gaat. Als de laatste profetes: Maximilla sterft, is Jezus nog niet teruggekomen. Je zou verwachten dat deze sekte dan snel zal verdwijnen. Toch is dat niet zo. De Montanisten zijn grote invloed blijven uitoefenen. De redenen daarvoor waren vooral hun sterke ascese en dat onder hen de tucht sterk gehandhaafd werd. Veel mensen hebben gedacht dat ze daar nog het ware Christelijke leven vonden. Terwijl het geloofsleven in de kerk al meer verslapte. De aantrekkingskracht van de Montanisten was zo groot dat omtrent 207 Tertullianus hem bij de Montanisten aansluit.
De Montanisten zijn nog lang een belangrijke factor in het leven van de kerk. Op meerdere synoden wordt tegen hen gewaarschuwd. De synode van Iconium 230 verwerpt de erkenning van de doop door de Montanisten. De synode van Laodicea maakt groot bezwaar tegen de manier waarop de Montanisten over de Drie-enige God praten.
De Montanisten verwerpen de ware leer op dit punt omdat volgens hen Montanus de Heilige Geest is en boven Jezus Christus staat. Montanus is volgens hen zowel de Vader, de Zoon als de Heilige Geest. Ook op de synode van Constantinopel worden de Montanisten op grond hiervan veroordeeld.

Enkele overeenkomsten met onze eigen tijd zijn:

1. Sekten die voorspellingen over het tijdstip van Jezus’ terugkeer doen.
2. Charismatische groepen en mensen die ervaring en gevoel het belangrijkste vinden. Ook in de kerkdiensten. We zien hier ook vaak dat de zogenaamde voortgaande openbaring aanvaard wordt.
3. Mensen noemen zich de menswording van de Heilige Geest. Een voorbeeld daarvan in onze tijd is de gebedsgenezer Joshua van Lagos in Nigerië.
4. Het je onttrekken aan de wêreld word zo benadrukt dat het de weg tot verlossing wordt. Er ontstaat een wettische godsdienst.


-> 3. Donatus->

Het is 411 na Christus en veel mensen komen in Carthago bij elkaar. De stad loopt uit om naar een gesprek tussen bisschoppen te luisteren. Veel bisschoppen zijn naar Carthago gekomen. Veel van hen horen niet bij de katholieke kerk. Ongeveer de helft van de bisschoppen zijn leden van de Donatistische kerk. Heel precies zijn er 279 katholieke bisschoppen en 286 Donatistische bisschoppen aanwezig. Het is een vreemde vergadering want de 11 uur dat ze op die dag vergaderen blijft iedereen staan. Ook als de zon fel schijnt.
Waarom zit niemand? Omdat de Donatistische bisschoppen weigeren om te gaan zitten. De reden daarvoor is voor hen wat we in Psalm 1 lezen: “Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, noch zit in de kring van de spotters.”
De Donatistische bisschoppen voelen zich ver boven de anderen verheven. Zij zijn heilig en de anderen onheilig en daarom mogen ze niet samen in een vergadering zitten.
We hebben in die tijd in de donatisten niet met een kleine kerk te maken. Het is niet een of ander klein kerkverband. We moeten bedenken dat in die tijd in het Westen bijna in elke plaats naast de katholieke kerk er een donatistische gemeente was. Bij het Westen hoort dan ook het Noorden van Afrika. In 350 na Christus waren er ongeveer 270 Donatistische bisschoppen. In het jaar 400 bijna 400.

Hoe kon het zover komen? We moeten daarvoor terug naar het begin van de vierde eeuw. We moeten bedenken dat er toen zware vervolgingen over de kerk van Christus zijn gegaan. Toen waren velen niet trouw tot in de dood gebleven. Er waren ook ambtsdragers die onder druk van de vervolging Christus verloochend hadden. Deze ambtsdragers en andere leden van Christus’ kerk die onder druk toch een keer voor de keizer geofferd hadden werden lapsi (afvalligen) genoemd. Er waren ook ambtsdragers die probeerden om zoveel mogelijk de overheid tegemoet te komen zonder om openlijk een offer voor de keizer te brengen en zo Christus als enige Here en Verlosser te verloochenen. Als de overheid van hen eisten om de heilige boeken te geven, deden ze dat om zo te proberen een verdere vervolging voor de gemeente te voorkomen. Deze mensen werden traditores genoemd.
Een van de grote vragen toen was wat de kerk met deze traditores moest doen. Konden lapsi nadat zij hun schuld beleden hadden weer in de kerk opgenomen worden en moesten de traditores in alle omstandigheden veroordeeld worden?
Bij de discussie hierover heeft 1 Joh 5:16 een grote rol gespeeld. Wij lezen daar: Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, moet hij bidden en God zal hem het leven geven, hun namelijk, die zondigen niet tot de dood. Er bestaat zonde tot de dood: daarvoor zeg ik niet, dat hij moet vragen.
De grote vraag was toen wat de zogenaamde doodzonden waren. Tertullianus heeft op dit punt bij veel mensen toen invloed gehad. Hij had geschreven dat er 7 doodzonden zijn. Drie van hen waren: overspel, moord en de verloochening van Christus tijdens vervolgingen.

