» -> HART VOOR ELKAAR Over onderlinge tucht ->

Wat is dit?

Foto Vernieuwd
Onder de titel HART VOOR ELKAAR stond op deze pagina jarenlang een artikel over onderlinge tucht. Deze vind je hier nog steeds. Een ander artikel over de tucht heb ik er nu aan toe gevoegd.

10 mei 2012

STAAT DE TUCHT ONS NIET IN DE WEG?


We kennen in de kerk het woord tucht. Dit woord roept in onze tijd geen warme gevoelens op. Je hoort pleidooien om het vermaan en de tucht in de kerk eigenlijk voor een groot deel aan de kant te schuiven. Het zou namelijk niet werken. Als het niet werkt, kun je er beter mee ophouden. Het geeft je alleen maar een slechte naam. Vermaan, afhouden van het avondmaal en zelfs het uiteindelijk uitsluiten uit de gemeente zou mensen eerder wegjagen dan dat je ze bij de gemeente zou houden. Tucht en echte liefde lijken eerder met elkaar te strijden dan dat ze bij elkaar horen. Je kunt wel veel over heiligheid spreken maar dan neem je wel het zicht op de liefde weg is de gedachte van meerderen in onze tijd. Het is goed om deze dingen eens wat verder te bespreken. (Dit artikel is een aanvulling op wat ik eerder schreef in: L. Heres e.a. Lees maar p.161-172 uitgeverij Ipenburg 2011)


Lutherse loodjes

De tucht heeft in de gereformeerde kerken vooral rond het avondmaal een belangrijke plaats ingenomen. Soms lijkt het wel alsof dat een gereformeerde specialiteit is. Dat is het al niet als je de Bijbel leest. Dat is het ook niet als je aan de kerkgeschiedenis denkt. Ik wil daarvan nu een voorbeeld noemen. Dat zijn de Lutherse kerken in Nederland in de 17e eeuw.
Deze kerken vierden over het algemeen net als de gereformeerden 4 keer per jaar avondmaal. Wie het avondmaal wilde meevieren werd de zaterdag voor de viering verwacht in een kerkdienst waar samen schuld aan de HERE werd beleden. Na deze dienst kregen de broeders en zusters die daartoe het recht hadden een avondmaalsloodje. Dat loodje was dan hun toegangsbewijs bij de avondmaalsviering de volgende dag. K.G. van Manen schrijft naar aanleiding hiervan dan over de tucht in de Lutherse kerken: “In het begin van de zeventiende eeuw werd onderscheid gemaakt tussen zwakgelovigen en hardnekkige zondaars. De eersten werden tot het Avondmaal toegelaten, de laatsten niet. Wanneer van een gemeentelid bekend was dat hij of zij zich schuldig had gemaakt aan overspel, openbare dronkenschap, onkuisheid, godslastering, tovenarij, vloeken, zweren of woekerpraktijken, dan werd hem of haar de toegang tot het sacrament ontzegd. Wist een gemeentelid van een verborgen zonde van een medebroeder, dan diende hij hem aan te spreken en te vermanen. Wilde deze broeder niet luisteren, dan moest dit gesprek herhaald worden, liefst in aanwezigheid van twee of drie getuigen. Gaf de zondaar dan nog geen tekenen zijn leven te willen beteren, dan werd hij tot heiden en tollenaar verklaard en werd hem de toegang tot het Avondmaal geweigerd.” (K.G. van Manen in: K.G. van Manen (red) Lutheranen in de Lage Landen p. 180 Boekencentrum Zoetermeer 2011)

Je ziet hier een opvallende overeenkomst met de tucht zoals dat ook nu in de gereformeerde kerken geregeld is. Je ziet hier dat geput is uit dezelfde bron. Uit de Schrift.
Toch blijft de vraag of tucht niet op gespannen voet staat met de liefde, de liefde van God in Christus.

Tucht trekt niet, liefde doet dat wel

Wanneer iemand naar je toekomt en je aanspreekt op iets dat niet goed is, roept dat bij ons vaak weerstand op. Een bepaalde vorm van feedback vinden we in onze tijd prima. Maar dan moet het eerst de positieve dingen benoemen. Dan moet het ook zo zijn dat je er vanuit gaat dat de ander het altijd positief bedoeld heeft maar het niet goed overgekomen is. Je moet elkaar vooral in elkaars waarde laten. Ieder heeft zijn eigen waarheid en daar moet je niet aankomen.
In een tijd dat er zo gedacht en gevoeld wordt, komt het hard aan als gezegd wordt dat je iets echt verkeerd gedaan of gezegd hebt. Zeker als er dan nog uit kan volgen dat je je kind niet mag laten dopen of niet aan het avondmaal mag deelnemen.
Tucht stoot dan toch af? Mensen gooien de kop in de wind en zeggen: Van mij hoeft het niet meer. Ik hoef niet meer bij zo’n kerk te horen. Ik ga wel ergens anders naar toe. Of iemand blijft helemaal onkerkelijk.
Het iemand aanspreken en zelfs onder tucht zetten zou iemand krenken en afstoten en dat zou niet met de liefde in overeenstemming zijn te brengen. Op deze manier ben je toch niet bezig om een zondaar te behouden? Het lijkt er meer op dat je bezig bent om af te stoten. Zo komt iemand toch eerder verder bij Christus en bij Gods liefde vandaan te staan?
Je kunt dit op allerlei andere manieren omschrijven. Veel mensen ervaren een tegenstelling tussen de kerkelijke tucht en Gods liefde. Is dat zo? Moeten we de kerkelijke tucht om die reden maar voor een groot deel aan de kant schuiven?

Wat is liefde?

Ik wil bij het beantwoorden van deze vraag eerst aandacht vragen voor wat wij als liefde zien. Je kunt liefde zo omschrijven en zo aanvoelen dat de kerkelijke tucht daar wel mee in strijd moet komen.
Het is belangrijk dat we niet vanuit eigen gevoel maar vanuit wat de HERE ons leert over wat liefde is naar deze dingen kijken. Liefde is niet dat je ieder zijn eigen gang laat gaan. Liefde is ook niet dat je ieder zijn eigen waarheid laat. Echte liefde is dat een mens in vrede met de HERE als de enige God leeft. Dat je de ander altijd weer die liefde en daardoor die warmte laat zien.
Het zou liefdeloos zijn als je zou doen alsof iemand in vrede met God leeft maar dat in werkelijkheid en volgens Gods eigen Woord niet zo is. Je aanpassen aan een ander gaat juist voor een gelovige heel ver. Dat zie je bijvoorbeeld bij Paulus. Hij wil juist om de liefde van God in Christus aan de mensen bekend te maken heel ver gaan. We lezen dat bijvoorbeeld in 1 Kor 9: “Want hoewel ik vrij sta tegenover allen, heb ik mij allen dienstbaar gemaakt, om er zoveel mogelijk te winnen; en ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun, die onder de wet staan, als onder de wet – hoewel persoonlijk niet onder de wet – om hen, die onder de wet staan, te winnen; hun, die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet – hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus – om hen, die zonder wet zijn, te winnen. Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden. Alles doe ik ter wille van het evangelie, om er zelf ook deel aan te verkrijgen.”
Het is de liefde van Christus die hem daarbij beheerst. Toch doet Paulus niets van de wet van Christus af. Hij waarschuwt in zijn brieven heel duidelijk als mensen en gemeenten door leer of leven niet in vrede met God leven. Dan spreekt hij heel duidelijk van de tucht. Ook over het wegdoen uit de gemeente van iemand die in zijn leven, ondanks vermaan aan de zonde vasthoudt. Zie bijvoorbeeld 1 Korinthe 5.
Je ziet ook bij de Here Jezus dat Hij juist als mensen niet in vrede met God leven, ze dat in liefde heel duidelijk maakt. Denk alleen maar eens aan de overspelige vrouw die bij de Here Jezus gebracht wordt. Dan betekent liefde bij de Here Jezus niet dat Hij alleen de Joodse leiders op hun zonden wijst. Dan zegt Hij als laatste in zijn gesprek met deze vrouw: “Ga heen, zondig van nu af niet meer!” Joh 8:11
Echte liefde laat maar niet alles gaan. Echte liefde is dat je iemand vanuit de wil van God laat zien als hij of zij niet in vrede met God leeft. Dat je ook als kerk laat zien en horen dat wie tegen die wil van God in blijft leven niet bij het volk van God hoort.

Liefde en oordeel

Wanneer je iemand aanspreekt op iets dat verkeerd is, kom je met een oordeel. Moet je dat wel willen. Iedereen is toch zelf verantwoordelijk? Is het niet goed als iemand zegt dat hij of zij het voor de HERE kan verantwoorden? Is het ook niet meerdere keren zo dat mensen nood in hun leven ervaren en dat vermaan hun nood dan alleen maar meer maakt? Het zijn vragen waar we ons als we om mensen geven en onszelf kennen echt wel veel kunnen voorstellen.
Toch zijn we dan op de verkeerde weg. Elkaar hoogmoedig veroordelen is uit de Boze. Dan denk ik bijvoorbeeld aan wat de Here Jezus daarover zegt in het begin van Mattheus 7.
Maar het liefdevol elkaar Gods oordeel laten zien en horen is wat we nodig hebben. Dat zie je ook heel duidelijk bij de Here Jezus. Liefde betekent niet dat je Gods oordeel verzwijgt of doet alsof de HERE om Jezus offer het toch wel door de vingers zal zien. Alsof bekering niet nodig is. Alsof de hardnekkige zondaar niet in het oordeel zou komen.
De Here Jezus laat Gods oordeel heel duidelijk staan. Hij waarschuwt juist om je te bekeren als je in strijd met Gods wil leeft om maar niet verloren te gaan. Er is niemand die meer over het oordeel spreekt en over de hel dan de Here Jezus. Hij waarschuwt juist om niet op de brede weg te lopen en dan verloren te gaan.
Dan denk ik ook aan mensen die zelf denken te geloven in de Here Jezus. Heel indringend klinkt de waarschuwing van de Here Jezus in de Bergrede: “Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” Matt 7:21-23
De Here Jezus noemt ook heel concrete zonden. Zoals bijvoorbeeld in Lukas 21: Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen. Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’ Luk 21:34-36
Christus is het beeld van God en bij Hem zie je dat liefde en oordeel niet tegenover elkaar staan. Wie in zonde leeft moet juist gewaarschuwd worden. Moet in liefde juist duidelijk voor ogen krijgen waarmee hij of zij bezig is. Ook als dat gevoelmatig je nood groter maakt. Om juist met die nood naar Christus als de Verlosser te gaan.
Professor Floor schrijft over liefde en oordeel in een mooi boek over het gericht van God o.a.: “De verkondiging van Jezus blijft in de eerste plaats heilsverkondiging. Zijn prediking is een goede, een blijde boodschap. En we moeten het oordeel van God, dat Jezus aan ons verkondigt dan ook altijd zien in het licht van deze blijde boodschap. Jezus leert ons in het evangelie dat God liefde is. Maar juist omdat God liefde is, oordeelt Hij allen, die Zijn liefde verachten en verwerpen. Jezus prediking van de hel staat in de evangeliën duidelijk in het kader van de uitnodiging en waarschuwing. De prediking van het komende gericht is dan ook bedoeld om mensen op te roepen tot bekering en geloof, zodat ze niet daar komen waar ze tegen gewaarschuwd worden.” (L. Floor het gericht van God volgens het Nieuwe Testament Buijten&Schipperheijn Amsterdam 1979 p. 49)