Wij zien hier een radicalisering en ’n verkeerde omgang met Gods Woord. Als we op de 3 voorbeelden van doodzonden letten zien we in de Schrift juist dat bij echt berouw daarvoor vergeving is! Denk aan Davids zonde met Batseba en dat hij toen Uria doodgemaakt heeft. Toch was er na oprecht berouw voor hem vergeving en mocht hij zelfs koning blijven. Hij was juist vanwege zijn berouw een man naar Gods hart. Let ook op Psalm 51.
Denk hierbij ook aan de moordenaar aan het kruis. Hij had echt berouw en zocht zijn toevlucht bij Christus. Dan belooft de Here Jezus dat Hij samen met hem in het paradijs, in de hemel mag zijn. Nog dezelfde dag.
Denk ook aan Petrus die tot drie keer toe de Here Jezus openlijk verloochend. Petrus heeft daarover berouw en nadat hij tot drie keer toe zijn liefde voor Christus beleden heeft, wordt hij weer in zijn ambt herstelt.

Deze kwestie gaat een grote rol in het begin van de vierde eeuw in Carthago gespeeld. Bisschop Mensurius van Carthago sterft in 311. Caecilianus wordt tot zijn opvolger gekozen. Hij wordt gauw door drie andere bisschoppen tot bisschop gewijd. Een van de drie is Felix van Apthugni. Hij staat als een van de traditores bekend. Er komt nu verzet tegen de inwijding van Caecilianus. Dit verzet wordt geleid door bisschop Donatus van Casea Nigrae. Donatus en anderen menen dat de inwijding van Caecilianus onwettig is. Vooral omdat een van de traditores daaraan meegedaan heeft. Donatus roept in Numidië een andere synode samen. Er komen 70 bisschoppen en zij besluiten om Caicilianus af te zetten. Zij wijzen in zijn plaats een zekere Maiorinus aan.
Dit brengt grote onrust. Donatus doet dan een beroep op de keizer. Het gevolg hiervan is dat in 313 bisschop Iltiades van Rome met 15 Italiaanse bisschoppen en 3 uit Gallië deze zaak moet beoordelen. Zij stellen Donatus in het ongelijk. De grote onrust blijft. Het gevolg daarvan is dat de keizer deze zaak in handen van de synodes van Arles in 314 legt. Ook deze synode verwerpt de aanklachten van Donatus en zijn volgelingen.
Donatus en zijn volgelingen leggen zich niet bij deze uitspraak neer. Zij scheiden zich van de kerk af en richten tegenover de kerk een tegenkerk op. Wat is daarvan nu eigenlijk de reden?
Bij de Donatisten was er een sterk idee van heiligheid en hoe heilig de kerk moet zijn. Hierbij speelt dan ook de zogenaamde successie of opvolging een grote rol.
De Donatisten hebben zich gepresenteerd als mensen die het orthodoxe en katholieke geloof verdedigen en handhaven. In hun ogen heeft een traditor en dus nog meer een lapsi de zonde tegen de Heilige Geest gedaan. Dat betekende voor hen in ieder geval het volgende:
1. Een bisschop die een traditor of lapsi is, is cultisch onrein. Zij verwijzen daarbij naar o.a.: Ex 19:22; 30:20; Lev 22:21. De kerk die zo’n bisschop handhaaft wordt medeschuldig en moet daarom ook onrein genoemd worden. Zij beroepen zich daarvoor vooral op: Rom 1:32; Ef 5:11; 1 Tim 5:22; 1 Kor 5:6. De kerk die deze mensen handhaaft, bewijst daardoor volgens de Donatisten dat de tucht niet gehandhaafd wordt.
2. De bisschop die deze dingen gedaan heeft, heeft de Geest verloren. Volgens de Donatisten is het gevolg daarvan dat de Doop en het Avondmaal die deze man bedient onrein geworden zijn. Die hebben geen waarde meer. Als hij een ander tot bisschop wijdt, is die bisschop ook onrein geworden. De schuld en zonde van de eerste onreine wordt zo aan al meer mensen overgedragen.

Wat was het gevaar voor de kerk toen Donatus en zijn volgelingen optraden? Waarvoor heeft Christus Zijn kerk toen bewaard?
1. Christus heeft ervoor gezorgd dat Zijn kerk geen onbarmhartige en radicalistische kerk geworden is. Zo’n kerk kent niet meer de ware liefde en genade.
2. Christus heeft ervoor gezorgd dat de kerk bleef zien dat niet de persoon die de sacramenten bediend daaraan iets kan toevoegen of wegnemen. Als de bedienaar van de sacramenten in het geheim in zonde leeft maar doop en avondmaal bedient zoals het door Christus voorgeschreven is, ontvangt de gelovige nog altijd dat wat de HERE daarin belooft.
3. Christus heeft Zijn kerk ervoor bewaard dat de kerk ging denken dat ambtsdragers aan elkaar macht en waardigheid overdragen.
4. Christus heeft de kerk ervoor bewaard om jou makkelijk van de kerk af te scheiden. ’n Kerk kan zwak zijn maar dat is geen reden tot afscheiding. Als een gemeente niet naar Christus en Zijn Woord wil luisteren is het een andere zaak.

-> VRIJE GENADE ALLEEN->

De aanval van de duivel op de kerk om de leer van Gods genade te vervormen was heel groot. De aanval is vooral in de persoon van Pelagius met kracht op Christus’ kerk afgekomen. De Zoon van God heeft vooral Augustinus gebruikt om Zijn kerk bij het evangelie van genade alleen te bewaren.

-> De dwaalleer van Pelagius een grote bedreiging

We zien in de belijdenisgeschriften dat wij in de leer van Pelagius met een ernstige dwaalleer te maken hebben. Er is geen dwaalleer en dwaalleraar die zo vaak in de Drie Formulieren van Eenheid ( Nederlandse Geloofsbelijdenis, Heidelbergse Catechismus en Dordtse Leerregels) genoemd word. Ik geef hieronder er een overzicht van:
Artikel 15 NGB: “Op dit punt verwerpen wij de dwaling van de pelagiane, die zeggen dat de zonde slechts uit navolging ontstaat.”
Dordtse Leerregels I, Verwerping van Dwalingen, 4: De synode veroordeelt de dwalingen van hen die het volgende leren: “Bij de uitverkiezing tot geloof moet de mens eerst aan de volgende voorwaarden voldoen: hij moet het licht van de natuur goed gebruiken; hij moet vroom, ootmoedig en nederig zijn en geschikt voor het eeuwige leven.
De synode leert: Alsof de uitverkiezing ook maar enigszins van deze dingen afhankelijk zou zijn! Deze dwaling lijkt bedenkelijk veel op die van Pelagius en is in strijd met de leer van de apostel. …. “
Dordtse Leerregels II, Verwerping van Dwalingen, 3: De synode veroordeelt de dwalingen van hen die het volgende leren: “Christus heeft door zijn voldoening voor niemand met zekerheid het behoud verdiend. Evenmin als het geloof, waardoor deze voldoening van Christus iemands deel wordt en hem metterdaad tot behoud strekt. Christus heeft de Vader alleen maar de mogelijkheid gegeven of Hem ten volle bereidwillig gemaakt om met de mensen een nieuw begin te maken en nieuwe voorwaarden, welke dan ook, voor te schrijven. Het voldoen aan deze voorwaarden zou dan van de vrije wil van de mens afhangen. Zodoende zou het mogelijk geweest zijn dat of niemand of iedereen aan de voorwaarden voldeed.
De synode leert: Zij die dit leren hebben wel een erg lage dunk van de dood van Christus en zij hebben totaal geen oog voor de voornaamste vrucht of weldaad die door deze dood verkregen is. Zij diepen de ketterij van Pelagius weer op uit de hel.”
Dordtse Leerregels II, Verwerping van Dwalingen, 6: De synode veroordeelt de dwalingen van hen die het volgende leren: “God heeft, voor zover het aan hem ligt, aan alle mensen de weldaden die door de dood van Christus verkregen worden, in gelijke mate willen schenken. Wanneer sommigen aan de vergeving van de zonden en het eeuwige leven deel krijgen en anderen niet, hangt dit verschil af van de vrije wil, die ingaat op de genade, welke zonder onderscheid aangeboden wordt. Het genoemde verschil hangt niet af van een bijzondere gave van Gods barmhartigheid, die zo krachtig in de mensen zou werken , dat deze zich – in tegenstelling tot anderen – die genade eigen zouden maken.
De synode leert: …… Terwijl zij doen alsof zij dit onderscheid op een juiste manier naar voren brengen, proberen zij intussen het volk het dodelijke gif van de pelagiaanse dwalingen toe te dienen.”
Dordtse Leerregels III/IV,2: “……De verdorvenheid van Adam is over al zijn nakomelingen gekomen …… niet door navolging, zoals de pelagianen vroeger beweerden, maar door voortplanting van de verdorven natuur.”
Dordtse Leerregels III/IV,10: “Anderen die door de bediening van het evangelie geroepen zijn, komen wel en worden bekeerd. Dit moet men niet aan de mens toeschrijven, alsof hij zich door zijn vrije wil zou onderscheiden van anderen aan wie even grote of voldoende genade tot geloof en bekering geschonken is (zoals de hoogmoedige ketterij van Pelagius zegt) Men moet dit aan God toeschrijven”.
Dordtse Leerregels III/IV, Verwerping van Dwalingen, 7: De synode veroordeelt de dwalingen van hen die het volgende leren: “De genade waardoor wij tot God bekeerd worden, is niets anders dan een vriendelijk appel op ons. Sommigen leggen dit zo uit: de meest humane werkwijze bij de bekering van de mens, die tegelijk het best past bij zijn natuur, is die waarbij God met een appel tot de mens komt. Er is geen enkele reden waarom deze appellerende genade niet voldoende zou zijn, om natuurlijke mensen tot geestelijke te maken. Ja, God brengt de instemming van de wil op geen andere manier tot stand dan door zo op het gevoel te werken. De kracht van Gods werking, waardoor zij die van de satan overtreft, bestaat hierin, dat God eeuwige en de satan slecht tijdelijke gaven belooft.
De synode leert: Dit is volstrekt pelagiaans en in strijd met heel de Heilige Schrift. …”
Dordtse Leerregels III/IV, Verwerping van Dwalingen, 9: De synode veroordeelt de dwalingen van hen die het volgende leren: “De genade en de vrije wil brengen samen, elk voor zijn deel, het begin van de bekering tot stand, waarbij niet de genade vooropgaat. Dit betekent: bij de bekering helpt God de menselijke wil pas krachtig, nadat deze zichzelf in beweging zet en zich op de bekering richt.
De synode leert: De oude kerk heeft deze leer allang geleden in de pelagianen veroordeeld op grond van de woorden van de apostel: Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt (Rom 9:16). Evenzo: Want wie onderscheidt u? En wat hebt u, dat u niet ontvangen hebt? (1 Kor 4:7); want het is God, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt (Filip 2:13).
Dordtse Leerregels V, Verwerping van Dwalingen, 2: De synode veroordeelt de dwalingen van hen die het volgende leren: “God schenkt aan de gelovige mens wel voldoende krachten om te volharden en Hij is bereid die krachten in hem in stand te houden, wanneer deze mens zijn plicht verstaat. Maar wanneer alles wat nodig is om in het geloof te volharden en wat God gebruiken wil om het geloof in stand te houden in het werk gesteld is, dan hangt het toch nog altijd van de vrije beslissing van de menselijke wil af, of hij volhardt of niet.
De synode leert: Dit is nu duidelijk een pelagiaanse streek! Terwijl deze opvatting bedoelt de mensen vrij te maken, maakt zij hen tot rovers van Gods eer. ….”