Gods liefde is heilige liefde

De kerk van Christus is geroepen om juist de liefde van God te verkondigen. Om die liefde in Christus mensen aan te bieden. Om daarin juist het voorbeeld van de Here Jezus zelf te volgen.
We zien hoe de Here Jezus mensen heel ruim uitnodigt om tot Hem te komen. Om in en door Hem de verlossing te ontvangen. Ik noem 2 voorbeelden:
• Johannes 7: Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’” Vs 37,38
• Openbaring 3: “Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt. Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met mij. Wie overwint zal samen met mij op mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”’ Vs 19-20
Je ziet hier die ruime uitnodiging. Een uitnodiging die ook echt gemeend is. Met die uitnodiging, met die belofte die in diepe liefde tot ons komt, komt dan ook Gods eis mee. Gods liefde is niet een soort goedigheid die eigenlijk niet geïnteresseerd is in de reactie daarop. Gods liefde is zo echt en zo intens dat het om heilige liefde gaat. Liefde waar je niet ongeïnteresseerd of slordig mee om kunt gaan. Het is liefde die met de eis van leven in liefdevolle gehoorzaamheid aan Christus tot ons komt. Dat zie je ook heel duidelijk in het gedeelte uit Openbaring 3 dat net genoemd is. Gods eis komt er in mee. Dan moeten we ook goed bedenken dat juist die eis vol van liefde is. Want leven tegen Gods wil in is niet goed voor ons leven hier en brengt ons uiteindelijk in het oordeel en in een altijd ongelukkig leven. Het gaat om de eis van Gods liefde.
Een heel treffend citaat in dit verband las ik in het Zuid-Afrikaanse boek: “En as jou broeder sondig….”: “’n Kerk wat die liefde van God misverstaan, verstaan nie meer die noodsaaklikheid van die tug nie, en ’n kerk wat nie meer die noodsaaklikheid van die tug kan insien nie, begryp nie meer die liefde van God nie. ’n Kerk wat die liefde van God en die tug nie meer met mekaar kan rym nie, verstaan nie meer die evangelie nie.” (W.D. Jonker “En as jou broeder sondig…” NG Kerkuitgewers Kaapstad Pretoria z.j. p.133)

De brieven aan de kerken in het boek Openbaring

Wanneer je de brieven leest die Jezus Christus aan Johannes dicteert zie je steeds weer hoe de liefde en het vermaan en de tucht bij elkaar horen. Christus schrijft juist vanuit Zijn volmaakte liefde aan deze gemeenten. In dit gedeelte van dit artikel geef ik meerdere voorbeelden ervan dat Christus juist vanuit die liefde voor de gemeenten met vermaan en tucht komt. We zien hoe Christus ons hier juist voorgaat en in Goddelijke wijsheid voor alle tijden de weg wijst.
Aan de gemeente van Efeze schrijft Christus o.a.: “Maar dit heb ik tegen u: u hebt de liefde van weleer opgegeven. Bedenk van welke hoogte u gevallen bent. Breek met het leven dat u nu leidt en doe weer als vroeger. Anders kom ik naar u toe en neem ik, als u geen berouw toont, uw lampenstandaard van zijn plaats.” Openb 2:4,5
In de brief aan de gemeente van Pergamum lezen we o.a.: “Zo is het ook bij u: sommigen houden op dezelfde manier vast aan de leer van de Nikolaïeten. Breek toch met het leven dat u nu leidt, anders kom ik binnenkort naar u toe en zal ik hen met het zwaard uit mijn mond bestrijden.” Vs 15,16
In de brief aan de gemeente in Tyatira lezen we hoe Christus hen in de gemeente vermaant die een bepaalde profetes die Izebel genoemd wordt, volgen. Vanuit het ernstige vermaan op dit punt komt Christus dan met de volgende oproep: “Tegen de rest van u in Tyatira, al degenen die haar leer niet aanhangen en die zich niet hebben verdiept in de zogenaamde verborgenheden van Satan, zeg ik: ‘Ik leg u maar één last op: houd vast aan wat u hebt, totdat ik kom.’” Vs 24,25
De gemeente in Sardes is een gemeente die ook nodig heeft dat er een heel indringend vermaan naar hen toekomt: “Word wakker, versterk uw laatste krachten: u bent op sterven na dood. Want ik merk dat uw gedrag tekortschiet in Gods ogen. Herinner u dat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen. Houd eraan vast en breek met het leven dat u nu leidt. Maar als u niet wakker wordt, kom ik onverwacht als een dief, op een tijdstip dat u niet kent.” Openb 3:2,3
We zien dat Christus de gemeente van Laodicea heel scherp aanspreekt. Hij laat de ernst van de situatie heel duidelijk en indringend zien. Hij laat ook zien wat de consequentie is als er niet met bekering op Zijn woorden gereageerd wordt. We lezen dan o.a.: “Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen. U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt.” Vs 15-17
Jezus Christus die als geen ander Gods liefde laat zien, komt met heel duidelijk vermaan. Laat zien hoe nodig vermaan en tucht is. Je ziet hier in de persoon van Christus zelf dat echte liefde en tucht niet tegenover elkaar staan.