-> Wie was Pelagius?->

Pelagius was een man die in Ierland geboren is. Hij kwam uit de Romeinse provincie Brittanica. Hij was iemand die door een heel vroom leven opviel. Hij werd in zijn vaderland een monnik. Van het eerste deel van zijn leven weten wij heel weinig. Uit zijn latere leven wordt duidelijk dat hij een goede opleiding gehad heeft. Hij kon in tegenstelling tot Augustinus Grieks lezen en spreken.
Hij kwam omstreeks 384 in Rome. Hij is daar tot het jaar 409 gebleven. Daar schreef hij zijn verklaringen op de brieven van Paulus. Hij stond in de gemeente van Rome goed bekend. Vooral vanwege zijn ernstige leven en zijn indringende preken. Hij preekte met kracht tegen een werelds leven. Het viel Pelagius in Rome op hoe slordige de christenen daar leefden. Augustinus was toen in de kerk al heel bekend. Pelagius hoorde op een bepaald moment een voorganger in een kerk de volgende zin van Augustinus in zijn gebed gebruiken: “Geef toch wat uU beveelt en beveel ons wat U wilt.” Pelagius ergert zich hieraan omdat hij van mening is dat dit soort uitspraken een slordig, een werelds leven in de hand werken. Pelagius wil niet beklemtonen wat God geeft, wat Hij doet maar wil vooral het accent leggen op de wil van de mens en wat de mens moet doen.
Het is niet zo dat er meteen een strijd tussen Pelagius en Augustinus ontstond. Die strijd kwam toen Pelagius zijn leer meer naar voren gaat brengen.

-> De leer van Pelagius->

Ik geef hier een samenvatting van wat Pelagius in verband met Gods genade geleerd heeft:
1. God heeft de mens sterfelijk geschapen. De tijdelijke dood is dan ook geen straf op de zonde. De eeuwige dood is dat wel.
2. De val van Adam in zonde heeft niets aan de mens veranderd. Vooral niet aan het nageslacht van Adam. De erfzonde bestaat niet. Ieder mens die nu geboren wordt komt zo in de wereld zoals God Adam geschapen heeft. Zonder een zonde en ook zonder een verdienste.
3. De mens heeft ook nu nog een vrije wil. Hij kan tussen wat goed is en wat zonde is kiezen.
4. De kracht van de verleiding is er de verklaring voor dat het verkeerde, dat de zonde onder de mensen zo algemeen verspreid is. Die verleiding bestaat uit het verkeerde voorbeeld dat aan anderen gegeven wordt. Hierbij speelt de kracht van de gewoonte een grote rol.
5. Er kunnen zondeloze mensen op aarde leven. Gods genade helpt je om het goede te doen maar is daarvoor niet onmisbaar.
6. De genade van God is dat Hij door Zijn openbaring, door de vergeving van de zonden de mens moed geeft en hem sterker maakt en stimuleert om het goede te doen. Hij geeft de mens daarom ook de belofte van het eeuwige leven.
7. De genade van God is voor alle mensen. De mensen moeten door hun leven er voor zorgen dat ze de genade ontvangen. Dat ze het waard zijn.
8. Christus is mens geworden om door wat Hij leert en door Zijn voorbeeld mensen te bemoedigen en aan te moedigen om op de goede weg te gaan.
9. Als iemand zondigt is hij een navolger van Adam. Als iemand het goede doet is hij een navolger van Christus. De mens kan zelf kiezen wat hij zijn wil.

-> De botsing komt->

Pelagius heeft een heel aantal leerlingen om zich verzameld in Rome. Een van zijn volgelingen is Coelestius. De Gothen vallen onder leiding van Alarik in 409 Rome aan. Pelagius en Coelestius vluchten dan naar Noord-Afrika. Pelagius wil dan ook bij de beroemde Augustinus op bezoek gaan. Wanneer Pelagius in Hippo Regius komt, waar Augustinus bisschop is, is Augustinus niet aanwezig. Het is nooit tot een persoonlijk gesprek tussen deze twee mannen gekomen.
Coelestius blijft in Carthago als Pelagius verder trekt. Een groep mensen probeert het zover te krijgen dat Coelestius in Carthago presbyter (ouderling) wordt. Als hiervan sprake is komt er een klacht tegen Coelestius en Pelagius binnen. Een synode in de omgeving behandelt deze aanklacht. De leer van Coelestius wordt in 411 afgewezen en de volgende 6 dwalingen worden aangewezen:
1. Dat Adam als sterfelijk mens geschapen zou zijn.
2. Dat de zonde van Adam op geen enkele manier in zijn nageslacht doorgewerkt heeft.
3. Dat alle kinderen nog net zo geboren worden als dat Adam geschapen is.
4. Dat de zonde van Adam niet de oorzaak van onze sterfelijkheid is.
5. Dat de wet net als het evangelie toegang tot het Koninkrijk van de hemel geeft.
6. Dat al voor Christus komt op aarde er mensen op deze aarde zondeloos geleefd hebben.
Augustinus was op deze synode niet aanwezig. Hij heeft wel instemming met deze uitspraken getuigd. Toch was Augustinus tegenover Pelagius nog heel vriendelijk. Hij heeft gedacht dat Pelagius met argumenten nog tot betere gedachten zou komen. Augustinus gedachten daarover veranderen als Pelagius zijn boek: “Over de natuur” schrijft.

-> Botsing->

Als Augustinus het boek van Pelagius: “Over de natuur” gelezen heeft, schrijft hij daartegen zelf een boek. Dit boek krijgt de titel: “Over de natuur en genade”. Waarom neemt Augustinus de pen tegen Pelagius op? Omdat Augustinus meer als daarvoor was gaan inzien dat het evangelie van genade door Pelagius ernstig aangetast wordt. Bij Pelagius heeft de mens het geloof en de redding uiteindelijk aan zichzelf te danken. Hij moet en kan zelf goed kiezen. Volgens Pelagius is Gods genade alleen dat Hij de mens goed gemaakt heeft en dat hij na vergeving iemand weer een nieuwe kans geeft.
Augustinus hoort dat Pelagius naar Palestina gegaan is. Hij heeft zijn toevlucht daar gezocht bij bisschop Johannes van Jeruzalem. Ook een andere heel invloedrijke man in de kerk van die tijd: Hieronymus woont dan in Palestina. Augustinus stuurt een zekere Orosius met brieven naar Hieronymus om hem tegen Pelagius te waarschuwen.
Bisschop Johannes hoort ook van de beschuldigingen die tegen de leer van Pelagius zijn binnengekomen. Als gevolg daarvan laat bisschop Johannes Orosius en Pelagius voor hem en zijn presbyters verschijnen. Een van de gevolgen van dat gesprek is dat Pelagius bereid is om uit te spreken dat hij de volgende stelling veroordeelt: “De mens kan zonder Gods hulp de volmaaktheid bereiken.”
Je zou kunnen denken dat Pelagiusd nu gezond in de leer is. Dat is niet meer dan schijn. Hij zegt namelijk niet wat hij met Gods hulp concreet bedoelt. Die hulp kan ook zijn dat de HERE de mens goed gemaakt heeft, het kan ook zijn dat God goede dingen naar de mens laat toekomen. Het is bij Pelagius niet zo dat hij nu leert dat alleen God het zondige hart van de mens kan stuk breken. Het is niet zo dat Pelagius nu leert dat God het geloof in het hart van iemand moet geven om met Christus te kunnen en willen leven.
Het lijkt erop dat Pelagius al meer aanhang krijgt. Bisschop Eulogius van Caesarea roept namelijk een synode in Diospolis (Lydda) samen. Dat gebeurt in december 415. Pelagius voert daar zo het woord dat duidelijk is dat hij probeert om zijn eigen positie te redden. Hij zegt daar zelfs dat hij bereid is om ieder te veroordelen die door de eerder genoemde synode van Carthago veroordeeld zijn.
Toch hebben de broeders in Noord-Afrika zich niet door Pelagius laten misleiden. Twee provinciale synoden in 416, die van Carthago en Numidië, om in reactie op wat er in Diospolis gebeurd is Pelagius en Coelestius toch te veroordelen. Vanwege dwaalleer en het uitdragen daarvan. Dat is nodig om de mensen die door deze dwaalleer beïnvloed zijn te laten zien dat het een ketterij is.