Vroeger wel nu niet meer

Je hoort mensen zeggen dat de kerkelijke tucht zoals we die kennen iets van vroeger is. Vroeger werkte het maar nu niet meer. De kerkelijke tucht zou alleen werken in een samenleving waarin de kerk heel bepalend is. Waarin het voor mensen erg is ook in andere verbanden als ze geen lid van de kerk meer kunnen zijn.
In een omgeving waarin mensen makkelijk lid kunnen worden van een andere kerk werkt de tucht niet meer. In een wereld waar mensen om je heen je er niet op aankijken als je niet meer bij een kerk hoort, zou de kerkelijke tucht niet meer werken.
Op zichzelf zie je deze dingen voor je ogen gebeuren. Dat is ook een van de rampen van de kerkelijke verdeeldheid en van de ontkerstening van de samenleving. Toch zijn dat geen goede argumenten.
Het eerste wat we hier in rekening moeten brengen is dat de HERE ons zelf de weg van de tucht in de gemeente wijst. Zoals bijvoorbeeld in Mattheus 18:15-18. Daarop ga ik nu niet verder in. Dat is een argument dat bij ons als leerlingen van Christus altijd weer de doorslag moet geven.
Hierbij komt dat Christus t ons de weg van de kerkelijke tucht gewezen heeft juist in een tijd dat de apostelen het evangelie over de wereld gingen verkondigen. Toen ontstonden er kleine gemeenten die midden in een onchristelijke wereld stonden. Als iemand met het vermaan en de tucht te maken kreeg zoals in bijvoorbeeld 1 Korinthe 5 en Galaten 1 was het heel makkelijk om met de gemeente te breken. Er waren genoeg alternatieven en de wereld keek je echt niet vreemd aan als je geen christen meer was. Het gaat er niet om of iets volgens ons gevoel getalsmatig werkt maar of het de weg is die Christus ons wijst. Als dat zo is dan zit daarin de liefde van God en moeten we vanuit die liefde juist, uit liefde voor onze broeder of zuster die afdwaalt, die weg gaan. De brieven zoals we die in het Nieuwe testament lezen zijn voor ons heel belangrijk want er zijn juist wat de omstandigheden betreft veel overeenkomsten met de tijd waarin wij leven. Ook de kerken toen waren een heel kleine minderheid en leefden in een heidense samenleving.