-> Kerk weer in de crisis->

De strijd is nu echt ontbrand. De twee synoden die ik hiervoor genoemd heb, besluiten om deze zaak aan de bisschop van Rome voor te leggen. Dat is op dat moment bisschop Innocentius. We zien hier al dat de bisschop van Rome in de kerk van het Westen in die tijd een bijzondere plaats gekregen heeft. De bisschop van Rome werd toen nog niet als onfeilbaar beschouwd maar hij neemt voor de mensen in de kerk wel een heel belangrijke plaats in de kerk in. De brief van de twee synoden wordt vergezeld van een brief van de volgende vooraanstaande bisschoppen: Augustinus, Aurelius, Aluidus, Evodius en Possidius.
Het is vooral Augustinus die zich er voor inzet dat de leer van Pelagius door de hele kerk als ketterij veroordeeld wordt. Hij ziet scherp in dat in deze leer de eer van God aangetast wordt en de mens veel te hoog en goed van zichzelf gaat denken. Vanuit deze leer leren mensen niet echt van genade te leven. Christus is dan ook niet de Verlosser zoals de Heilige Geest dat ons in Gods eigen Woord leert. Bisschop Innocentius antwoord op 27 januari 417. Zijn uitspraak maakt duidelijk dat hij het eens is met wat de twee synoden eerder uitgesproken hebben. Hij stelt zich achter de beoordeling die Augustinus van de leer van Pelagius gegeven heeft. Dat was een heel duidelijke veroordeling.
Het lijkt erop dat alles nu in de goede richting gaat. Toch zien je dan dat de duivel niet zomaar opgeeft. Het is namelijk zo dat bisschop Innocentius op 12 maart 417 sterft. Hij wordt door Zosimus opgevolgd. Het wordt na een tijdje duidelijk dat Zosimus voor de gedachten van Pelagius openstaat. Pelagius en Coelestius beroepen zich dan ook op de bisschop van Rome. Coelestius verklaart dan dat hij de kinderdoop als juist erkend maar dat de kinderdoop niets met erfzonde te maken heeft. Zonde heeft volgens hem namelijk er niets mee te maken dat de mens vanaf het begin van zijn leven verdorven is maar als mensen die goed kunnen kiezen voor het verkeerde kiezen is er sprake van zonde. Een mens zou na de zondeval nog altijd zondeloos kunnen leven.
Ook Pelagius dient nu een geloofsbelijdenis bij Zosimus in. Deze geloofsbelijdenis gaat vooral over de vrije wil van de mens. Hij maakt daarin onderscheid tussen: posse, velle en esse. Dat is het onderscheid tussen: kunnen, willen en zijn. Wat bedoelt Pelagius daarmee?
Posse(kunnen): De mens is goed geschapen en komt nog altijd als een goede mens ter wereld. Dat hebben de mensen alleen aan God te danken.
Velle(willen): De wil is helemaal de zaak van de mens. God heeft ons de mogelijkheid gegeven om in eigen verantwoordelijkheid te kunnen kiezen. Of een mens met voor het goede wil kiezen is helemaal iets van hemzelf.
Esse(zijn): Het echte goede leven is een leven van samenwerking tussen God en mens. God wil de mens daarbij steeds helpen maar het blijft steeds zijn eigen vrijheid waarvoor hij kiest.
Pelagius legt er tegenover Zosimus de nadruk op dat hij niet ontkent dat de mens die een vrije wil heeft Gods hulp nodig heeft. Hij voegt hier een aanbevelingsbrief van bisschop Praylius van Jeruzalem bij. Zosimus roept nu een synode samen en deze synode verklaart dat Pelagius en Coelestius helemaal gezond in de leer zijn. Zosimus eist dan dat de Noord-Afrikaanse kerken hun veroordeling van de leer van Pelagius en Coelestius binnen twee maanden terugnemen.
Christus zorgt er als de Koning van de kerk voor dat de Noord-Afrikaanse kerken het spoor van de waarheid niet bijster raken. Ze protesteren tegen de uitspraken van Zosimus. Augustinus speelt daarbij een leidende rol. Als gevolg van dit protest stelt Zosimus zich nu gematigder op. Hij zegt dat hij niet van plan is om nu een definitieve uitspraak te doen. Hij wil zich nog niet definitief uitspreken en de Noord-Afrikaanse kerken de tijd geven om er nog eens over na te denken.