Ds Rob Visser



-> HART VOOR ELKAAR
Onderlinge tucht volgens Gods Woord

Verbond en tucht->



Al in het begin van de Bijbel, in het paradijs, lezen we van tucht. De zonde is dan nog niet de wereld ingekomen en de mens is dan nog een en al oor voor de HERE. We lezen dan in Genesis 2:16: “Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.”
De HERE zegt dat niet om de mens in het paradijs in een beklemmende sfeer te laten leven. De HERE is de Vader die Zijn kind uit liefde waarschuwt. Hij maakt duidelijk wat het goede leven van Zijn kind bedreigt en kan vernietigen. Hij maakt duidelijk wat de verhouding met zijn God en Schepper zou verwoesten.
De HERE gaat vanaf het begin met de mens om op de manier van het verbond. De HERE komt tot de mens met Zijn heerlijke belofte van leven. Hij zal de mens het leven geven en de mens mag Hem als Vader kennen. De mens mag van de liefde en zorg van de HERE genieten. Dit zal voor de onderlinge verhouding tussen de mensen betekenen dat liefde en vrede tussen hen zal heersen. Die heerlijke harmonie zal er zijn zolang de mens volgens Gods wil, volgens Zijn eis leeft.
Als de mens dat niet doet komt Gods straf en verdwijnt de heerlijke vrede met God uit het leven. Die straf komt als Adam en Eva van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten hebben. Wij leven vandaag na de zondeval en moeten met de zonde en de gevolgen van de zonde rekening houden. Daarom is tucht in de zin van straf en vermaning iets geworden wat ons steeds in ons leven omringt. Tucht moet ook zeker in Christus’ gemeente functioneren. De HERE sluit Zijn verbond met de gelovigen en hun kinderen. Dat betekent dat tucht vanuit de relatie met de HERE bij ieder persoonlijk begint. De Here Jezus heeft daarop gewezen in de Bergrede: “Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: Laat mij de splinter uit je oog verwijderen zolang je nog een balk in je eigen oog hebt? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.” Matt 7:3-5
In het verbond moet de tucht bij de zelfbeproeving beginnen. Soms gebruiken mensen deze woorden van de Here Jezus om te zeggen dat je eigenlijk geen tucht in de kerk kan toepassen. Want we zijn allemaal zondig. Elk mens heeft genoeg aan zichzelf en moet zich niet met een ander bemoeien. Eigenlijk zeg je dan wat Kain tegen de HERE zei toen die aan hem vroeg: “Waar is Abel, je broer? Dat weet ik niet antwoordde Kain. Moet ik soms waken over mijn broer?” Gen 4:9
Wanneer mensen in de kerk zeggen dat ze genoeg aan zichzelf hebben, is dat vaak om zon eigen vrijheid te beschermen. Zij willen niet dat anderen hen over hun leven aanspreken. Als mensen zo denken, beseffen ze niet wat het betekent om in verbondenheid met de HERE te leven. Het verbond dat de HERE met ons sluit is juist niet individualistisch. De HERE sluit met ons persoonlijk Zijn verbond maar maakt ons dan ook meteen deel van Zijn volk. Wij zijn binnen de kring van Gods volk, in Christus kerk voor elkaar verantwoordelijk. Wij hebben de verantwoordelijkheid om uit liefde tot God, onze naaste lief te hebben. Wij hebben vooral tegenover onze broeders en zusters in de gemeente in dit opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid.
Onderlinge tucht is in Christus kerk een grote en belangrijke opdracht.

-> Onderlinge tucht in het Oude Testament->

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament wordt het woord tucht gebruikt. Een woord dat in het Oude Testament veel voorkomt, is het woord musar. Vooral in het boek Spreuken lezen we dit woord geregeld. De betekenis van dat woord is terechtwijzing, tuchtigen. Het kan een geestelijke terechtwijzing zijn maar ook een lichamelijke straf. Enkele teksten waar we van een lichamelijke straf lezen zijn o.a.:
“Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem, wie hem liefheeft, tuchtigt hem.” Spr 13:24
“Een kind is geneigd tot dwaasheid, de stok wijst het terecht en weerhoudt het ervan.” Spr 22:15
“Onthoud een kind geen onderricht, van stokslagen gaat het niet dood.” Spr 23:13
Het gaat niet alleen om de lichamelijke straf. Ook het terechtwijzen met woorden mag niet vergeten worden. De tucht door onderwijs wordt in een ander deel van het boek Spreuken benadrukt. Dan wordt het woord tokahat gebruikt. Ik wijs hiervoor op Spreuken 5:12 e.v.: “Waarom heb ik wat mij is geleerd verworpen? Elke waarschuwing heb ik veracht. Waarom heb ik niet geluisterd naar mijn leraren? Ik sloot mijn oren voor hun raad. Nu ben ik bijna te gronde gegaan, voor ieders blik, voor het oog van alle mensen.”
Het doel van zowel lichamelijke als geestelijke tucht moet zijn om de ander op de goede weg te laten gaan. De weg die de HERE ons wijst. Het doel van de tucht is om iemand door liefdevolle terechtwijzing bij de HERE te brengen of te houden.
Goede tucht wil de ander redden. Ook dat wordt in het boek Spreuken heel duidelijk. Voorbeelden daarvan zijn o.a.:
15:32,33: “Wie zich niet laat terechtwijzen, doet zichzelf tekort, wie berispingen ter harte neemt, wint daarbij. Wie ontzag heeft voor de HEER wint aan wijsheid, bescheidenheid gaan aan eerbetoon vooraf.”
6:23,24: “Want de lessen van je vader en je moeder zijn een lamp, een licht dat je vermaant en de weg wijst naar het leven. Hun onderricht beschermt je tegen lichtzinnige vrouwen, tegen de gladde woorden van een afgedwaalde vrouw.”
Wat gebeurde er in het Oude Testament als iemand niet wou luisteren? Als iemand hardnekkig in zijn zonde bleef leven, moest de definitieve straf komen. Dan is de desbetreffende persoon vanwege zijn of haar slechte invloed uit het volk gebannen. Een voorbeeld daarvan lezen we in Deut 21:18-21: “Als ouders een opstandige, onhandelbare zoon hebben, die niet naar hen luistert en ook na hardnekkige bestraffing nog niet wil gehoorzamen. Dan moeten zijn vader en zijn moeder hem meevoeren naar de stadspoort en hem aan de oudsten voorgeleiden. Ze moeten tegenover de stadsoudsten verklaren: Onze zoon is opstandig en onhandelbaar. Hij wil niet naar ons luisteren. Hij is een losbol en hij drinkt te veel. De inwoners van de stad moeten hem dan stenigen tot de dood erop volgt. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. Het hele volk van Israel moet erdoor worden afgeschrikt.”