-> Het besluit genomen->

De synode van Noord Afrika komt op 1 mei 418 bij elkaar. De plaats waar de synode samenkomt is Carthago. Deze synode bevestigt de eerdere veroordeling van de leer van Pelagius. Een dag hiervoor had keizer Horatius al uitgesproken dat de leer van Pelagius een ketterij was. Hij noemde deze leer vergif dat mensen in het ongeluk stort. Hij gaf het bevel dat aanhangers van deze leer voor de rechters moesten verschijnen en dan verbannen moesten worden. Bisschop Zosimus laat nu weten dat hij het hiermee eens is.
Deze besluiten zorgen ervoor dat de leer van Pelagius in de kerk van het Westen definitief als dwaling veroordeeld wordt. In het Oosten was de veroordeling nooit zo sterk als in het Westen.

-> De strijd blijft->

Ook nadat het Pelagianisme heel duidelijk veroordeeld is, zien we toch steeds weer mensen in de kerk die deze leer of een gematigde vorm hiervan gaan verdedigen. Augustinus krijgt daar al mee te maken. Een voorbeeld in die tijd is een groep monniken die in het zuiden van Frankrijk woonden. Hun leider was Johannes Cassianus (360-432). Hij heeft bezwaar tegen de leer dat de mens totaal verdorven is en uit zichzelf niets goeds kan doen. Dat neemt volgens hem de menselijke verantwoordelijkheid weg. Zijn leer is dat de mens na de zondeval niet goed maar ziek de wereld inkomt. De mens die ziek is, kan nog altijd vanuit zijn eigen vrij wil hulp van de dokter vragen. Hij is in staat om zijn eigen ellende te zien en op het juiste adres om hulp te vragen. Deze leer zorgt er dan voor dat de uitverkiezing ontkend wordt. Wij zouden ons geloof en verlossing niet aan Gods genadige uitverkiezing te danken hebben maar aan onze eigen keuze. De HERE heeft alleen maar vooruit gezien wie er gaat geloven. Hij heeft alleen maar vooruit gezien wie zijn ziekte erkent en naar Christus als zijn of haar dokter zal gaan.
Deze leer kreeg later de naam van semi-pelagianisme. Een leer die niet hetzelfde als die van Pelagius is maar er wel veel op lijkt. De scherpe kanten zijn er vanaf gesneden. Deze leer is in de Roomse kerk al hoe meer gaan overheersen. Deze leer vinden we in onze tijd ook in veel charismatische en evangelische kerken. Ook in veel andere kerken wordt deze leer in de praktijk geleerd. Het vormde ook de achtergrond voor de leer van de Remonstranten die in de Dordtse Leerregels veroordeeld wordt.

Wij mogen en moeten belijden dat Christus Zijn kerk door de eeuwen heen bij de ware leer van de genade bewaard heeft. Hij heeft Zijn kerk tegen alles in steeds weer geleerd dat een mens alleen door het geloof dat Hij geeft gered kan worden. Dat een mens alleen door Christus die door de Vader gestuurd is verlost kan worden. Dat een mens alleen in Christus gaat geloven als de Heilige Geest dat geloof, die liefde voor Christus in het hart van een mens werkt.
Hij heeft Zijn kerk bewaard bij wat de Geest ons o.a. in de volgende teksten leert:
Fil 2:12,13: “Geliefde broeders en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het Hem behaagt.”
1 Kor 4:7: “Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?”
1 Kor 1:30,31: “Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen.”

JR Visser








[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Verkondig!



  • -> Want indien ik het evangelie verkondig, heb ik geen stof tot roemen. Immers, ik ben ertoe genoodzaakt. Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig! 1 Korinthe 9:16->

Zusterwebsite

  • Zie voor korte dagelijkse meditaties en artikelen in Nederlands en Afrikaans de zusterwebsite: www.evangelie-voor-elke-dag.nl

VERSCHENEN

  • 21 januari 2013 Verschenen verklaring over Bijbelboek Daniel. In alle boekwinkels te bestellen. De gegevens zijn de volgende: God is trouw tot in de verste toekomst. Toepasselijke verklaring van het boek Daniel Rob Visser ISBN 9789081171090 136 pagina´s Van Berkum Graphics Zwaag Prijs: 12,50

VERSCHENEN

  • LEVEN ZONDER GOD IS ZINLOOS 14 MEI 2011 is een verklaring van het bijbelboek Prediker onder deze titel verschenen. Net als de verklaring van Hooglied is het een combinatie van een degelijke verklaring die ook het concrete leven van vandaag ter sprake brengt. Om zo te zien hoe goed en nodig een leven met God ook in de 21e eeuw is. -> ISBN 978-90-811710-8-3 Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail: info@drukkerijvanberkum.nl Prijs 12,50->