-> De onderlinge tucht in het Nieuwe Testament->

Ook in het Nieuwe Testament staat de tucht in de kerk van Christus in het kader van de opvoeding in het leven met de HERE. Een verschil is dat het nu volk en kerk niet meer hetzelfde is. De tucht is er nu binnen de kerk die niet volksgebonden is.
Juist omdat de leden van Christus’ kerk weten dat ze kinderen van God zijn, is tucht een bewijs van Gods liefde. De Heilige Geest wijst daarop in Hebreeën 12 als de gemeente het goede zicht op de tucht dreigt kwijt te raken. We lezen daar in de verzen 7-11: “Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt? Maar als u die leerschool niet doorloopt zoals alle anderen voor u, dan bent u geen kinderen, maar bastaards. Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we worden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven? Onze aardse vaders berispten ons maar voor korte tijd en naar eigen goeddunken, maar hij berispt ons voor onze eigen bestwil, om ons te laten delen in Zijn heiligheid. Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie erdoor gevormd is er vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid.”

-> Hoe leven we de onderlinge tucht uit?->

Betekent het toezien op elkaar dat we als spionnen op elkaar moeten letten? Moet we elk ogenblik met achterdocht op de ander letten. Dat is beslist Gods bedoeling niet.
Het is wel heel belangrijk dat wij als gemeente met elkaar meeleven. Dat we elkaar helpen, dat we samen praten en denken. Als iemand in de gemeente dan niet volgens het evangelie van Christus leeft mogen we niet aan de kant blijven staan. Dan mogen we niet zwijgen. Het mag niet zo zijn dat we uit angst voor confrontatie dan maar stil blijven. We mogen dan juist niet zwijgen omdat ons hart naar de ander in liefde uitgaat.
Wat de Heilige Geest in Galaten 6:1 zegt, laat ons zien met wat voor houding we op elkaar hebben toe te zien. Wat is onze houding als wij een broeder of zuster zien zondigen? Reageren we dan vanuit boosheid, geschokt, geërgerd? Voelen we ons dan eigenlijk beter dan die ander? Praten we dan vanuit de hoogte?
Als we geestelijk zijn, door de Geest geleid worden, zullen we niet zo reageren. Het is niet goed om zo te reageren vooral niet wanneer een broeder of zuster ondanks strijd door een bepaalde zonde overvallen wordt. Dan is het juist zo belangrijk dat ons hart naar die broeder of zuster uitgaat. Juist dan is de tijd gekomen om met hem of haar te praten over het leven dat door een bepaalde zonde gevangen is. Het meest onbarmhartig is dan om niets te zeggen, om je afzijdig te houden.
Persoonlijk contact is in die omstandigheden heel belangrijk. Het is hierbij heel belangrijk dat de zonde van die broeder of zuster door ons dan niet aan de grote klok gehangen wordt. Hierbij is heel belangrijk wat de Here Jezus ons in Mattheus 18:15-18 leert. In de omstandigheden dat de zonde van je broeder of zuster alleen in een heel kleine kring bekend is mag je het ook niet aan iemand buiten die kring gaan vertellen met het doel dat die ander er met hem of haar over gaat spreken. Om het dan niet zelf te hoeven doen. Als ik een zonde bij een broeder of zuster zie, heeft de HERE mij de taak gegeven om daarover met hem of haar te praten. Het gesprek dat dan volgt moet in een geest van zachtmoedigheid gevoerd worden. Dat betekent uit liefde en vol van liefde. De Geest leert ons om de ander zo tegemoet te treden. Dan is het goed om de ander te vragen hoe hij tot die zonde gekomen is.
Wanneer in dat gesprek duidelijk wordt dat de ander berouw over zijn zonde heeft. Dat hij zich echt wil bekeren zullen we die ander daarbij zoveel mogelijk willen helpen. Hem zeker niet ontmoedigen. Dat geldt ook als iemand in een zonde leeft die in brede kring bekend is. Als het bezoek van iemand dan door God zo gezegend is dat de ander berouw toont moeten we dat de anderen vertellen en moeten zij niet meer gaan vermanen. Dan moeten we de ander juist bemoedigen.
Dat verder helpen kan betekenen dat we verdere gesprekken voeren. Daarbij is steeds weer heel belangrijk dat de zonde aan Vader in de hemel beleden is en het gebed om vergeving en om kracht tot een breken met de zonde tot de HERE opgaat. Toch is dat niet alles.
Het is ook goed om er samen over te praten hoe je het beste bij een bepaalde zonde wegblijft. Het kan zijn dat bepaalde omstandigheden je in grote verleiding brengen. Als je dat ziet moet je die omstandigheden mijden. Mijden als de pest.
Ook dan is het gebed om de kracht van de Heilige Geest heel belangrijk. De Geest maakt dan ook vindingrijk.
Hoe reageren wij als een zonde van een broeder of zuster bij een groot deel of bij de hele gemeente bekend is? Hoe reageren ambtsdragers als gemeenteleden vragen of het verstandig is die broeder of zuster daar nu op aan te spreken? Moet hij nog bezocht worden als het bezoek van een ander ertoe geleid heeft dat hij nu verdriet over zijn zonde heeft? In een situatie waar duidelijk wordt dat de man die in zonde leefde daarvan nu berouw heeft, is het niet goed dat anderen nog met hun vermaning bij hem komen. Dan zien we ook Gods liefde en barmhartigheid heel concreet. Paulus schrijft over zo’n situatie in 2 Kor 2:6,7
Wanneer geen berouw over de zonde komt, is het belangrijk dat zoveel mogelijk gemeenteleden hun zorg en liefde aan die broeder laten zien door hem op te zoeken en met hem te praten.

-> Parakaleo->

We komen nog even terug op de houding die we tijdens vermaning hebben in te nemen. Ik wil daarbij aandacht vragen voor een van de woorden die in het Nieuwe Testament voor vermanen gebruikt wordt. Dit heeft zowel betekenis voor ambtsdragers als voor de hele gemeente als je geroepen wordt om een ander op zijn of haar zonde aan te spreken.
Het gaat mij nu om het woord parakaleo. Dit woord in het Nieuwe Testament veel gebruikt en heeft meerdere betekenissen. Dit werkwoord betekent: iemand erbij roepen om te helpen, uitnodigen, aansporen, vermanen en troosten.
Wij weten dat de Here Jezus in de Bijbel de Heilige Geest de Trooster(Statenvert, NBG51) of de Pleitbezorger(NBV) noemt. In het Grieks wordt dan het woord: Parakleet gebruikt. Dat woord is van het werkwoord parakaleo afgeleid. Het werk van de Parakleet is om mensen tot Christus als hun Verlosser te brengen. Om ze zo tot de Vader te brengen. Om hen vrede met God te geven.
Deze dingen maken duidelijk dat het vermaan in de gemeente van Christus altijd weer tot doel heeft om mensen bij Christus te brengen. Om hen te laten leven in vrede met God. Het doel is dat de ander Christus als zijn enige troost in leven en sterven kent en zo leeft. Juist daarom hebben we elkaar in de gemeente van Christus steeds aan te spreken. Het mag niet betekenen dat we de zondaar die in een zondig leven blijft volhouden een plaats in de gemeente laten houden. Wie in zonde leeft en zich daarvan niet bekeert, is een gevaar voor de gemeente. Hij moet daarom uit de gemeente en uit het Koninkrijk van Christus gebannen worden. Als het echt nodig is mogen we daarvoor niet terugschrikken. Het moet dan wel gebeuren uit liefde tot God en uit liefde voor Zijn gemeente.

-> Hoe moet vermaan ontvangen worden?->

De ambtsdragers hebben ook de verantwoordelijkheid om de gemeente te leren hoe ze met vermaning en terechtwijzing van anderen moeten omgaan.
Wanneer iemand jou aanspreekt en duidelijk maakt dat jij verkeerde dingen gedaan of gezegd hebt, moet het de liefde van Christus zijn die jou met een open gemoed en oor naar die ander laat luisteren. Wij zijn uit onszelf dan heel gauw geneigd om te zeggen: “Wat heb jij met mij te maken!” Het is voor ons vaak heel moeilijk om eigen zonden te erkennen en vooral als een ander ons daarop persoonlijk aanspreekt. Toch is vermaning van een ander als dit uit en met liefde tot ons komt een zegen. We lezen daarover o.a. in Psalm 141:5 en Spr 27:5,6
Als we het geheel overzien, is het duidelijk dat de onderlinge tucht alleen kan functioneren wanneer de gemeente in liefde tot Christus leeft. Dan hebben de leden van de gemeente echt hart voor elkaar zonder dat ze hard voor elkaar zijn. Dan leven we niet voor onszelf. Waar de onderlinge tucht in praktijk gebracht wordt, groeit de gemeente in het innige leven met Christus. Waar de onderlinge tucht heel slecht of niet meer functioneert, kwijnt het leven met Christus weg.
Als de onderlinge tucht niet functioneert, kan een kerken raad zijn taak niet goed uitvoeren. Dan wordt de tucht die de kerkenraad probeert uit te voeren vaak niet door de gemeente ondersteund worden. De tucht begint n iet bij de kerkenraad maar bij onszelf en daarna ook onderling. Het werk dat de kerken raad doet moet aanvullend zijn bij wat er onderling in de gemeente gebeurt. Het is daarom voor de ambtsdragers heel belangrijk om de onderlinge tucht in de gemeente te stimuleren.

JR Visser











[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Verkondig!



  • -> Want indien ik het evangelie verkondig, heb ik geen stof tot roemen. Immers, ik ben ertoe genoodzaakt. Want wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig! 1 Korinthe 9:16->

Zusterwebsite

  • Zie voor korte dagelijkse meditaties en artikelen in Nederlands en Afrikaans de zusterwebsite: www.evangelie-voor-elke-dag.nl

VERSCHENEN

  • 21 januari 2013 Verschenen verklaring over Bijbelboek Daniel. In alle boekwinkels te bestellen. De gegevens zijn de volgende: God is trouw tot in de verste toekomst. Toepasselijke verklaring van het boek Daniel Rob Visser ISBN 9789081171090 136 pagina´s Van Berkum Graphics Zwaag Prijs: 12,50

VERSCHENEN

  • LEVEN ZONDER GOD IS ZINLOOS 14 MEI 2011 is een verklaring van het bijbelboek Prediker onder deze titel verschenen. Net als de verklaring van Hooglied is het een combinatie van een degelijke verklaring die ook het concrete leven van vandaag ter sprake brengt. Om zo te zien hoe goed en nodig een leven met God ook in de 21e eeuw is. -> ISBN 978-90-811710-8-3 Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail: info@drukkerijvanberkum.nl Prijs 12,50->