ZOJUIST VERSCHENEN



  • -> ZOJUIST VERSCHENEN 11 SEPTEMBER 2009-> Ds Rob Visser VERKLARING VAN HOOGLIED ONDER DE TITEL: IK HOU ZO VAN JOU! Het is een verklaring waarin ik geprobeerd heb een degelijke verklaring te geven en de inhoud ook heel concreet op onze tijd toe te passen. De prijs wordt: 9,95 ISBN/EAN 978-90-811710-3-8 Zie op deze website ook: Bijbelboek Hooglied -> Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ->

Nieuw boek: Lees maar

  • Zojuist verschenen! 11 oktober 2011 LEES MAAR 19,90 Uitdagingen voor gereformeerde theologie vandaag Bijdragen over bijbellezen en christelijk leven De laatste jaren is er in kerken die zich gereformeerd noemen veel veranderd. Opvattingen over de leer van de kerk, over historische bijbelgedeelten, over ethiek en tucht zijn geruisloos maar radicaal veranderd. Waardoor is dat gekomen? Waarom sterft de kritiek over die veranderingen zo gemakkelijk uit? Er wordt gezegd dat de kerk met haar tijd mee moet. Er wordt gezegd dat het uiten van kritiek de kerk schaadt. Er wordt gezegd dat het allemaal niet zo simpel is. En wie wil er nu een conservatieve scherpslijper zijn, die het beter weet dan mensen die er verstand van hebben? LEES MAAR wil laten zien dat we alleen in de Bijbel kunnen lezen hoe we met onze tijd, met elkaar en met de wereld moeten omgaan en dat echte wijsheid alleen in de Bijbel te vinden is. Het gaat over het lezen en toepassen van de heilige Schrift in deze tijd. LEES MAAR gaat in op veelgestelde vragen en drogredenen, zoals: - Leest niet iedereen de Bijbel vanuit zijn eigen vooronderstellingen? - Als wij de Bijbel samen met een gelovige intentie lezen, dan is dat toch van de heilige Geest? - Het is toch niet zo belangrijk voor ons persoonlijke geloof of alles precies zo gebeurd is zoals het er staat? - Is Jezus navolgen niet veel belangrijker dan het toepassen van geboden? - Houden we elkaar door de liefde niet veel beter vast dan door de tucht? De auteurs van LEES MAAR zijn L. Heres, C. Koster, ds. J.R. Visser, J.P.C. Vreugdenhil en H. Vreugdenhil-Busstra. Het voorwoord is geschreven door drs. L.J. Geluk. Het boek bevat tevens een bijdrage van dr. P. de Vries over de duidelijkheid van de Schrift.

Brede en smalle weg



  • -> ZIE ZONDE EN DE SMALLE WEG ->

VERSCHENEN

  • -> VERSCHENEN: HOE GOD ALLES MAAKTE->

    -> Van ds Rob Visser is er een boekje verschenen dat heel aktueel is. Hij geeft in dit boekje een uitgebreide uitleg van Genesis 1-3. In andere hoofdstukken gaat hij in op vragen of de dood er al was voor de zondeval, of Adam en Eva echt de voorouders van ons allemaal zijn en nog veel meer. ZIE OP MENU: NIEUW BOEK->

kinderdoop nodig?



  • -> Zie op menu->

CHRISTUS REGEERT

  • -> Christus regeert, Hij is de overwinnaar BELANGRIJKE OPMERKINGEN BIJ DE LEER VAN HET CHILIASME ->

    -> Zie Duizendjarig Rijk Openbaring 20 ->

Crematie

  • -> Verassen of begraven?->

    -> ZIE CREMATIE ->

NU VERSCHENEN

  • -> BELIJDENDE KERK BLIJVEN Ds HW van Egmond Ds HG Gunnink Ds PL Storm Ds JR Visser-> ’een kerk die leeft belijdt - een kerk die belijdt leeft’. Het is een bundeling van een aantal opstellen over de functie van de belijdenis van de kerk en de binding eraan. Dit boekje is uiterst actueel vanwege de ontwikkelingen in de kerken. Te koop in de boekhandel Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ISBN 978 90 81171021 - 112 pagina’s € 13,50 (excl. verzendkosten) -> Nog steeds verkrijgbaar: Hoe God alles maakte, ds. Rob Visser - 56 pagina’s - € 9,95 De wereld, onze woning, dr. C. van der Waal - 128 pagina’s - € 12,95 nu voor € 9,95 ->

Bijbelboek Job

  • -> HOE LEZEN WIJ HET BIJBELBOEK JOB ->

    -> Zie bij menu Bijbelboek Job ->

Onvergeeflijke zonde



  • -> Over zonde tegen de Heilige Geest Zie Zonde vs Geest ->

Google Analytics Alternative Real Time Web Analytics Copyright 2002-2017