ZOJUIST VERSCHENEN



  • -> ZOJUIST VERSCHENEN 11 SEPTEMBER 2009-> Ds Rob Visser VERKLARING VAN HOOGLIED ONDER DE TITEL: IK HOU ZO VAN JOU! Het is een verklaring waarin ik geprobeerd heb een degelijke verklaring te geven en de inhoud ook heel concreet op onze tijd toe te passen. De prijs wordt: 9,95 ISBN/EAN 978-90-811710-3-8 Zie op deze website ook: Bijbelboek Hooglied -> Te koop in de boekhandel. Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ->

Nieuw boek: Lees maar

  • Zojuist verschenen! 11 oktober 2011 LEES MAAR 19,90 Uitdagingen voor gereformeerde theologie vandaag Bijdragen over bijbellezen en christelijk leven De laatste jaren is er in kerken die zich gereformeerd noemen veel veranderd. Opvattingen over de leer van de kerk, over historische bijbelgedeelten, over ethiek en tucht zijn geruisloos maar radicaal veranderd. Waardoor is dat gekomen? Waarom sterft de kritiek over die veranderingen zo gemakkelijk uit? Er wordt gezegd dat de kerk met haar tijd mee moet. Er wordt gezegd dat het uiten van kritiek de kerk schaadt. Er wordt gezegd dat het allemaal niet zo simpel is. En wie wil er nu een conservatieve scherpslijper zijn, die het beter weet dan mensen die er verstand van hebben? LEES MAAR wil laten zien dat we alleen in de Bijbel kunnen lezen hoe we met onze tijd, met elkaar en met de wereld moeten omgaan en dat echte wijsheid alleen in de Bijbel te vinden is. Het gaat over het lezen en toepassen van de heilige Schrift in deze tijd. LEES MAAR gaat in op veelgestelde vragen en drogredenen, zoals: - Leest niet iedereen de Bijbel vanuit zijn eigen vooronderstellingen? - Als wij de Bijbel samen met een gelovige intentie lezen, dan is dat toch van de heilige Geest? - Het is toch niet zo belangrijk voor ons persoonlijke geloof of alles precies zo gebeurd is zoals het er staat? - Is Jezus navolgen niet veel belangrijker dan het toepassen van geboden? - Houden we elkaar door de liefde niet veel beter vast dan door de tucht? De auteurs van LEES MAAR zijn L. Heres, C. Koster, ds. J.R. Visser, J.P.C. Vreugdenhil en H. Vreugdenhil-Busstra. Het voorwoord is geschreven door drs. L.J. Geluk. Het boek bevat tevens een bijdrage van dr. P. de Vries over de duidelijkheid van de Schrift.

Brede en smalle weg



  • -> ZIE ZONDE EN DE SMALLE WEG ->

VERSCHENEN

  • -> VERSCHENEN: HOE GOD ALLES MAAKTE->

    -> Van ds Rob Visser is er een boekje verschenen dat heel aktueel is. Hij geeft in dit boekje een uitgebreide uitleg van Genesis 1-3. In andere hoofdstukken gaat hij in op vragen of de dood er al was voor de zondeval, of Adam en Eva echt de voorouders van ons allemaal zijn en nog veel meer. ZIE OP MENU: NIEUW BOEK->

kinderdoop nodig?



  • -> Zie op menu->

CHRISTUS REGEERT

  • -> Christus regeert, Hij is de overwinnaar BELANGRIJKE OPMERKINGEN BIJ DE LEER VAN HET CHILIASME ->

    -> Zie Duizendjarig Rijk Openbaring 20 ->

Crematie

  • -> Verassen of begraven?->

    -> ZIE CREMATIE ->

NU VERSCHENEN

  • -> BELIJDENDE KERK BLIJVEN Ds HW van Egmond Ds HG Gunnink Ds PL Storm Ds JR Visser-> ’een kerk die leeft belijdt - een kerk die belijdt leeft’. Het is een bundeling van een aantal opstellen over de functie van de belijdenis van de kerk en de binding eraan. Dit boekje is uiterst actueel vanwege de ontwikkelingen in de kerken. Te koop in de boekhandel Ook te bestellen bij: Van Berkum Graphics BV, telefoon 0229 23 80 97 e-mail info@drukkerijvanberkum.nl ISBN 978 90 81171021 - 112 pagina’s € 13,50 (excl. verzendkosten) -> Nog steeds verkrijgbaar: Hoe God alles maakte, ds. Rob Visser - 56 pagina’s - € 9,95 De wereld, onze woning, dr. C. van der Waal - 128 pagina’s - € 12,95 nu voor € 9,95 ->

Bijbelboek Job

  • -> HOE LEZEN WIJ HET BIJBELBOEK JOB ->

    -> Zie bij menu Bijbelboek Job ->

Onvergeeflijke zonde



  • -> Over zonde tegen de Heilige Geest Zie Zonde vs Geest ->

Google Analytics Alternative Real Time Web Analytics Copyright 2002-2017